BLOG

Het lot van het 'gecancelde' kind

Allerlei ‘platforms’ nemen maatregelen om onwelgevallige meningen buiten beeld te houden. Degenen die getroffen worden door die censuur hebben geen wet overtreden, maar de huisregels van het bedrijf dat die ‘dienst’ aanbiedt. In zeer ernstige gevallen wordt iemand radicaal verwijderd, maar omdat het allemaal commerciële bedrijven zijn die wel geld willen blijven verdienen, proberen ze het liefst de kool en de geit te sparen. Ze behouden de klant, geven hem of haar wel nog een ‘platform’ om zijn of haar mening te verkondigen, maar geven die berichten niet meer door aan andere 'gebruikers', en reacties worden onmogelijk gemaakt. Zo blijft het geld binnenkomen, maar spreekt betrokkene in het luchtledige.

 

Op zich valt er iets voor te zeggen dat een commercieel bedrijf zelf mag uitmaken wie ze als klant willen, en wie niet. Dan is het wel te hopen dat zo’n bedrijf het elementaire fatsoen heeft om de gebruiker te informeren als ze ingrijpen, zodat die gebruiker zijn of haar eigen plan kan trekken. Zich verweren tegen het oordeel, de toon aanpassen om weer aanspraak te kunnen maken op de volledige service, of omzien naar een ander ‘platform’. Maar liever zou ik zien dat er een ‘platform’ was dat niet commercieel is, en exclusief verwijst naar de wettelijke bepalingen voor de normen en waarden binnen de ‘gemeenschap’ die er gebruik van maakt. 

 

Ontbreekt dat fatsoen om een gebruiker die getroffen wordt door een sanctie te informeren, dan betekent dat een beperking van zijn of haar meest elementaire grondrechten, waar elke opvatting van recht in de kern het principe hanteert dat iemand zich moet kunnen verdedigen. Anders ben je als burger vogelvrij. Dan kan het gebeuren dat iemand met een belang over jou klaagt, je beperkt wordt in je vrijheid, en je dus straf krijgt, terwijl je je van geen kwaad bewust bent. En ook helemaal niet door hebt dat je sociaal wordt geïsoleerd. Het wordt alleen ontzettend stil, maar dat kan zoveel oorzaken hebben. Waar ik in het verleden wel eens wat nadrukkelijker solliciteerde naar ‘feedback’, doe ik dat inmiddels minder. Maar dat maakt de focus op het belang van de individuele ervaring lastig. 

 

Zo’n heimelijke censuur is niet slechts onfatsoenlijk, maar het cultiveert de mogelijkheid van mensen die snel op hun tenen getrapt zijn, of van huis uit intolerant, om via klachten mensen met wie ze het oneens zijn monddood te maken, door achter hun rug om te klagen bij de ‘juf’. Hopelijk hoef ik u niet te vertellen wat ik van dat soort mensen denk. En nog giftiger wordt het als activisten opzettelijk onacceptabele commentaren toevoegen aan wat jij hebt gepubliceerd, om langs die weg censuur uit te lokken. Voor mij enkele jaren geleden al de directe reden om de ‘commentaar-sectie’ bij dit blog te sluiten. 

 

Laat mij benadrukken dat ik geen enkele reden heb om te veronderstellen dat de ‘service provider’ die mij ruimte op hun server verkoopt onfatsoenlijk handelt, en uw, of mijn rechten schendt. Tegelijk betekent dat ook dat waar ik u voorhoud dat de wet voor mij de grens is, ik dat niet onder druk schrijf, en dat ik heimelijk een andere mening ben toegedaan, maar dat ik dat wel moet schrijven om niet van het internet te worden geplukt. En dat raakt direct aan de kern van mijn bezwaar tegen die moderne praktijk, waar sommigen claimen zelf te hebben moeten ontdekken dat er iets veranderd was aan de service waar ze direct, of indirect voor betaalden. 

 

De geschetste praktijk zie je al wat langer ook terug bij moderne experts in opvoedkundige zaken, die menen dat je bepaalde ontwikkelingen beter niet ‘frontaal’ aan de kaak kunt stellen, maar dat je beter ‘slim’ de kool en de geit kunt sparen, ook al omdat je dan niet verstoken raakt van je informanten. Want klikken om iemand in het pak te naaien, en activisme om iemand te beschadigen, gedijt niet in de openbaarheid. ‘Meld anoniem’, en processen met anonieme getuigen, zijn bij ‘ouderwetse’ mensen niet populair. Maar wérkt het, die ‘cancel’-cultuur?

 

In alle gevallen waarin een autoriteit de macht niet heeft om een slachtoffer te beschermen tegen wraakacties van de dader, valt er nog iets voor te zeggen. Al komt dan direct de vraag opzetten hoe het mogelijk is dat die autoriteit de macht niet heeft om dat te bewerkstelligen? Hoe kan het dat de dader geen vrees heeft voor de autoriteit? Wellicht zelfs lacherig reageert op (dreigen met) straf? Of die straf als een opsteker zal zien voor de eigen status binnen de ‘peer-group’? En wat gebeurt er als de slachtoffers en de autoriteit een geheime oorlog beginnen tegen (vermeende) daders, die zich voor een deel niet eens realiseren dat de weerstand die ze ondervinden een consequentie is van hun eigen gedrag? Of van roddel en achterklap, en opzetjes om hen zwart te maken bij de autoriteit?

