BLOG

De ouderwetse coach

Een goede coach haalt het beste in de sporters naar boven. Nog niet zo heel lang geleden was dat geen beroep, maar een roeping. Vrijwilligerswerk. En de sporters waren geen loonslaven. De club was geen fabriek, die investeerde, en schulden maakte bij de bank. De club draaide op contributies van sporters en de recette van verkochte kaartjes. Als sporters al gecompenseerd werden, dan was dat een bescheiden bedrag waar je niet van kon leven. Laat staan dat het je in staat stelde om na je actieve prestaties op het hoogste niveau met pensioen te gaan.

 

De coach was derhalve een ‘vader’, een ‘moeder’, en een ‘leerkracht’ ineen. Omdat de sporters de vrije keuze hadden om zich bij een club aan te sluiten, en doorgaans ook contributie betaalden, was een ‘succesvolle’ coach niet zozeer iemand die in dienst was van het bedrijf en de bank, maar iemand die in dienst stond van de sporters. De sporter met ambitie had daarbij een ander beeld van wat een goede coach was dan de sporter die lid was van een club vanwege de gezelligheid. De ‘Derde Helft’, zoals ze dat in de voetbalwereld noemen.

 

De commercie heeft dat beeld dramatisch veranderd. Niet alleen in de wereld van het professionele voetbal, waar ik gisteren berichten zag passeren over de ene ‘topper’ die zijn privé-helikopter van twaalf miljoen had laten pimpen, en een andere gewezen ‘spits’ had een kasteel gekocht van iets meer dan zes miljoen. Aan de coaches die met dat soort vedetten om moeten gaan worden héél andere eisen gesteld. Iets dat het midden houdt tussen verkoper, makelaar, manager en intrigant. Zoals de ‘Ouderwetse’ ouder is getransformeerd tot de ‘Moderne’ ouder. 

 

De ‘Ouderwetse’ coach deed zijn werk in betrekkelijke anonimiteit. Zijn reputatie was gestoeld op de verhalen van sporters, en de waardering van het trouwe publiek, dat genoot, of teleurgesteld huiswaarts keerde. De ‘Moderne’ coach is een ‘BN-er’ die in het volle licht van de schijnwerpers de hele dag door schaaft aan zijn eigen reputatie, zelfs als de club waarbij hij in dienst is geen deuk in een pakje boter slaat. Dat er geen publiek is bij de Olympische Spelen, of een voetbalwedstrijd, maakt niks meer uit. Duizenden mensen eten ervan. Niet anders dan bij het ‘Moderne Gezin’. De ouders staan ‘onder contract’. Twee ouders, vier ouders, zes ouders. Het ‘verdienmodel’ is complex, en de functie van alle mensen in de entourage onduidelijk, evenals hun autoriteit, of beslissingsbevoegdheid. 

 

De ‘Ouderwetse’ coach had oog voor talent, en experimenteerde met methoden die ertoe moesten leiden dat de sporter in kwestie het beste uit zichzelf haalde, zonder het plezier in de sport te verliezen. Zo zie ik de ‘Ouderwetse’ ouder ook. De ‘Moderne’ coach heeft daar allemaal geen tijd voor. ‘Scouts’ speuren naar talent, die worden verhandeld door lieden met Eurotekens in de ogen, als regel geen familie, waarna de staf een traject uitstippelt met stages en tests, en ‘marketing’-types op zoek gaan naar een ‘invalshoek’ voor het ‘profiel’ van de sporter. De ‘Moderne’ coach zweeft er een beetje omheen, verschijnt in beeld en vertrekt weer, en hij deelt in de roem van het bedrijf als het goed gaat, of fungeert als kop van jut als het tegenzit. In dezelfde geest als de ‘Moderne’ ouder. 

 

De vraag die mij hier bezighoudt, is of de sport, en de sporters er nou op vooruit zijn gegaan, of dat het de doodsteek was voor een menselijke activiteit die ooit zo belangrijk was voor de ontwikkeling van het karakter van kinderen? Ik denk dat laatste. Maar probeer dat die hele schare uitbaters van de sport maar aan hun verstand te peuteren. En ook die kinderen zien alleen nog maar privé-helikopters en kastelen als ze denken aan sport. De ‘Ouderwetse’ coach is geen partij voor zijn ‘Moderne’ concurrent, waar de ‘Ouderwetse’ coach denkt in termen van offers, discipline en leren om hard te zijn voor jezelf als je iets wilt bereiken, terwijl de ‘Moderne’ coach de sporter niet confronteert met zichzelf, maar met ‘wetenschappelijke’ data, die exact vertellen hoeveel die sporter moet wegen, en wat de limieten zijn van zijn of haar lichaam, terwijl hij de geest van de sporter murw beukt met verleidelijke aanbiedingen. 

 

De ‘Ouderwetse’ sporter die de eigen ambities niet waar weet te maken richt de blik op zichzelf. De ‘Moderne’ sporter die de ‘targets’ niet haalt valt verbitterd uit tegen het ‘systeem’. De ‘Ouderwetse’ sporter was een bouwsteen van de gezonde samenleving. De ‘Moderne’ sporter is de sluitpost.

Leven in een uitstalkast

We zijn allemaal keurige mensen, die niets te verbergen hebben. Wat echter niet wegneemt dat we niet in een ‘glazen huis’ willen wonen, de hele dag door bespied door anderen die we niet kennen. Ook omdat die anderen wellicht toch niet van die keurige mensen zijn zoals wij. Maar vooral omdat we vinden dat bepaalde zaken gewoon privé zijn. Wat we voor de buitenwereld af mogen schermen, en wat niet, is in de wet vastgelegd. Daar overheen ligt dan nog een deken van taboes. De wet zegt er niks over, maar beter als je het voor jezelf houdt. Zowel de wet, als de taboes veranderen voortdurend, en bieden daardoor geen houvast meer.

 

Daarnaast zijn er mensen die handelen in strijd met de wet, en inbreken in onze privé-sfeer. En er zijn fouten die gemaakt worden door instellingen en bedrijven, of privé-personen, waardoor privé-gegevens ‘op straat’ komen te liggen. Daarnaast zijn er uiteenlopende technieken om iemand ‘te drogen’ te hangen zonder zijn of haar naam te noemen, waar auteurs, programmamaker, journalisten en gesubsidieerde actievoerders een ‘vak’ van hebben gemaakt. Daarbij claimen die groepen niet zelden dat ze zelf extra bescherming verdienen, waar ze bang zijn voor wraakacties. 

 

In de praktijk komt er van die hele ‘privacy-bescherming’ gewoon niets meer terecht. Dat is beschamend in een samenleving die er aanspraak op maakt het individu te beschermen tegen machten waar dat individu niet tegen opgewassen is. In praktische zin is de bescherming van de wet een wassen neus. Om te beginnen is het een ‘jurisprudentie-gatenkaas’, waar uiteenlopende rechters grote gaten in hebben geschoten middels vonnissen waarin ze bepaalden dat de wet weliswaar was overtreden, maar dat er een ‘groter belang’ mee was gediend. Wie bepaalt dat? De rechter. Op grond van welke criteria? Geen idee. Je kunt het treffen, of niet. Maar dan nog biedt de wet geen protectie, waar het leed al geleden is als een rechter er aan te pas moet komen. ‘Privacy-bescherming’ is derhalve iets dat ‘tussen de oren’ hoort te zitten. Meegekregen bij de opvoeding. Of niet, dus. 