 

Waar ik hier steeds onderscheid heb gemaakt tussen gedrag dat strafbaar is, en gedrag dat slechts wordt ontraden, is dat in deze tijd een overleefd concept. Zo ‘absoluut’ staat het zelfs niet meer in de wet. Althans, de tekst van de wet kan dat nog wel suggereren, maar de autoriteit gaat er niet zo mee om. Pas als alle manipulatieve trucs gefaald hebben, en er vallen doden, dan bestaat de kans dat men handelend ingrijpt op een wijze die je daadkrachtig zou mogen noemen, al is het veelal eerder wraaklustig. Als een uiting van onmacht. De autoriteit heeft er genoeg van! Basta! Hij of zij laat zich niet langer schofferen! Knal! 

 

Het komt zeker voor dat degene die op enig moment tegen de muur loopt, totaal verrast is door ‘Knal!’, omdat niemand hem of haar ooit heeft geïnformeerd over de bezwaren die er al langer tegen hem of haar waren ingebracht. Donderslag bij heldere hemel. Er waren wel discussies geweest, maar de uitkomst was nooit geweest dat hij of zij het argument had verloren. Vage beschuldigingen, anonieme klagers, obscure types die de boel liepen te flessen om er zelf beter van te worden. Ik begrijp het volkomen als iemand zo volledig werd verrast door een ‘ouderwetse’ straf, die uit het niets kwam, dat de kans op acceptatie dan domweg ‘nul’ was, en is. Afgezien van mensen die achteraf wel kunnen reconstrueren hoe zo’n autoriteit, ouder, leerkracht of overheid, was misleid. Dan is het begrip voor die straf zelf nog steeds ‘nul’, maar begrijpt men tenminste wel beter dat die autoriteit goede bedoelingen had. Maar wat koop je daarvoor?

 

Het concept van straf waar ik mee rondloop, wacht niet tot de begrafenisondernemer gebeld kan worden. Dat betekent dat je, in de ogen van de meer moderne opvoeders, kansen laat liggen om het zonder straf op te lossen. Waarom een pak slaag, als er een kans is dat de dader die met een mesje dreigt na een goed gesprek er verder vanaf ziet om die lijn door te trekken? Goede vraag, want het komt zeker voor dat het op enig moment vanzelf overwaait, of dat het een eenmalige oprisping was. En dan had je het dus zonder slaag (of welke andere straf dan ook) op kunnen lossen. En je kunt ook messen verstoppen. Mijn concept anticipeert op een catastrofe, uitgaande van het getoonde gedrag. Het grote voordeel is, in mijn optiek, dat je niet alleen een grotere kans hebt ontwikkelingen die je niet meer kunt stoppen, en dan tot een catastrofe leiden, afbreekt. Maar dat zo’n zwart/witte grens de kans op acceptatie eerder verhoogt, inplaats van verkleint. In dat voorportaal van de catastrofe is de autoriteit nog een autoriteit. Mits de samenleving dat toestaat. 

 

Dat iemand leert van een catastrofe geloof ik graag, al komt het ook voor dat de dader op dat moment pas beseft dat zijn of haar karretje ergens op een zijspoor is beland, en dat er geen weg terug meer is. Al die ‘fluistercampagnes’ in het voortraject kwamen niet binnen. En zomaar opeens is het te laat. Wie heeft wie dan in de steek gelaten? Ook als uw ervaringen haaks staan op het beeld dat ik hier schets, van ‘ouderwetse’ of ‘moderne’ trajecten, ben ik niet doof voor uw verhaal. Ik neem alleen geen afstand van dat van mij.

Is dat wat ik wil?

Vér voordat het een rage werd onder jongeren om andere jongeren met messen om zeep te helpen, schreef ik over een incident in mijn eigen jonge jaren, waarbij ik zelf een mesje meenam, tegen de expliciete instructies van mijn moeder in, er mee dreigde, en dat moest bekopen met een flink pak slaag. Dat incident werd, hier op dit blog, in zijn eerdere versies, groter dan het leven zelf door alle aandacht die ik eraan besteedde. Met inbegrip van enkele relevante enquêtes, om inzicht te verkrijgen in de denkwereld van de bezoekers van dit blog. Een onfortuinlijke keuze, in die zin dat ik niet kon weten of de reacties die daar op binnenkwamen realistisch waren, of het product van een ‘speelse’ omgeving van bezoekers die verslingerd zijn aan ‘rollenspel’.

 

Mijn eigen lezing van dat incident, dat het eigenlijk weinig om het lijf had, in die zin dat ik nooit de intentie had dat mesje als wapen te gebruiken, de omstandigheden er ook niet naar waren, en dat onooglijk kleine mesje hoe dan ook volledig onbruikbaar was voor dat doel, maar dat ik het begreep dat ik daarvoor straf verdiende te krijgen, en vrede had met de straf die ik kreeg, omdat ik er van leerde, en het mij hielp een beter mens te worden, viel uiteraard in onvruchtbare grond bij felle tegenstanders van slaag als straf. Dat kon anders. 