 

In de basis is het, zoals zoveel ethische en moralistische kwesties, een afgeleid van de ‘Gulden Regel’. Een ander niet aandoen wat jij ook niet wilt dat men jou aandoet. Maar dan wel uitgebreid met empathie, die dicteert dat je beter fouten kunt maken aan de veilige kant. Jij mag zelf een ‘open boek’ zijn op een bepaald vlak, maar dat betekent nog niet dat anderen het niet liever privé houden. Dat je iets openbaar mag maken omdat de wet het niet verbiedt, of jurisprudentie je het gevoel geeft dat de rechter coulant zal oordelen als je privézaken aan de grote klok hangt, is nog geen argument om dan maar voorbij te gaan aan de gevoelens van je medemens. 

 

Naast misbruik door publicatie, of uitzending, of iemand die met een ‘roeptoeter’ iedereen in de buurt, de familie of je vriendenkring ‘informeert’, is er de schending van privé-informatie door instellingen en bedrijven, zonder dat jij iets merkt. Gekoppelde ‘databases’, 'zwarte lijsten', opgerakelde incidenten die allang vergeten en vergeven horen te zijn, want ‘afgehandeld’, kunnen vanuit het niets je hele leven overhoop trekken. Overal hangen camera’s. Elke telefoon heeft er minstens één ingebouwd. Plus een microfoon, die met bepaalde ‘software’ op afstand aan en uit te zetten zijn. Kinderspeelgoed is via het ‘wereldwijde web’ verbonden met onbekende ‘databases’. Informatie ‘opslaan’ is een muisklik. De opslag vindt veelal niet eens meer lokaal plaats, op een eigen ‘harde schijf’, of andere ‘gegevensdrager’, maar ergens in de ‘cloud’, waar grote multinationals erover ‘waken’. Zeggen ze. 

 

Wie zich realiseert dat men leeft in een uitstalkast, en dat privacy een illusie is geworden, omdat ook de medemens niet meer wordt opgevoed in de traditie van die ‘Gulden Regel’, maar met de opdracht om te doen wat jou ‘gelukkig maakt’, op dat moment, en dat je vooral ‘effectief’ moet zijn, terwijl de wettelijke grenzen boterzacht zijn van de jurisprudentie, heeft twee dramatische keuzemogelijkheden. Je poot strak houden, en trouw blijven aan jezelf. Of als een bezetene alles proberen uit te gummen wat ooit zou kunnen leiden tot kritiek. 

 

Er is nog een derde optie, en die zie je terug bij mensen die al leefden in de etalage. Criminelen en ‘Bekende Landgenoten’. En dat is het leggen van een rookgordijn. Moedwillig de meest uiteenlopende gekkigheid uithalen, waardoor degenen die naar je kijken niet meer weten wat nou nog écht is. De narigheid is echter dat het er in de praktijk toe leidt dat die acteur in zijn of haar eigen sprookje uiteindelijk ook helemaal de kluts kwijtraakt, en zichzelf niet meer terug kan vinden in die mist. Speelbal van het effectbejag en alles is nep. Niet alleen de gemodificeerde lichaamsonderdelen. 

 

In die badkuip vol makke schapen, met hun angstvisioenen, en door ‘aanstelleritis’ voortgedreven zielepoten, is het heerlijk vissen voor schrijvers, journalisten, programmamakers, therapeuten en juristen. Maar de rijke vangst zet geen zoden aan de dijk, omdat het leidt tot een wereld waarin wantrouwen de norm wordt, en iedereen veel teveel tijd kwijt is met ‘onecht’ zijn, om nog aandacht te besteden aan de dingen die ertoe doen. Je kinderen opvoeden, de samenleving voeden met informatie die belangrijk is om de zaak bijeen te houden, en produceren ten behoeve van de welvaart en het welzijn van jezelf, en anderen.

Laatste deel drieluik over vrijheid van meningsuiting

De ultieme ‘voyeur’ breekt in op een computer, of in een woning, en legitimeert die inbraak met een beroep op zijn of haar functie als aangestelde, of zelf-benoemde ‘fatsoensrakker’. De narigheid is daarbij, dat als je datgene wat hun interesse heeft open en bloot in de etalage zet, ze ‘flippen’. Ze willen dat je het verborgen houdt, en dat zij het moeten vinden, anders is de lol eraf. Datgene wat hun ‘lust’ opwekt, moet derhalve een ‘taboe’ zijn, blijven, of worden. 

 

Een aantal enquêtes die hier ooit stonden gingen direct, of indirect, over het ‘getuige’ zijn in de ‘Ouderwetse’ tijd, als er een pak slaag werd uitgedeeld. Wat deed dat met je? Of wat zou het met jou hebben gedaan als je ooit in zo’n situatie terecht was gekomen? En wat doet het met je als iemand er ‘open en bloot’ over schrijft? Doorbreekt dat de ‘betovering’? En wat is de herkomst van die ‘betovering’ dan? Is een deel van die ‘betovering’ gekoppeld aan het idee dat het ‘verboden’ is? Als ik hier schrijf over ervaringen met straf in mijn eigen jonge jaren, ‘flipt’ u dan, omdat het voor u, als ‘voyeur’, de spanning wegneemt die het voor u juist zo ‘opwindend’ maakt? En ‘opwindend’? Hoe dan? Schaamt u zich daarvoor? Wordt u wellicht boos op mij, omdat ik het te gemakkelijk maak? Hoe werkt dat in uw brein?

 

Hoeveel ‘detaillering’ kunt u aan, voor de ‘lol’ eraf is? En als ik schrijf dat ik het niet bezwaarlijk vind om uw ‘lol’ de wind uit de zeilen te nemen, omdat ‘voyeurisme’ maatschappelijk problematisch is, en het zowel de opsporing van serieuze misstanden en misbruik in de weg staat, als de hulp aan slachtoffers, vindt u mij dan een 'spelbederver'?. De ‘therapeut’ die zich heimelijk verlustigd aan de verhalen van de patiënt, en de politieagent die een ‘kick’ krijgt van de jacht op criminelen, zijn wellicht niet de mensen die we nodig hebben om patiënten te helpen, en criminaliteit de kop in te drukken. 

 

Het is een vreemd spel van ‘kat en muis’ tussen de ‘voyeur’ en zijn of haar slachtoffer, als beiden investeren in ‘geheimhouding’. Slachtoffers doen dat vanuit eigen beleving, of omdat het hen door een ‘taboe’, en/of de wet wordt opgedrongen. De ‘voyeur’ kan zichzelf wijsmaken buitengewoon nobele bedoelingen te hebben, ook al borrelt en bruist het onder die flinterdunne laag vernis van hypocriete argumenten, die hij of zij angstvallig verborgen houdt voor de rest van de wereld. Of het is een schurk, die uit is op manipulatie, chantage en andere narigheid. ‘Openheid’ confronteert de ‘voyeur’ met zichzelf, en het haalt de schurkenvariant de wind uit de zeilen. Het is waar dat het ‘openbaar’ maken van vertrouwelijke informatie, van informatie die je liever niet met de hele wereld zou delen, in die vorm geen vrijheid is. Er wordt je geen keuze gelaten. Je kunt wachten tot een ’schurken-voyeur’ die informatie naar buiten brengt, en dan schouderophalend reageren, maar beter is het om zelf je ‘moment’ te kiezen. 

 

Dat is dus nog iets anders dan ermee lopen leuren, zoals ze in de ‘Show-biz’ doen, waarbij het niet zelden ook nog eens onwaar is wat ze aan ‘schokkende’ onthullingen over zichzelf naar buiten brengen, om het ‘voyeurisme’ van het publiek te voeden, en de ‘schurken-voyeurs’ van de media de wind uit de zeilen te nemen. Zoals ik het aan u presenteer, is het defensief. U schiet er zelf niets mee op. Maar het onschadelijk maken van de ‘schurken-voyeurs’ dient wel een maatschappelijk doel, en het laat ook zien dat je geen therapie nodig hebt. Dat je geen slachtoffer bent. Geen dader. En geen patiënt. Er valt niets aan jou te verdienen. 

 

De gedachten, emoties, gevoelens en sentimenten die bij de ‘voyeur’ opborrelen bij het zien, horen of lezen zijn een gegeven. Die heb je als individu niet in de hand. Het overkomt je. Maar wat doe je ermee? Cultiveer je het, en ga je op zoek naar wegen om er een slaatje uit te slaan? Als onvervalste ‘schurken-voyeur’, of een carrière als ‘zedenprediker’, ‘journalist’, ‘onderzoeker’, ‘therapeut’, ‘spion’, of ‘opsporingsambtenaar’? 

 

Tegenover de ‘voyeur’ staat de ‘exhibitionist’. Gespeelde preutsheid tegenover uitbundige verwaarlozing van het intieme, particuliere, private, en de opzettelijke provocatie van elke norm. Die twee hebben teveel macht in onze samenleving. Ik respecteer hun gedachten, gevoelens, emoties en sentimenten, en gun hen die ook, zolang hun gedrag maar geen schade toebrengt aan anderen. In ons allemaal schuilt, op uiteenlopende niveaus, wel een ‘voyeur’, waar mensen verzot zijn op ‘roddelprogramma’s’, of een ‘exhibitionist’ waar we het wel leuk vinden om een beetje te ‘dollen’ met gevoelige types. Maar het moet niet ons hele leven gaan beheersen. En het wordt kwalijk als we daardoor geen verstandige dingen meer kunnen zeggen over menselijke interacties, en of die nuttig, nodig, of zelfs onontbeerlijk zijn voor het stabiel houden van de samenleving. 

 

Dit is voor mij een afsluitende bijdrage van een drieluik over de vrijheid van meningsuiting. ‘Openheid’ als een defensief mechanisme is eigenlijk geen goede ontwikkeling, waar het beter zou zijn als die ‘openheid’ beperkt bleef tot de omgeving van nuttige informatiestromen, die (zelf-) onderzoek voeden waar de hele maatschappij van profiteert. Wat dan ook weer verwijst naar respect, waar we de openheid die iemand betracht over gevoelige onderwerpen ook niet misbruiken. Dat we begrijpen waarom iemand met bepaalde informatie naar buiten komt, en we ons richten op het helpen van diegene, en niet onszelf ‘vermaken’ met dat ‘kadaver’. We kunnen de ‘voyeur’, of de ‘exhibitionist’ in onszelf niet wegwensen, en het is zelfs beter om die onder ogen te komen. Maar in ons gedrag hebben we keuzes te maken. Het lijkt wellicht logisch om te kiezen voor het beperken van het aanbod, om de verhalen of beelden die de ‘voyeur’ in ons prikkelen uit de roulatie te halen, maar dat is ondoenlijk, als je bedenkt dat de ‘voyeur’ in u een andere is dan de ‘voyeur’ in mij. Wel moeten we nadenken over de moedwillige productie van materiaal dat de ‘voyeur’ in ons boven brengt, als daardoor iemand beschadigd wordt. En dat luistert nauw. U kunt denken: ‘Grapje!’, en die ander blijft met een levenslang trauma achter.

Wat is nu verstandig?

Velen die de ‘Ouderwetse’ tijd op handen dragen, of fel aanvallen, begrijpen wellicht niet waarom ik zo’n warm pleitbezorger ben van de vrijheid van meningsuiting. Ze menen dat het juist zo’n verademing is dat je destijds niet zomaar alles kon zeggen, en doen, vanwege ‘fatsoensnormen’. Of ze zijn juist dankbaar dat die ‘fatsoensnormen’ tot de grond toe zijn afgebrand, en dat je nu in vrijheid je ‘geaardheid’ kunt etaleren, ook als iemand anders daar aanstoot aan neemt. 

 

Beide groeperingen hebben, in mijn ogen, ongelijk. Vrijheid verwijst niet naar respectloosheid als een basisprincipe, of zelfs de opdracht om anderen te ‘bevrijden’ door ze te conditioneren tot ze accepteren dat jij ‘anders’ bent. In de eerste helft van de vorige eeuw werd ineens ‘alles’ bespreekbaar, ook al was dat niet op het niveau van de publieke ruimte, in alle gevallen. Ik denk dan vooral aan de psychoanalyse, maar ook de kunst die de tongen los maakte. Die kijk op de vrijheid van meningsuiting legt erg de nadruk op functionaliteit, en neemt afstand van banaliteit. Het is niet ons recht, of zelfs de plicht, om anderen te shockeren, en te provoceren, maar waar dat zinvol is moeten we hen wel kunnen informeren. En die kijk op de vrijheid van meningsuiting is nu met de grond gelijk gemaakt, waar die zwaar leunt op respect voor de privacy en de vertrouwelijkheid. 

 

De vrijheid van meningsuiting heeft, in mijn lezing, niet eens een raakvlak met de openbaarheid. Sterker nog, te pas en te onpas lukraak dingen kunnen ‘zeggen’ die in je opkomen, is eerder het tegenovergestelde als het de vrijheid van anderen schade toebrengt. Dat zorgt slechts voor het verharden van standpunten, en het leidt ertoe dat mensen al vroeg leren dat ze de protectie van een ‘fanclub’ op moeten zoeken. Wat weer uitmondt in ‘kopschoppen’ en gewetenloze liquidaties op klaarlichte dag. ‘Sorry, wat heb ik met jou te maken!?!’

 

Het functievrije etaleren van ‘wie je bent’, het te koop lopen met je ‘identiteit’, zorgt ervoor dat mensen ook niet meer naar elkaar luisteren. Ze verliezen de interesse in elkaar. In Cannes werden de nieuwste films aan het publiek en de critici getoond, en het is een etalage geworden van seksuele extravagantie, omdat het publiek ‘geprikkeld’ wil worden, of het anders af laat weten. Dat aspect van ons wezen, de ‘lust’, moet je niet uit beeld willen drukken, noch proberen te stroomlijnen door bepaalde groepen met een zekere ‘geaardheid’ in het zonnetje te zetten. Het is goed als dat respectvol besproken kan worden op een plaats waar dat betekenis heeft, inzicht verschaft, en waar nodig de scherpe kantjes eraf kunnen worden gehaald om te voorkomen dat men anderen schade berokkent. 

 

Maar de hele samenleving mobiliseren om ‘jury’ te zijn, en je leven in te richten rond ‘wie je bent’ op dat niveau van je functioneren, is tragisch. Vooral voor die samenleving die zich mee laat slepen, en met ogen als schoteltjes naar steeds uitzinniger excessen moet kijken, tot er alleen nog maar ‘Likes’ over zijn van een afgestompt, murw gebeukt publiek. Maar hoe komt het nou dat we die kant op zijn gedreven? En is er nog wel een weg terug? Dat laatste veronderstelt dan dat we overeenstemming bereiken over het idee dat we iets verloren zijn onderweg, wat de moeite is om weer terug te vinden, maar dat is op dit moment nog geen gelopen race.

 

Maatschappelijke ontwikkelingen hebben nooit maar één, unieke oorzaak. Maar waar ik eerder verwees naar de doorbraak van de psychoanalyse, waardoor uiteenlopende ‘barrières’ geslecht werden, en ineens bespreekbaar werden, tenminste op de bank bij de therapeut, was dat aanvankelijk een tamelijk elitaire aangelegenheid. Het bestond, de mogelijkheid was er, en er werd over gepubliceerd, maar het was niet voor ‘Jan met de Pet’. Echter, die elite had er in zekere zin ook meer last van, omdat het keurslijf van dingen die ‘niet gezegd’ mochten worden daar strakker was aangesnoerd. ‘Jan met de Pet’ had veelal meer vrijheid in de ‘kroeg’, en zijn vrouw in het ‘naaikransje’. En vandaar mijn verwijzingen naar het ‘stamtafeloordeel’ in veel eerdere publicaties. Ongedwongen, ongenuanceerd, ‘recht voor zijn raap’ je mening geven. En in die omgeving ook dingen van jezelf vrijgeven die je elders niet in het ‘beleefde gesprek’ in zou brengen. 