 

Consequent heb ik hier volgehouden dat ik open sta voor alternatieven, en dat ik mij ervan bewust ben dat die geschetste uitkomst in deze tijd niet meer kan, gelet op de wettelijke beperkingen, en de maatschappelijke ontwikkelingen. Wat je wil bereiken, lijkt mij, is dat er hoe dan ook geen doden vallen onder minderjarigen, maar dat ook als die minderjarigen volwassen zijn ze geleerd hebben dat het geen goed idee is om met messen te zwaaien. In mijn beleving betekent dat ‘ingrijpen’ in een vroeg stadium, op een wijze die effect heeft. Welke wijze is dat dan? Ik begrijp uit de media dat de gemeente Rotterdam de lokale universiteit opdracht heeft gegeven om het fenomeen te bestuderen, en met aanbevelingen te komen. Ondertussen werpen journalisten zich op de kinderen van elf, twaalf en dertien jaar om hun belevingswereld in kaart te brengen, terwijl ze ergens op een plein in de stad waar veel jongeren ‘samenkomen’ een ijsje eten. Ik begrijp uit dat verslag dat die kinderen vinden dat het veel gedoe om niks is. Het hoort er gewoon bij. Het is de ‘scene’. De ‘lifestyle’. 

 

‘Ben jij nooit jong geweest?’ was op zeker moment een gevleugelde vraag in ons land. Er gebeurt wel eens wat, maar moet je daar nou meteen tegen optreden? Is het niet beter om die jongeren juist de ruimte te geven? En dan is er een keer wat schade. Is dat nou zo erg? Zetten ze een brandkraan open. Steken ze wat auto’s in de fik. Experimenteren ze wat met drugs. Verdienen ze wat bij met de handel erin. En het eind van het liedje is dat ze in een extra zwaar bewaakte gevangenis horen waar ze de rest van hun leven door zullen gaan brengen. 

 

De tragiek is, voor mij, dat als ik daarover schrijf ik onmiddellijk voor de voeten geworpen krijg dat ik op die obscure wijze probeer de ‘ouderwetse opvoeding’ terug te brengen. Daarom wil ik weg uit die draaimolen van terugkerende argumenten die geen praktische betekenis hebben, maar slechts de reflectie zijn van een religieus beleden dogma. Ik geef direct toe dat ik mij heb vergist toen ik de resultaten van die enquêtes, en een handjevol verdwaalde emails, misschien wel té serieus nam, al heb ik steeds benadrukt dat ik die resultaten en mails niet zag als een reflectie van wat het Nederlandse volk in meerderheid dacht of wilde. Zo was het ook niet opgezet. Nog geheel los van het feit dat ik nog altijd betwijfel dat er een universeel werkende aanpak is die aan dit soort ontsporingen een eind kan maken voor ze schade toebrengen. 

 

Waar mijn benadering stuk op gaat, dat is de aanname dat ontsporende kinderen in deze tijd zelf al worstelen met schuld, boete, en het onder controle brengen van je meer dierlijke impulsen, zoals vroeger. Dat kan ook niet, als alle volwassenen op jou afkomen om je te interviewen, onderzoekers jou centraal stellen, en iedereen met bestuurlijke verantwoordelijkheid lippendienst bewijst aan het idee dat jongeren de vrijheid moeten hebben om zich uit te leven, en hun ‘wilde haren’ kwijt te raken, alvorens onderzoeker, bestuurder of journalist te worden, met als enige uitdaging het in kaart brengen van de laatste fratsen. Zonder waardeoordeel.

 

Inplaats van te vragen naar positieve ervaringen met ‘straf’ (welbewuste educatieve ingrepen die onaangenaam zijn), kan ik beter nadenken over het inventariseren van toevallige gebeurtenissen die van beslissende betekenis waren. ‘En toen stierf mijn vriend/vriendin in mijn armen, en dacht ik: Wauw! Is dat wat ik wil?’ Want als je op je ouders of de overheid moet wachten, of tot de aanbevelingen klaar zijn die stellen dat er toch wel iets gedáán moet worden, ben je al een ‘oudere jongere’ met kleinkinderen.

Die ene, unieke mens

Iemand die in de zeventiende eeuw zijn pen op papier zette, en in klare taal uiteen zette hoe hij of zij over de mens en de maatschappij dacht, maakte zich geen zorgen over de vraag hoe wij daar tegenaan zouden kijken in de eenentwintigste eeuw. Sterker nog, het was voor hem of haar simpelweg onmogelijk om zich voor te stellen hoe ons leven nu eruit zou zien, en voor welke keuzes wij ons geplaatst zouden zien in ons alledaagse leven. 

 

Wat die man, of vrouw, dacht en voelde, was het product van zijn of haar ‘natuur’, en opvoeding, in de ruimste betekenis van het woord. Mijn stelling hier is, dat die ‘natuur’ uniek is voor elk individu, al zijn er vele overeenkomsten met de ‘natuur’ van andere mensen om ons heen, maar ook verschillen. Grote verschillen, en nauwelijks waarneembare verschillen. Die laatsten kunnen echter onder invloed van onze ervaringen uitgroeien tot argumenten waarop we beslissingen van leven of dood nemen.

 

Wie zich inleest over het leven van de generaties voor ons, stuit onherroepelijk op verschillen tussen de keuzes die mensen destijds maakten, en keuzes die wij onder vergelijkbare omstandigheden nu maken, generaliserend gesproken. Want ook in onze tijd maken we niet allemaal dezelfde keuze in dergelijke omstandigheden. Wie gemakzuchtig vergelijkt, zal de sterke neiging hebben om over dat ‘onbegrijpelijke’ oordeel van vorige generaties te zeggen: ‘Ach, ze wisten niet beter’. Want elke nieuwe generatie die aantreedt meent zelf het neusje van de evolutionaire zalm te zijn. 