 

Op het ‘burgerlijke’ niveau groeide daardoor de belangstelling voor de ‘psychologie’, en velen die voor die studie kozen deden dat omdat ze bij zichzelf iets hadden ‘ontdekt’ wat ‘niet in de haak’ was, in de hoop om via hun studie daar meer over te weten te komen, en mensen te kunnen vinden die bereid waren om, zonder vooroordeel, te luisteren. Bij wie ze hun hart konden luchten. Vervolgens leidde dat tot een tsunami aan ‘zelfhulp-boeken’ en ‘therapie’ als standaard-oplossing voor ieder probleem, wat samenkwam met het meer ‘volkse’ verlangen naar een leven ‘in de kroeg’, inplaats van in de ‘gevangenis’ van het fatsoen, en zie wat het ons heeft gebracht. Vrijheid van meningsuiting die zonder betekenis is. Roekeloos overal je opinie spuien, ook al zeg je vandaag iets anders dan gisteren, en weet je nog niet hoe je er morgen over denkt. 

 

De oorspronkelijke voorvechters van het recht op vrije meningsuiting stond dit, wat we er nu van hebben gemaakt, zeker niet voor ogen. Ook al omdat al die losjes rondvliegende meningen steeds meer ‘kopschoppers’ genereren, van mensen die de daad bij het woord voegen, en anderen een ‘doodschop’ verkopen, censureren, bedreigen, treiteren, en middels ‘social shaming’ en andere onfrisse technieken de mond snoeren. Terwijl ze zichzelf op het podium hijsen van de ultieme voorvechters van de vrijheid van meningsuiting, maar nu moeten we naar hén luisteren, want jij bent lang genoeg aan het woord geweest. 

 

Die dierentuin is geen progressie, maar degeneratie. En ik realiseer mij dat deze schets heel veel potten breekt, en niet bruikbaar is als een handleiding die moet leiden tot een restauratie van het gezonde verstand, maar dat zie ik ook niet als mijn taak hier op deze website. Ik heb de wijsheid niet in pacht, en geen plan klaarliggen. Het is uiteindelijk niet mijn verantwoordelijkheid om nog grotere schade af te wenden, maar onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Er is niet één onfeilbare matrix om het goed te doen. Maar als we ons verstand niet gebruiken, kunnen we het beter inleveren.

Daar komt narigheid van

Als u mocht bepalen wie er mee mocht praten in de samenleving, en wie er het zwijgen opgelegd dienden te worden, zou u die uitnodiging dan accepteren? Een gewetensvraag, want we hebben allemaal wel mensen aan wie we ons ergeren. En we weten ook, uit ervaring, en uit de geschiedenisboekjes, dat sommige mensen ronduit gevaarlijk kunnen zijn, als je ze de ruimte geeft. Als een tumor nemen ze het publieke debat over, en dat loopt niet goed af. 

 

Anderzijds zijn er voorbeelden van mensen die de mond werd gesnoerd, die achteraf alle gelijk van de wereld hadden. Letterlijk de mond snoeren is in deze tijd nog niet zo eenvoudig, maar dat betekent niet dat de ambitie er niet meer is. Er zijn nog vele andere mogelijkheden om ervoor te zorgen dat wat iemand met ons wil delen simpelweg niet gehoord wordt. Overstemd, weggedrukt, belachelijk, of verdacht gemaakt. Een gangbare methode is de mobilisatie van de ‘expert’. Iemand die er voor ‘gestudeerd’ heeft. En daarmee tracht ik niet de weerzin die er in sommige delen van de bevolking is ontstaan tegen ‘experts’ door de ervaringen van het afgelopen jaar aan te wakkeren. Maar we moeten wel realistisch blijven, en ons realiseren dat ‘boekenwijsheid’ het soms aflegt tegen ’streetsmart’ zoals het tegenwoordig wordt genoemd, wat je in het verleden ‘boerenverstand’ zou hebben genoemd. 

 

Wie een ander wantrouwt, doet er goed aan eerst bij zichzelf te onderzoeken waar dat wantrouwen vandaan komt. Als de eigen kennis ontoereikend is, waardoor men de discussie niet aankan, is dat een goed argument om de eigen kennis bij te spijkeren. Het is geen reden om te capituleren, als men niet overtuigd is geraakt. Ook voor de toeschouwer die een discussie observeert, is het belangrijk om niet meteen met de ‘winnaar’ van het debat weg te lopen, maar om degene die het onderspit heeft gedolven meer krediet te geven, omdat hij of zij het tenminste aandurfde om in debat te gaan. Sterker nog, ‘winnaar’ is niet zelden een optische conclusie, die eerder is te herleiden tot technieken en ‘presentatie’, of de beheersing van ‘duur jargon’, dan het vermogen om te overtuigen middels feitenkennis en steekhoudende argumenten. 

 

Daarnaast betoog ik hier op deze website al vanaf het begin dat wat ‘correct’ is voor jou, niet noodzakelijk ‘correct’ is voor iedereen. En het censureren van ‘andersdenkenden’ is dan het summum van bekrompenheid, en niet van wijsheid. Censuur vereist een machtspositie. Niet noodzakelijk een formele machtspositie. Een ‘internetprovider’, de eigenaar van een ‘zoekmachine’, het bedrijf dat uw e-mailverkeer beheert, het platform voor ‘sociale media’ en ‘forums’, zij allen bezitten geen autoriteit. Het kan, in moreel en ethisch opzicht, tuig zijn. Penose. Maffia. Dat we in de samenleving zo laks reageren op ontwikkelingen in die sectoren die haaks staan op het principe van de vrijheid van meningsuiting, vind ik zelf verbazingwekkend. En het roept de vraag op of je dergelijke ‘diensten’ niet moet laten verzorgen door een overheid, die formeel de autoriteit is. De keuze voor controle achteraf hindert het publieke debat, dat de levensader is voor een gezonde samenleving.

 

Voor mij is er een scherpe scheiding tussen een website, die privé is in de zin van het eigendomsrecht, en daarom niet gedwongen kan worden contraire meningen te publiceren, net zomin als een krant daartoe gedwongen kan worden, en de eerdergenoemde dienstverleners. Deze website had ooit een ‘commentaar-sectie’, die lezers de gelegenheid bood om rechtstreeks commentaar toe te voegen onder een bijdrage van mijn hand. Maar die moest ik dan wel eerst ‘goedkeuren’. Ik censureerde niet op inhoud, maar wel op toonzetting en relevantie. Scheldkanonnades, bedreigingen, vuilbekkerij en ‘spam’, maar ook polariserende haat-teksten, kwamen niet door de censuur. Die sectie moest ik opheffen, omdat sommige mensen zich er niet langer durfden te vertonen door de taboesfeer die steeds hogere muren rondom het onderwerp optrok, en door een ‘glitch’ of 'hack' slaagde iemand er toch in scheldkanonnades, bedreigingen en vuilbekkerij toe te voegen, waardoor de functie verloren ging. 

 

Mijn eigen criteria vind ik verantwoord, en fatsoenlijk, maar het zijn mijn eigen criteria. En wat ik typeer als ‘schelden’, ‘bedreigen’, ‘vuilbekken’ en ‘haat’, zal een ander zien als ‘effectief communiceren’. Zolang ik die geluiden op mijn eigen website onzichtbaar maak, maar die ander op zijn of haar eigen website er goede sier mee kan maken, is er maatschappelijk niks aan de hand. 