 

Voor dat laatste zoeken we niet zelden bevestiging door in geschreven teksten van voorgaande generaties op zoek te gaan naar ‘zieners’. Mensen die hun tijd ‘vooruit’ waren. In hun eigen tijd als regel aangeduid als ‘gekken’. En ik wil u niet al te zeer tegen de haren in strijken, maar wie het héle oeuvre van dergelijke ‘zieners’ tot zich neemt, begrijpt niet zelden waarom die mensen inderdaad ‘gek’ waren. Incoherent, of ‘lucide’ op een manier die raadselachtige teksten opleverde waar je alle kanten mee op kunt. Dat we, terwijl ik dit schrijf, druk zijn met het van hun sokkel trekken van ‘aanzienlijken’ uit het verleden, maar ook de ‘aanzienlijken’ in het heden niet sparen, is kenmerkend voor een institutionele crisis, die het directe gevolg is van het afwijzen van ‘opvoeding’, en het cultiveren van onze ‘natuur’, als uitkomst van de opdracht om onze ‘identiteit’ te ontdekken, en voorrang te verlenen.

 

Waar ik zeer geïnteresseerd ben in dat element, die menselijke ‘natuur’, kom ik in deze tijd ogen en oren tekort. Het is smullen! Als de gevolgen niet zo dramatisch waren. Mijn oproepen om de wet te respecteren identificeert mij niet als een typische ‘Law and Order’-man. Het identificeert mij als iemand die beseft dat we zonder ‘cultuur’ ten dode zijn opgeschreven. De interactie tussen onze ‘natuur’ en onze ‘cultuur’ roept spanningen op, die leiden tot een corrigerende interventie van de erkende ‘autoriteit’ binnen die ‘cultuur’. Mijn fascinatie voor ‘straf’ als een geaccepteerde en gewenste correctie, waarbij een individu vanuit zijn of haar ‘natuur’ positief oordeelt over een ‘straf’ die men kreeg, wordt gevoed door dat inzicht. 

 

U kunt dat niet begrijpen zonder mijn uitleg over de aard van de menselijke ‘natuur’ als iets dat weliswaar is ‘aangeboren’, maar zeer zeker niet eenduidig is. Het is een vergaarbak van allerlei ongeordende driften, impulsen, gevoelens, of hoe u die ‘oersoep’ ook maar wilt ontleden tot zijn kenmerken die invloed hebben op ons gedrag, zonder dat er een gedachte aan te pas komt. Dat we hersenen hebben die ons in staat stellen ‘conceptueel’ te denken, is evolutionair een zegen gebleken. Maar ook een vloek. Het leidt onverbiddelijk tot ‘normering’, dus ‘cultuur’, wat ons in onze vrijheid beperkt, als we onder vrijheid verstaan dat er geen autoriteit is die ons kan vertellen wat we moeten doen, of nalaten. 

 

De ‘culturele’ kijk op vrijheid is een andere. Daarin is het een complexe opdracht die ons vraagt (gebiedt) rekening te houden met een ander, en bij elke beslissing een afweging te maken tussen het belang van die ander, en ons eigenbelang. Door mijn bril bekeken, krijgt de ‘cultuur’ op enig moment het voortouw bij de ‘beschaafde’ mens, waarbij rationele ‘concepten’ binnen onze ‘natuur’ beginnen te selecteren, waardoor we pijn (fysiek en mentaal) gaan ‘begrijpen’ als functioneel, en onze zuiver hedonistische lust gaan zien als iets dat we, in het belang van de samenleving, en daarmee ook in ons eigen belang, dienen te beteugelen. 

 

Een samenleving die dat proces een schop geeft, vanuit de veronderstelling dat de mens ‘goed’ wordt geboren (met een perfecte ‘natuur’), en dat alles wat er mis gaat de schuld is van de dwang (‘cultuur’/opvoeding), komt zichzelf tegen. Dat die samenleving, die de ‘natuur’ op een voetstuk plaatst, walgt van verhalen over ‘ouderwetse opvoeding’, waarbij ‘straf’ nadrukkelijk wordt gewaardeerd als nuttig en nodig, zelfs gewenst, is als zodanig geen verrassing. Niet dat die samenleving ‘straf’ volledig afwijst, maar er zit geen lijn in, en in de uitvoering is het impulsief, verklaard vanuit degene die ‘straft’ als ‘ik heb er genoeg van!’. In alles ligt de focus op degene die ‘straft’, en wordt er, hypocriet, tegen gewaakt de manipulatie, chantage en geestelijke terreur die er aan vooraf gaat ‘straf’ te noemen, omdat dat confronterend is. 