 

Waar ik censureerde op relevantie ligt het helemaal gevoelig. Bepaalde details beoordeelde ik subjectief als irrelevant, zoals ik ook steeds heb gesteld open te staan voor een discussie over de ‘volwassen spelvariant’, als iemand daar behoefte aan heeft na het lezen van een bijdrage van mijn hand, maar dat ik verschoond wil blijven van de ‘intieme details’, en hoe dan ook geen ‘links’ of foto’s wil ontvangen, of uitnodigingen voor groepen die in die richting actief zijn. Dan vind ik zelf dat ik al héél veel ruimte bied, en bescherm ik mijzelf, en u, tegen teleurstelling. 

 

Vooraf bepalen waar precies je eigen grenzen liggen, strikter dan wat de wet voorschrijft, is bepaald geen sinecure. Die grenzen ook nog helder communiceren leidt tot een ‘handboek’ als bijlage, waarvan iedereen weet dat niemand dat leest. Op publieke forums waar ‘moderatoren’ de scepter zwaaien, leidt het allemaal regelmatig tot onsmakelijke vertoningen en machtsmisbruik. Dat een forum moet ‘modereren’ om uitlatingen en teksten die in strijd zijn met de wet buiten beeld te houden, dat begrijpt een kind. Voorkomen is daar beter dan genezen. Dan moeten de wetsteksten wel ondubbelzinnig duidelijk maken wat er van de burger op dat vlak wordt verwacht, uiteraard. En dat is helaas ook al niet meer het geval. Maar waar ik mij aan stoor, is dat subjectieve criteria veel vaker het argument zijn om een dialoog te blokkeren, en dat is voor een forum, een ‘zoekmachine’, of een ‘platform’ geen goed uitgangspunt. Als mensen met tegengestelde meningen uitsluitend met elkaar in gesprek kunnen, ieder in zijn eigen uithoek van het internet, dan werkt dat polarisering in de hand, en daar komt narigheid van.

Tegen dovemansoren

Praten tegen ‘dovemansoren’ verwijst naar falende communicatie. Het verwijst ook naar ongeduld. In onze communicatie ligt de opdracht besloten om anderen te beïnvloeden, zelfs al ligt dat er niet duimendik bovenop, en hebben we er niet over nagedacht. Zelfs volstrekt betekenisloos gekwebbel over ‘niets’ heeft een functie. Het bouwt bruggen, onderhoudt bruggen, of blaast ze op. Het is de smeerolie binnen een samenleving. Bij ‘dovemansoren’ zijn we gefrustreerd, omdat degene die we willen bereiken ons negeert. 

 

Dat kan leiden tot een abrupte explosie van emoties, gevoelens en gedachten, of zelfs geweld, of degene die niet reageert wordt uiteindelijk genegeerd. Buiten de orde geplaatst. Afgeschermd. Voor ‘gek’ verklaard, of opgesloten. Echter, in een samenleving waarin het individualisme wordt verheerlijkt, verandert de dynamiek. Zo’n samenleving bestaat uit eilandjes, en bruggen zijn hinderlijk, omdat ze verkeer mogelijk maken die de serene rust op je eilandje verstoort. Het opblazen van bruggen wordt de norm. Het is niet eens persoonlijk. Maar niks met jou te maken. Sorry. 

 

In de praktijk is zo’n eilandenrijk echter niet productief, en ook erg eenzaam. Mensen leven optisch wel met elkaar, en het kan zelfs héél druk zijn op bepaalde locaties, maar ze hebben niks met elkaar. Ze gebruiken en misbruiken elkaar voor hun genot, maar verder kan die ander doodvallen. Sorry. 

 

Het oorspronkelijke ‘dovemansoren’ is meer iets van de tijd waarin men verbindingen aanging ‘tot de dood ons scheidt’. Communicatie is dan cruciaal. En, zoals gezegd, ook het betekenisloze gekwebbel, dat niet zonder betekenis is, als je er goed naar kijkt. Maar wat je nu ziet gebeuren, is dat mensen op hun eilandje gek worden van het communiceren met zichzelf, en dat er niemand iets terugzegt, waardoor ze steeds vaker hun megafoon pakken, en eisen dat anderen ‘luisteren’. In isolatie op hun eilandje, pratend tegen zichzelf, hebben ze de meest waanzinnige voorstellingen ontwikkeld van een ideale wereld, waarin ook ruimte is voor anderen, maar dan als slaven van hun megalomane, corrupte superego, die slechts 'likes' produceren.

 

Communicatie faalt als iemand die wordt aangesproken weigert te luisteren naar wat je te zeggen hebt. Het faalt ook als je er niet in slaagt om dat wat je te zeggen hebt helder onder woorden te brengen. Echter, de meest waardevolle communicatie gaat over complexe zaken die zich wel lenen voor beïnvloeding, maar zonder zicht op het bereiken van een consensus. De eilandjes hoeven niet aaneen te worden gesmeed tot een klont ‘vasteland’, maar er moet wel verkeer mogelijk zijn. 

 

Onze hersenen functioneren ook zo, waar neuronen en synapsen ‘vuren’ om naastgelegen neuronen te activeren. Signalen die van het axon van het ene neuron oversteken naar het dendriet van het andere neuron. Het geheel noemen we ons ‘brein’, en het product van ons ‘brein’ bepaalt hoe we handelen. Maar als het één massa wordt, heb je Alzheimer of ‘BSE’ (Gekke koeienziekte). En als de synapsen niet meer ‘vuren’, de bruggen allemaal zijn opgeblazen, dan ben je dood. De kwaliteit van die communicatie tussen de neuronen luistert nauw, maar een eensluidende matrix is niet te geven. En dat geldt ook voor de samenleving, en voor de wijze waarop we mondiaal met elkaar omgaan. Eén deel van de hersenen dat in isolatie van de rest van de hersenen als een tumor groeit, en vervolgens een megafoon pakt om de rest van het brein de les te lezen, pakt niet goed uit voor het organisme. 

 

Waar ik hier in het verleden mijn beklag deed over het stilvallen van de communicatie over het thema dat hier centraal staat, stelde ik steeds dat het geen klacht was. Dat ik anderen niet kan dwingen, en al zou ik dat kunnen, ik dat niet zou willen. Met andere woorden, ik praat hier niet tegen ‘dovemansoren’, maar doe gewoon mijn ‘ding’, en ik zie wel. Het zou tragisch zijn als ik trachtte anderen te overtuigen van mijn eigen gelijk, of als ik ‘gehoord’ wilde worden omdat ik mij zo eenzaam voel. Maar daar is geen sprake van. Bij mij zijn de bruggen nog niet opgeblazen waar ze mij verbinden met de mensen die waardevol voor mij zijn, en ik besteed ook tijd en aandacht aan het onderhoud. Ik ben niet bevangen door het virus van het individualisme en heb geen vertrouwen in het ideaal van geoptimaliseerd genot als mijn hoogste roeping. Ik voel mij er goed bij, dank u.

Maar nooit geluk gekend

Hedonisme staat in de filosofie voor de leer die stelt dat genot het hoogste goed is. Hier op deze website heb ik mij daartegen afgezet, omdat het volgens mij een veel te simplistische kijk op de mens is, die geen recht doet aan het complexe geheel, en de mogelijkheden die we hebben om boven dat niveau van die ‘trekpop’ uit te stijgen. 

 

Als je je afzet tegen dat idee, dan is de narigheid dat je bijna volautomatische in de andere hoek gedrukt wordt, van mensen die menen dat we op aarde zijn om te lijden, opdat we in het Hiernamaals beloond worden. Daarmee raakt mijn kijk op de complexe mens ‘lost in translation’. Ook omdat ik geen alomvattend recept heb voor wat het dan wél zou moeten zijn. En dan verliezen mensen de interesse. Nou ga ik hier geen lans breken voor mensen die voortdurend kritiek op anderen hebben, maar als je hen dan vraagt hoe het wel moet, zeggen: ‘Dat weet je zelf wel!’ Nee dus, anders vroeg ik het niet.

 

Enig verbod legt een beperking op aan de mens, en als die mens daar zijn of haar genot haalt uit wat verboden is, dan is dat een probleem voor de hedonist. Die zal dat verbod willen omzeilen, tenzij hij of zij zich de argumenten die voor dat verbod pleiten eigen maakt. Daarnaast kan een opmerking dat je iets niet ‘zo’ moet doen, zoals je van plan was, er op wijzen dat de ander weet dat dat mis gaat, en hoe je het wél moet doen, om het resultaat te hebben dat je wenst. Niet in de vierde versnelling proberen weg te rijden, maar in de eerste. 

 

De problemen ontstaan als iemand niet wéét hoe het wél moet, en er ook geen verbod is dat leidend is, maar de ander ‘vindt’ dat je iets niet ‘zo’ moet doen. Ik studeerde vroeger liggend voor de radio, afgestemd op Veronica, de piratenzender met pop-muziek, en mijn ouders begrepen er niks van. Maar de resultaten waren goed genoeg, en mijn schoolwerk was mijn eigen verantwoordelijkheid, dus lieten ze mij begaan. Een advies om te overwegen het anders te doen, omdat het wellicht tot betere resultaten leidt, is nog iets anders dan iemand verplichten. 

 

En waar het pijn gaat doen, is waar iemand zijn of haar autoriteit inzet om verandering af te dwingen, het vervolgens fout gaat met degene die gedwongen iets anders doet, en de autoriteit er nog een schepje bovenop gooit. Tegelijk is er in sommige gevallen simpelweg geen ruimte voor optimaliseren. Het kan technisch mogelijk zijn, maar onwerkbaar in de praktijk voor degene die de eindverantwoordelijkheid heeft. Als er in mijn jonge jaren een formeel lesuur uitviel, en het werd omgezet in een ‘studie-uur’, was er geen debat over de vraag of Veronica wellicht aan mocht. Het was geen punt van discussie. Er werden geen vergaderingen over belegd, het werd niet voorgelegd aan het ‘schoolparlement’, er waren geen ‘inspraakrondes’, en er werden geen Kamervragen over gesteld. Het werd ook niet voorgelegd aan de rechtbank. 

 

Volgens een kop in mijn ’newsfeed’ vliegen er nu vliegtuigjes over Nederland waarin gevraagd wordt de ene ‘BN-er’ te steunen in haar strijd tegen haar ex, die al veel langer ‘BN-er’ is, en waardoor zij nu ‘naam’ heeft gemaakt, en ook ‘BN-er’ is. Ik heb maar niet op die link ‘geclickt’, want het interesseert mij de rozen, en hopelijk zijn haar fans die die vliegtuigjes huurden niet van ‘Het Klimaat’, want dan krijg ik zo’n onbedaarlijke lachbui, dat u wellicht denkt dat ik geniet, maar dat is niet mijn Hedonistische ‘Ik’ die in de lach schiet. Ik heb gewoon iets met gekkigheid en mensen die bloedserieus de grootste kolder kunnen verkopen. En dan kan je in deze tijd echt je lol op! Maar het is natuurlijk wel verschrikkelijk triest, dat soort aandachttrekkerij. 

 

Doorgaans gaat het om lieden die uitstralen dat Hedonisme hélemaal hun ‘ding’ is. En die niet begrijpen waarom het geluk hen niet toelacht. Het is in die gevallen ruimschoots te laat voor een ‘Goed Gesprek’, en als regel zijn ze allang ingevangen door een heel leger profiteurs, die zich ’therapeut’ noemen. Gieren lijkt mij een beter woord in dat soort gevallen, al zal het best zo zijn dat de meesten zichzelf geweldig serieus nemen, en écht denken dat ze iemand weer kunnen helpen de weg terug naar het maximale genot te vinden na een serieuze ‘kreukel’ in de privésfeer, die echter publiek bezit is omdat ze ‘BN-er’ zijn. In de praktijk past hun hele wereld op een postzegel, en voelen ze zich niet zelden verschrikkelijk eenzaam. En als het eindigt in suïcide, of een publieke inzinking, en onsmakelijk verval, heb ik vreselijk met hen te doen. Een leven vol genot, maar nooit geluk gekend. Er had zoveel meer ingezeten, als ze zich niet de kop gek hadden laten maken door een wereld waarin het genot de boventoon voert.

Niet wat, maar hoe

Geen gebrek aan kwesties die de aandacht opeisen. Corona beheerst ons leven. Dan is er de tragische dood van een misdaadverslaggever. De overstromingen. En in het verlengde daarvan een zomer die snikheet zou zijn, maar vooralsnog behoorlijk teleurstelt. Huizenprijzen die een astronomische hoogte hebben bereikt, evenals de brandstofprijzen, die best nog wel eens een Euro per liter kunnen gaan stijgen omdat de regering geld nodig heeft. En als de loonsubsidie straks wegvalt, omdat het niet meer op te hoesten is, en bedrijven alsnog failliet gaan, of dramatisch moeten ‘afslanken’, wat blijft er dan nog over om blij van te worden?

 

Tegen die achtergrond schrijven over opvoeden is een ondankbare taak. Sterker nog, het is begrijpelijk als mensen stuiten op een ingewikkeld verhaal zonder veel praktisch nut, en tegen hun computerscherm roepen: ‘Heb je niks beters te doen!’ Dat is een variant op het thema van mijn vorige bijdrage. Sommige mensen lijken teveel met zichzelf bezig te zijn. Verkeerde prioriteiten. Opvoeden! Man! Zie je niet hoe druk we het hebben?

 

Ja, en nee. Inplaats van bloemen en knuffels leggen op de plek waar Peter R. de Vries werd neergeschoten, zie ik meer in het bedenken van mogelijkheden om dat in de toekomst te voorkomen. En als ik niet in een gebied woon dat getroffen is door noodweer, en ik niet druk in de weer ben met het slepen met huisraad en zandzakken, dan heeft dat voor mij geen prioriteit. Het is nieuws. Maar geen gespreksthema. Het is gebeurd en je kunt er niks aan veranderen. Wellicht dat de regering iets kan doen, maar wat verwacht u van mij? En ja, stijgende prijzen, en toenemende onzekerheid, zijn beslist iets om in de gaten te houden, maar zeker ook iets dat de armslag van ouders en anderen die verantwoordelijk zijn voor kinderen enorm zal beperken, met alle consequenties van dien. 

 

Een tegenvallende zomer, opnieuw afgelaste festivals, en ondanks het gegeven dat praktisch iedereen vanaf twaalf jaar nu ‘geprikt’ is spectaculair oplopende ‘gevallen’ van corona, waardoor vakantieplannen in het water vallen, zal best wel eens tot spanningen binnen het gezin leiden. Hoe ga je daar dan mee om? Is dit zo’n moment waarop je als ouders je kinderen moet manen kalm te blijven, omdat het nou eenmaal niet altijd rozengeur en maneschijn is in het leven? Of ga je voorop in de uitbarstingen van woede en frustratie, en onderstreep je daarmee dat je als volwassene ook maar een dobber bent op een oceaan van emoties? 

 

Ga je samen met je kind op zoek naar oplossingen? En als dat kind zich verdiept in de materie, en aan komt dragen met tegendraadse informatie, afwijkend van wat de overheid en de gangbare media ons voorzetten, ga je dan bovenop de rem staan? Of ga je op zoek naar feiten en argumenten die overtuigen? Ook als dat een hachelijk avontuur blijkt, omdat er zoveel tegenstrijdige informatie is, en zelfs de experts het onderling niet met elkaar eens zijn? Welke expert moet je dan vertrouwen? En kun je die voorkeur overbrengen aan je kind? 