 

Uit het voorgaande volgt, dat elke ervaring zijn eigen unieke dynamiek kent. Een positief oordeel over de ‘straf’ die men kreeg, op die dag, in die tijd, in die ‘culturele’ context, is niet te herleiden tot een universeel waardeoordeel over die specifieke ‘straf’, of zelfs maar over de aanleiding. Het was een ervaring waar de tijd rijp voor was. Elk detail van de uitvoering van die ‘straf’, en de context, legt daarbij gewicht in de schaal. Een positief oordeel over die ‘straf’, betekent dus niet dat men identiek zou oordelen in het ‘hier en nu’, als men nu die leeftijd zou hebben, en het incident zou nu hebben plaatsgevonden. Tevens is het oordeel over enige ‘straf’ een functie van de eigen rol in het geheel, waarbij het allerminst verwonderlijk is dat men als toeschouwer/getuige, al dan niet tevens slachtoffer, een ander oordeel velt dan wanneer men zelf de dader was. Het is verwarrend, om niet te zeggen ‘giftig’, als we zo’n positief oordeel, vanuit welke positie dan ook, verklaren als een blijk van ‘lust’. Dat verwijst op een corrupte manier naar de opvatting dat onze ‘natuur’ hierin leidend is, en elk positief gevoel een uiting moet zijn van hedonistisch genot. Terwijl het in de praktijk oneindig veel complexer is.

 

Daarmee is niet gezegd dat ‘genot’ geen deel uitmaakt van onze ‘natuur’, en ook op kan spelen als een element dat bijdraagt aan de totale beleving van 'straf'. Maar het dient geen doel dat element eruit te lichten, tenzij het onze besluitvorming dermate zwaar aantast dat het de enige, unieke drijfveer wordt, en we de ‘cultuur’ daarbij laten voor wat die is, op zoek naar gewetenloze ‘bevrediging’. Dat is het waar het voor mij kapot ging toen ik het idee kreeg dat ‘rollenspel’ van invloed was, of zou kunnen zijn, of worden, op de resultaten van de enquêtes die hier ooit stonden. 

 

Op zich is het niet ongezond als mensen hun eigen plan trekken, te rade gaan bij hun ‘natuur’, en hun eigen individuele geluk nastreven, waarbij ze enige ‘autoriteit’ ter verantwoording roepen als die daar een stokje voor steekt. Niks mis met een pittige, inhoudelijke discussie over bedoelingen en middelen, binnen een erkend ‘cultureel’ kader. Maar als dat kader ontbreekt, waar gaat het dan nog over? Hoe kun je ooit hopen op een vergelijk? Hoe lang, in dat geval, voordat het gelijk uit de loop van een geweer komt?

 

Als het u tegen de borst stuit dat ik op zoek ga naar de spanning tussen ‘natuur’ en ‘cultuur’, en hoe de bruggen tot stand zijn gekomen die de beide oevers verbonden, vroeger, toen ‘cultuur’ nog iets anders was dan een gesubsidieerde activiteit van mensen die ‘vrijgesteld’ zijn van wetten en regels, dan zie ik daar ruimte voor een dialoog. Maar maak u geen illusies over een consensus, want veel meer dan een werkbaar compromis zit er niet in. En dan nog met een beperkte houdbaarheidsdatum, want onze hele samenleving is in flux. Laten we dan wel afspreken dat we naar elkaar blijven luisteren, in de hoop wijzer te worden dan we nu zijn. 

 

Mag ik u uitnodigen om, voordat we toekomen aan het luisteren naar elkaar, eerst eens goed naar onszelf te leren luisteren? Naar die geluiden die onze eigen ‘natuur’ aan de lopende band produceert als permanente ‘kritiek’ op de ‘cultuur’, maar ook op andere geluiden binnen onze eigen ‘natuur’? Of bent u nou net toevallig die ene gelukkige persoon die volledig in balans geboren werd, zonder een enkele dissonant in uw ‘natuur’, geen enkele ‘grilligheid’, nooit een ‘impuls’, geen begin van een ‘neiging’? Gewoon slaapverwekkend saai en voorspelbaar, en van ’nature’ altijd kleurend binnen de lijntjes. Gefeliciteerd dan, want u bent volgens mij de enige.

De hele achtbaan

Waarom de één van een ervaring leert, en die ervaring aanhaalt als een belangrijke, per saldo positieve gebeurtenis in zijn of haar leven, terwijl de ander een identieke ervaring aangrijpt om te verklaren waarom alles in zijn of haar leven is mislukt, kan niemand u vertellen. Ook ik niet, zoveel is zeker. Het is verleidelijk om met individuele verhalen aan de haal te gaan, om er vervolgens een compleet wereldbeeld uit te destilleren dat ‘ideaal’ is, maar ik ben daar zelf nooit voor gevallen. Teveel ‘ruis’.

 

Zeker voor mensen die menen dat zo’n ‘ideaal’ er gewoon moet zijn, is dat onverteerbaar. En waar iemand zoals ik gretig op zoek is naar verhalen van mensen, zonder de ambitie zo’n ‘ideaal’ te construeren, begrijp ik het als men in deze tijd argwaan heeft. En ik kan mij daar niet tegen wapenen in een wereld waarin men de hele dag door druk is met het ‘duiden’ van wat anderen motiveert, zonder naar die ander te luisteren, en wat hij of zij zegt verder niet te be- of veroordelen. Maar ik meen dat het enige portaal naar een meer harmonieuze samenleving gebaat is bij het opdoen van meer kennis. Véél meer!

 

Anderzijds is kennis waar je niets mee doet waardeloos. Hier stuit ik voor mijzelf op een onmogelijke spagaat, want op het moment dat je nadenkt over wat een ander je vertelt, en het een plaats geeft binnen je eigen belevingswereld, ben je eigenlijk ook al begonnen met ‘duiden’. Dat wat een ander je vertelt ken je een ‘waarde’ toe. Elk individu heeft een eigen ‘waardesysteem’. In het ideale geval wijkt dat niet significant af van wat we binnen de gemeenschap accepteren als onze ‘gedeelde’ normen en waarden. 