 

Dit is geen omgeving waarin je als opvoeder wegkomt met straf opleggen, zonder dat je het respect van je kind kwijtraakt. De ene keer mág je niet. En dan moet het ineens. Het wemelt van de arbitraire scheidslijnen en beslissingen. Al helemaal als je wereldwijd gaat kijken. Afgeladen voetbalstadions met schreeuwende, juichende, huilende, en elkaar omhelzende mensen die naar een potje voetbal kijken. Maar het optreden van je favoriete band wordt afgeblazen. Leg dat maar eens uit aan een kind dat zelf geen risico loopt om te overlijden door corona. En we gaan het klimaat redden, maar vervolgens zie je hoe je helden uit die groene wereld per raket even voor hun plezier naar de rand van de dampkring vliegen. 

 

Er zijn inmiddels zoveel onlogische verplichtingen en adviezen, over elk aspect van het leven, dat ik ouders van nu niet benijdt. U moet het mij maar niet kwalijk nemen, maar ik vrees toch dat dat ook komt omdat zoveel mensen met goede bedoelingen zich nooit de vraag stellen hoe je dat ooit uit gaat leggen aan je kinderen? De vertaalslag van een ‘hersenscheet’ naar de opvoeding van kinderen die ermee moeten leven komt niet voorbij in de vergadering. Sterker nog, in veel gevallen zie je hoe volwassenen een ‘hersenscheet’ van hun kinderen oppakken en ermee vandoor gaan alsof het een geniale ingeving is, terwijl éven nadenken je tot het inzicht zou brengen dat het onuitvoerbaar is, of dramatische consequenties heeft op de wat langere termijn. 

 

Met andere woorden: Volgens mij is een brede maatschappelijke dialoog over opvoeden juist belangrijker dan ooit. En dan niet in de zin van wát, maar hoe.

Als je niks te doen hebt......

Dit zijn curieuze tijden, waarin veel gebeurt. En veel wat zou moeten gebeuren, niet gebeurt. Althans, zo komt het mij voor. Geen gebrek aan activiteit. Maar waar zijn mensen mee bezig? Wat staat hen voor ogen? Zien zij zichzelf wel in het juiste licht? Met de regelmaat van de klok kom ik mensen tegen die de indruk wekken geleefd te worden. Verwikkeld in ‘office politics’, een keur aan maatschappelijke organisaties die ambities hebben, en druk zijn met tijdrovende ‘procedures’ om hun gelijk te halen, terwijl ze zich het hoofd breken over wat ze moeten met ‘de kinderen’, niet zelden uit meerdere relaties. 

 

Kranten en televisieuitzendingen maken melding van lange lijsten van mensen met ‘aandoeningen’ die hulp nodig hebben. Men is ziek, bang om ziek te worden, of net genezen maar nog zwak. De medemens is tegelijk een ‘melkkoe’ die wel wat meer kan bijdragen om de zieken en zwakken de helpende hand te bieden, of een vijand. En niet zelden beide. De levendige handel in medelijden en schuldgevoelens, met per individu andere prioriteiten, houdt mensen uit hun slaap. Allerlei activiteiten die ooit geassocieerd werden met ‘vrije tijd’ hebben nu een dwangmatig karakter. Je ‘moet’ een boek lezen. Je ‘moet’ fietsen. Je ‘moet’ sporten. En je ‘moet’ feesten. Of ‘rellen’ als de ‘feesten’ niet doorgaan. 

 

Elke activiteit is ‘geprofessionaliseerd’. Mensen gaan ‘op cursus’ om te leren lopen. Ze contracteren een ‘gids’ als ze een eindje door het bos willen wandelen. Geen roeiboot zonder een instructieboekje. En o wee als je je helm vergeten bent als je ergens de trap op moet! Maar gelukkig ben je goed ‘verzekerd’. Of moet je je daar van de ‘consumentenorganisatie’ zorgen over maken? Wat staat er in de ‘kleine lettertjes’? 

 

Menige studie leidt op tot werkloosheid en met een schuldenberg als bagage. In andere sectoren zitten ze op miljarden, maar kunnen ze geen ‘gediplomeerde’ leerkrachten vinden. Wat mede komt omdat veel leerkrachten zijn ‘doorgestroomd’ naar functies die hen uit de buurt van het klaslokaal houden. Als ze al niet op ‘cursus’ zijn om te leren hoe ze om moeten gaan met ‘LGBT’ onder jongeren. Ook ‘geaardheid’ is inmiddels tot een ware industrie uitgegroeid, met een weelde aan ‘bureaus’, eigen ‘festivals’, en overal ‘campagnes’ waarvoor veel ‘werk’ moet worden verzet. Druk, druk, druk…….

 

Aan genieten van je ‘geaardheid’ kom je amper toe. En ik zag ergens voorbij komen dat een bekende auteur inzake ‘racisme’ een nieuwe ‘bestseller’ uit heeft gebracht, waarin de vloer wordt aangeveegd met blanke mensen die aardig zijn voor niet-blanke mensen. Dat zijn de ergsten! Volgens die auteur. En dan zijn we weer druk, druk, druk met de ‘discussie’ die dat losmaakt, terwijl ik bij mijzelf denk: ‘Kierewiet…..’. Maar daar moet je érg mee oppassen, want als je dat niet alleen denkt, maar ook zegt of schrijft, ben je weer veel tijd kwijt aan dat circus. 

 

Mijn ouders zeiden wel eens: ‘Als je niks te doen hebt, doe het dan niet hier’, als je in de weg liep. Maar die hadden het dan ook écht druk. Wat niet wegnam dat ze wel tijd voor je vrijmaakten als je ergens mee zat, maar dat moest dan even wachten tot een geschikt moment. Het was geen ‘voorpaginanieuws’, als u begrijpt wat ik bedoel. Waar we ‘werk’ en ‘ontspanning’ door elkaar zijn gaan halen, kan ik u niet precies zeggen. Er is geen afgebakend omslagpunt. Het is een proces. Een ‘sluipmoordenaar’. Want als je het verschil niet meer ziet, staat bij alles wat je doet érg veel druk op de ketel. Iemand met een ‘Ouderwetse’ achtergrond, zoals ondergetekende, denkt dan al snel: ‘Waar maakt men zich druk over?’ Hoe kun je nou genieten als je alles wat je doet gaat zien als essentieel? Zelfs als je nutteloos papierwerk verricht omdat iemand op een kantoor bedacht heeft dat dat nodig is, vermoedelijk om zijn of haar eigen ambities en status een extra impuls te geven. Je wéét, terwijl je het plichtsgetrouw invult, omdat het moet, dat niemand er ooit iets mee doet. Hooguit kan het achteraf als bewijs dienen dat een organisatie het allemaal al lang ‘wist’, als het mis gaat. En dan komt er weer een commissie, nadat de subsidie rond is, en zitten er weer duur betaalde mensen rond een tafel, of thuis te ‘Zoomen’, kissebissend over een punt en een komma in de notulen van de vorige vergadering, waarna er een ‘rapport’ verschijnt dat niemand leest, en waar niemand iets mee doet, behalve het ‘in ontvangst nemen’. 

 

Hoe voed je je kind op in zo’n omgeving, in het besef dat de trend niet bemoedigend is, en elk aspect van ons leven inmiddels onder een vergrootglas ligt? Het wordt bestudeerd door ‘gedragswetenschappers’ die gebruik maken van de camerabeelden die elk vermoeden van vrijheid hebben weggenomen als je je in de ‘publieke ruimte’ begeeft, die nog steeds groter wordt. Ik las recent een kop boven een artikel waarin een ‘gedragswetenschapper’ onderstreepte hoe belangrijk die camerabeelden zijn voor haar ‘beroepsgroep’, omdat je met ‘vragenlijsten’ toch niet echt vat krijgt op hoe mensen zich gedragen in ‘coronatijd’. U zult beseffen dat ik juist van mening ben dat camerabeelden niet zoveel zeggen, als je wetenschap bedrijft. Dan is het actuele gedrag slechts het topje van de ijsberg, en wil je weten hoe dat gedrag tot stand komt. Anders blíjf je ‘druk, druk, druk’, en vergaderen, speculeren, proberen, modificeren, modelleren, en rapporten schrijven om subsidie te kunnen vangen. Maar goed, let u niet op mij. Ga rustig zo door, en wie weet…..?