 

Mijn stelling hier op dit blog is steeds geweest dat veel mensen het op zich hebben genomen om tegen zichzelf te liegen, om niet uit de toon te vallen. Dat is nog iets anders dan niet het achterste van je tong laten zien in gezelschap. Het heeft geen zin om over elk verschil van inzicht een ‘kwestie’ te maken. Leven, en laten leven. Maar hoe nauwer de opgelegde consensus sluit, hoe gedetailleerder de voorschriften, formeel (vastgelegd in de wet), en informeel, afgedwongen door de gemeenschap waar je deel van uitmaakt, boven de wettelijke begrenzingen, hoe lastiger het wordt als je worstelt met ‘ongemakkelijke’ gedachten of gevoelens.

 

De wet is de wet, daar wil ik niet aan tornen, maar wél over discussiëren, omdat het tenslotte allemaal mensenwerk is. Een elementair kader dat structuur geeft aan de samenleving is echter onontbeerlijk. Waar je individuele gedachten en gevoelens in strijd zijn met wat de wet oplegt, is er nog steeds geen reden om tegen jezelf te liegen. Maar je mag wel nadenken over de vraag of je anderen daarover wilt informeren, of niet. Waar het informele voorschriften betreft ken ik persoonlijk geen genade. De keuze om je te conformeren aan die informele voorschriften is aan het individu, en aan niemand anders. Althans, bij volwassenen. Maar gelet op de bij wet vastgelegde erosie van de ouderlijke macht, geldt dat ook in toenemende mate voor minderjarigen. Daar kunt u blij mee zijn, of niet, maar het is de wet. 

 

In de vrije natuur telt het ‘recht van de sterkste’. Natuurlijke selectie bepaalt of een ‘zaadje’ mag uitgroeien tot een volwaardige plant, boom of dier. Je moet geluk hebben, én je moet ‘ervaringen’ opdoen die je leren het hoofd te bieden aan bedreigende omgevingsinvloeden. Dat is wat wij het ‘evolutionaire proces’ noemen. De mens is uniek gekwalificeerd om daarin enigszins te sturen, maar we zijn zeker niet almachtig, of alwetend. Door onze interventies hebben we al heel wat schade toegebracht aan andere mensen, en aan onze leefomgeving. Die interventies worden tezamen ook wel ‘cultuur’ genoemd. We brengen het land ‘in cultuur’. Daardoor brengt het meer voedsel op dan zonder die interventie. Of wordt het bewoonbaar. Maar als we overdrijven, en een ‘monocultuur’ inrichten, wordt het snel onleefbaar. 

 

Welke varianten je wilt behouden binnen je cultuur, en van welke varianten te afscheid wilt nemen, is het onderwerp van veel conflicten, haat, en zelfs oorlogen. Waar veel bezoekers die hier door hun zoekopdracht naartoe worden geleid mee worstelen, dat is mijn promotie van ‘cultuur’ als een voorwaarde voor het leefbaar houden van de samenleving, maar zonder dat ik afscheid neem van de ‘natuur’. Mijn stelling is echter dat je met je ‘cultuur’ niet ver van de ‘natuur’ weg moet lopen, want daar komt ellende van. Ik zeg dus niet dat de samenleving op elk moment rekening dient te houden met míjn ‘natuur’. 

 

Mensen die klagen over traumatische ervaringen be- of veroordeel ik niet. Ik houd hen niet voor dat ze zich aanstellen. Maar ik constateer dat de ‘cultuur’ en hún ‘natuur’ verder uiteen zijn gegroeid dan (voor hen) wenselijk is, of historisch al veel te ver uit elkaar liggen. Een ‘kasplantje’ gedijt niet in de vrije natuur, en die hamster die het zo leuk doet in uw ‘tredmolen’ kun je ook maar beter niet op een dag in het open veld zetten en uitwuiven. En het is maar de vraag of een plant of het dier dat opgroeit in de vrije natuur geschikt is om in een kas of bij mensen thuis te worden gecultiveerd. 

 

Mijn voorstel hier, met dit blog, was om voorzichtig te zijn met het beperken van de ‘natuur’ ten bate van de ‘cultuur’, alsof die ‘natuur’ er niet toe doet. Dat ‘leeuwenwelpje’ is net een poes, maar eenmaal volwassen wil je hem niet aan het voeteneind van je bed hebben liggen, zonder een stevige kooi rond je bed. En dan nog zie ik niet waarom je jezelf zou opsluiten in een kooi ten bate van die leeuw. Ik heb dan ook moeite met mensen die zich inspannen om de ‘wolf’ terug te brengen, en dan met inbegrip van de ‘Wolf van Wallstreet’, door een ‘cultuur’ te promoten waarvan ik niet inzie hoe die beter is dan wat we hadden. Maar langs die insteek word ik teveel ‘partij’, en ik wil terug naar die fase van het vergaren van meer kennis. Wat voelt die ‘Wolf’? Welke gedachten koestert hij of zij? Is er een cultuur waar hij of zij in past? Zijn er interventies die nuttig en nodig zijn om hem of haar te ‘cultiveren’?

 

Generaliserend gesproken zijn er natuurlijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Fysiek, en mentaal. Maar waar allerlei mensen druk zijn met het ‘duiden’ van die verschillen, in een oeverloze discussie over de vraag of mannen tekort wordt gedaan, of dat ze nu juist bevrijd worden van het juk van een verwachting die leidt tot ontsporingen, ben ik daar nog lang niet aan toe. Daarvoor weet ik veel te weinig. Of liever, daarvoor is de kennis die ik heb opgedaan allerminst eenduidig te herleiden tot een universele ‘natuur’ die voor alle mannen, en alle vrouwen identiek zou zijn. Natuurlijk wil ook ik graag weten hoe die ene schoft ertoe komt zijn vrouw en kinderen willens en wetens te mishandelen en te misbruiken. Dat wil ik ook graag weten van die ‘feeks’ of dat 'loeder'. Maar vóór alles wil ik weten hoe ieder van ons de opvoedkundige interventies heeft ervaren die voorbij kwamen als ervaringen. En dan niet de ‘Readers Digest’-versie, maar het échte verhaal. De hele ‘achtbaan’, en niet slechts de versie van de ‘draaimolen’.

De teugels vieren

Uw interesse in mij, en mijn interesse in u, is ‘gezond’, of ‘ongezond’. In mijn beleving is het ‘gezond’ als ik er mijn voordeel mee kan doen door te leren, en mijzelf zo te verbeteren. Of als u er uw voordeel mee kunt doen, om zo uzelf te verbeteren. Vooropgesteld dat die verbeteringen er niet op gericht zijn anderen schade te berokkenen. Het is ‘ongezond’ als we de kennis die we opdoen gebruiken om anderen een hak te zetten, te misleiden, ons tegen hen af te zetten, of om over hen heen te klimmen om onze eigen status te vergroten, en onze agenda te bevorderen. 

 

Zo geformuleerd zullen er hopelijk niet veel lezers zijn die daar afstand van nemen. In de praktijk is het uiteraard veel lastiger om te bepalen wanneer er sprake is van schade. Schade voor onszelf, of voor de ander. Maar ook schade voor degenen die helemaal niet betrokken zijn bij de uitwisseling van onze interesses, maar wel de last moeten dragen. Daar komt mijn weerzin vandaan tegen pertinente opvoedkundige adviezen. En meer in het bijzonder waar degene die adviseert de kinderen, noch de ouders persoonlijk kent, of zelfs maar met hen heeft gecorrespondeerd. Die ‘verkeersregelaars’ zijn ongetwijfeld doortrokken van de goede bedoelingen, maar ze zien hun medemens als een ‘ding’, binnen hun ‘model’, en een mens is geen ‘ding’.

 

Anderzijds is het uiteraard ook zo dat als dat ‘ding’ er het zwijgen toe doet, niemand iets leert, en het ‘model’ het enige kunstje in de stad wordt. Dat gaat goed, tot het pijn gaat doen. Maar tegen die tijd zijn we al zo onbeholpen aan het communiceren, dat je welhaast het wiel opnieuw uit moet vinden om het zaakje weer aan het rollen te krijgen. Waar het pijn doet weten we amper te benoemen in die fase, laat staan dat we beseffen wat de oorzaak zou kunnen zijn. Uitgesteld onderhoud aan de motor (zie mijn vorige bijdrage) zorgt voor een complex aan problemen en slijtage, en de olie die je erin gooit om het proces te smeren komt er walmend via de uitlaat weer uit, en vervuilt de habitat meer dan verantwoord is. 

 

Beeldspraak verlevendigt de dialoog, maar is niet precies, en onbruikbaar voor het stellen van een diagnose. Het voorgaande voegt dan ook niet wezenlijk iets toe aan een maatschappelijke dialoog waarvoor de tijd gekomen is, naar mijn smaak. Zoals de vlag er nu bij hangt, weet ik niet of we zullen meemaken dat de interesse in elkaar nog verder af zal nemen, of dat we ons herpakken. Vergeet niet dat velen die de huidige ontwikkeling, en de speurtocht naar de eigen ‘identiteit’ juist toejuichen, menen dat er nooit eerder een tijd was waarin we zo open over ‘onszelf’ konden praten als nu. Geen gebrek aan mensen die uit allerlei ‘kasten’ kruipen, en zich tonen ‘zoals ze zijn’. Mijn indruk is dat het hopeloos onecht is, deels gedreven door commerciële belangen, mediahypes, en geldingsdrang van een ‘verveelde’ en ‘verwende’ generatie, waar iedere diepgang en originaliteit zorgvuldig uit is weggesneden. Wat rest is de ‘plastic’ verpakking in vrolijke kleuren als een schreeuw om aandacht. Goed zichtbaar in het ‘verkeersbeeld’, maar zonder evolutionaire betekenis.

 

Dat u wellicht meent dat iemand die niet afwijzend tegenover ‘ouderwetse opvoeding’ staat bij uitstek iemand is die genoegen neemt met het opzichtig toebrengen van schade aan anderen, begrijp ik, als uw idee is dat de mens pas gelukkig is als elk hedonistisch genot op slag bevredigd wordt, wil er sprake zijn van ‘geluk’ en ‘vooruitgang’. Daar plompverloren op inbreken met de stellige bewering dat dat een dwaling is, genereert in deze tijd volop weerstand. Ik vraag dan ook niet om mij op mijn woord te geloven, en als u zielsgelukkig bent met de manier waarop het gaat, en blij bent met het gegeven dat mensen zoals ik niet veel meer zijn dan ‘achtergrondruis’, dan gun ik u dat geluk van harte. U beschadigt mij er niet mee. Maar ik ben wel van oordeel dat het ‘ongezond’ is. Voor uzelf, voor de mensen die u liefheeft, en voor de samenleving als geheel. Dat is mijn mening. Daaruit vloeit geen dictaat voort. Ik blijf verre van de neiging om anderen de wet voor te schrijven. En stop nu ook met het observeren van het ‘verkeersbeeld’, zoals ik dat typeerde in mijn vorige bijdrage. 