Wat is de waarde van verzet?

In mijn vorige bijdrage ging het over verzet tegen straf, maar wat nou als verzet uitblijft? Ooit raakte ik in discussie met een Amerikaan die principieel tegen slaag als straf was. Ik schetste het beeld van een dader die slaag prefereerde boven een alternatieve straf, wat concreet verwees naar leerlingen op sommige Amerikaanse scholen die de keuze wordt geboden tussen slaag, of nablijven, bijvoorbeeld. Voor hem was dat hét argument om die dader dan te straffen op de manier die niet de voorkeur had, want verzet tegen straf was juist gezond, en het bewijs dat het werkte, want het moest onaangenaam zijn.

 

Dat straf niet iets moet zijn waar je naar uitkijkt, dat is mij helder. Maar waar ik mij met hand en tand tegen verzet, dat is het idee dat straf pas werkt als de dader crepeert. Die zienswijze, dat straf zo onaangenaam mogelijk moet zijn, komt voort uit een zieke geest. De geest van iemand die zichzelf centraal stelt, en straf ziet als ‘vergelding’, waarbij de dader (tijdelijk) is overgeleverd aan zijn of haar grillen. ‘The beatings will continue until morale improves’. Iemand die zo denkt, is geen autoriteit, maar autoritair. Ook als diegene zich verzet tegen slaag als straf. En waar die afkeer van slaag als straf voortkomt vanuit een verlangen om het lijden van de dader tot het maximum op te rekken, om er zo lang mogelijk van te kunnen ‘genieten’, bent u een sadist. 

 

Daarmee is niet gezegd dat uitblijven van verzet tegen straf in alle gevallen duidt op instemming. En instemming hier dan als acceptatie van een onaangename ervaring die volgt op gedrag dat niet door de beugel kon. Zeker waar een strengere vergelding dreigt als de dader zich verzet, kun je er niet vanuit gaan dat de boodschap is overgekomen. En dat is mijn bezwaar tegen het ‘Sorry’ zeggen dat recht zou geven op strafvermindering. Sterker nog, instemming (acceptatie) hangt uiteraard nauw samen met het gegeven dat de dader zich realiseert dat hij of zij iemand schade heeft berokkend. Een ander, of zichzelf. En dat de straf de ‘vertaling’ is van een beter houdbaar argument dan de waarschuwing. 

 

Daarmee is nog altijd niet gezegd dat slaag als straf daarom beter zou zijn, uiteraard. Zeker voor het ‘pak rammel’, waarbij degene die tuchtigt er op los mept, zonder structuur, zonder controle, en zonder plan, vind ik zelf verzet vanzelfsprekend. Vandaar ook dat ik in de tijd dat die discussie woedde over een verbod op de ‘opvoedkundige tik’ zo verbijsterd was over de coulance bij de minister die mensen gerust probeerde te stellen die wellicht een keer de controle over zichzelf kwijt raakten, en dan zouden ‘uithalen’. Sorry, maar dát is juist levensgevaarlijk! En verzet daartegen van het kind dat erdoor wordt getroffen vind ik vanzelfsprekend. Trauma gegarandeerd, zou ik zeggen. 

 

Er zijn geen strakke richtlijnen te geven voor het interpreteren van vormen van verzet. Spontaan, welgemeend, aangeleerd, of ingestudeerd. Meer of minder verzet hangt nauw samen met een hele waaier aan gedachten, gevoelens, sentimenten en emoties, die elk op een andere wijze ‘aangrijpen’, maar tevens op een ander moment, en met een uiteenlopende duur. Ook als daar ‘oneigenlijke’ gevoelens, sentimenten, emoties of gedachten bij zitten, die van de hele ervaring eerder iets maken waar je ‘nieuwsgierig’ naar kunt zijn, of die, door die bril bekeken, de ervaring in een bepaalde fase zelfs ‘aangenaam’ maken, is daarmee het oordeel over de werkzaamheid van de straf nog niet geveld. In het gearchiveerde gedeelte stond ik daar uitvoerig bij stil, en niet alleen in de context van ‘Ouderwetse’ straffen. Hoe ons brein bepaalde elementen kan doen ‘oplichten’ als iets dat aangenaam is, terwijl de ervaring over het geheel genomen wel degelijk als een straf wordt beleefd, is juist iets wat in alle openheid onderzocht zou moeten worden, zonder negatief oordeel vooraf. 

 

Als je niet wilt weten hoe het mogelijk is dat iemand gevangenisstraf beschouwt als een opsteker voor zijn of haar criminele carrière, ben je een zelfvoldaan sujet dat meent dat de wereld om jou draait. Jouw vergelding, en wat kan het je schelen hoe het overkomt? Mijn voorstel in die eerder genoemde discussie met die principiële tegenstander van slaag als straf was om degenen die kozen voor slaag, waar ze ook een alternatieve straf als optie aangeboden hadden gekregen, te vragen naar hun motivatie. Maar dan dieper te graven dan het ‘politiek correcte’ antwoord dat je ongetwijfeld als eerste terug krijgt. Dat antwoord is geen antwoord, maar een constructie die legitimeert. In dat brein is niet maar één gedachte, die toevallig past op wat nog net acceptabel is. Het is een warboel van gedachten, emoties, gevoelens en sentimenten, en mogelijk ook nog met veel twijfels op verschillende momenten, wellicht zelfs spijt van de keuze die hij of zij maakte. Voor, of tegen een bepaalde straf. 

 

De kracht van de verschillende aspecten die bijdragen aan de keuze verschuift daarbij met de tijd, met een andere verdeling tijdens het voortraject, tijdens de uitvoering, en naderhand. Verzet kan zich openbaren op elk van die momenten, evenals instemming. Het krachtenveld dat daarbij aan de dader trekt zou u nog verbazen. Aspecten in de context van de feitelijke straf kunnen een doorslaggevende rol spelen. Iemand kan schuldbewust naar de rechtbank gaan, maar door de persoon van de aanklager, de rechter, of het aanwezige publiek in verzet komen, zelfs nog voor de aanklacht is voorgelezen. Een kind kan woedend reageren op ‘huisarrest’, maar daar vervolgens in de privacy van de eigen kamer ongestoord iets mee doen wat buitengewoon aangenaam is, en het beleven als wraak op de ouders die die straf oplegden, zonder dat die ouders zich daar bewust van zijn. En ik daag u uit om eens te turven hoe vaak mensen lacherig vertellen over straf die ze vroeger kregen. Daar staat dan tegenover dat er ook mensen zijn die in hun kindertijd geen verzet aantekenden, en instemden, omdat ze oprecht meenden dat ze straf verdiend hadden, om dan later alsnog verzet aan te tekenen. 

 

De zelfingenomen mens toont de ene keer compassie, en roept de volgende keer: ‘Stel je niet aan!’, zonder enige oprechte interesse in de ander. Hun referentiekader is niet groter dan hun eigen ‘ik’, en op dat moment. Tref je ze morgen, dan is het nog geen uitgemaakte zaak dat ze identiek reageren. Daarbij kan de ‘omgeving’ ook uitmaken. Op het familiefeest oordeelt men anders dan op de bank bij de psychiater. En ik maar vragen: ‘Wie van al die mensen ben jij nu echt zelf?’ Best lastig.

View older posts »

Zoeken