 

Over een vervolg denk ik na, maar het is ook denkbaar dat ik het erbij laat zitten. ‘Feedback’ ter inspiratie is welkom, maar ik laat mij niet bij de teugels nemen.

De motor is stilgevallen

Voortbordurend op die vergelijking die ik in mijn vorige bijdrage gebruikte, tussen de ‘motor’ als een verzameling functionele onderdelen, ‘motoren’ als verschillende complete eenheden van verschillend fabricaat die ons karretje voortstuwen, en het ‘verkeersbeeld’ waarbij we op enige afstand kijken naar al die karretjes, waarvan we weten dat er een motor in zit, maar slechts kunnen vermoeden wat de prestaties zijn, begrijpt u wellicht waarom ik meer affiniteit heb met die eerste twee categorieën. 

 

De individuele vergelijking van uiteenlopende motoren, wat ik beoogde te doen bij de aftrap van dit blog, vereiste een niveau van openheid waarvan ik meende dat daar draagvlak voor was. Gelet op de spaarzame, maar bruikbare reacties, was dat tot op zekere hoogte het geval. Nadeel was echter dat je blijft zitten met een bak vol ‘bouten en moeren’. Iemand kan claimen baat te hebben gehad bij een ‘ouderwetse’ opvoeding, maar als je gaat vergelijken met anderen die hetzelfde beweren, komen de verschillen aan het licht. Van bescheiden nuances, tot iets dat geheel anders is. De één een benzinemotor, de volgende een diesel, dan een elektromotor, en de vierde heeft het eigenlijk niet over een motor, maar over het paard dat de kar trekt. 

 

Voor mij was dat geen bezwaar, omdat ik van elk ‘klokje’ wil weten hoe het ‘tikt’. Maar voor wie bevestiging of bescherming zoekt, is het een valkuil. Doorschakelen naar het vergelijken van complete ‘motoren’, door via enquêtes het ‘stamtafeloordeel’ in kaart te brengen, was een logische volgende stap. Ik zocht daarbij enigszins geforceerd naar aansluiting met de individuele ‘motor’ door het oordeel te vragen over bepaalde misdragingen waar ik uit de eerste hand ervaring mee had, en gesitueerd in een geforceerde omgeving waar de ‘motor’ geen rekening hoefde te houden met inmiddels doorgevoerde snelheidsbeperkingen. ‘Laat maar zien wat je in huis hebt!’

 

Die benadering leek succesvol, gelet op de resultaten van de enquêtes, en monter wijdde ik mij aan het duiden van wat er binnen kwam. Maar ondersteuning via de mail haperde, al kwamen er nog steeds bruikbare reacties binnen. Naast reacties van mensen die er aanstoot aan namen dat ik deed alsof we op het ‘circuit’ reden, terwijl er inmiddels volop wettelijke begrenzingen waren die bepaalden dat het niet uitmaakte of je in een sportauto reed, of in een invalidenwagentje. En die eisten dat ik mijn bijdragen aanpaste op het ‘verkeersbeeld’ zoals dat inmiddels bij wet was vastgelegd. Lastiger nog was dat ik op enig moment signalen kreeg die er op wezen dat bepaalde bezoekers de enquêtes niet serieus namen. De één reageerde op een wijze die duidde op ‘lustgedreven’ interpretaties, als was men ‘beschonken’ op weg, lang leve de lol. En de ander leek met een spandoek het circuit op te rennen om het ‘racen’ onmogelijk te maken. En soms in combinatie.

 

Zo belandde ik bij het beschrijven van het ‘verkeersbeeld’, maar wat ik al doende beschrijf zijn niet de mensen (de ‘motoren’), maar de reflectie van zijn gekooide variant. Sportauto’s die zich angstvallig aan de maximale snelheid houden, en wegpiraten in invalidenautootjes, en op scooters en fietsen, in een omgeving die bol staat van ‘gedoogconstructies’ en discriminatie die gestoeld is op afgunst en andere onwerkelijke criteria, die de mens en zijn capaciteiten en gebreken geen recht doen. Ik kan daar niet mee uit de voeten, al pas ik mij aan. Die laffe, anti-intellectuele, hypocriete houding past niet bij mij, maar ik heb het niet voor het zeggen. 

 

Waar ik over nadenk, voor een vervolg van dit blog, is of het zin heeft de vraag te stellen hoe het kan dat iemand zich kan optrekken aan het bestuderen van ‘motoren’ (mensen in hun natuurlijke habitat), en blij kan worden van ‘politiek incorrecte’ innovaties, die hoe dan ook niet langer functioneel zijn in een overgereguleerde samenleving, waarin het je vrij staat om een krachtige motor in een invalidenwagentje te bouwen, of een sportauto op de markt te brengen met een bromfietsmotor, omdat het om het even is. Je doet maar, als je aan het eind van de dag maar de bus of de trein neemt als je je wilt verplaatsen.

Toelichting op 'writers block'

Bij auteurs van fictie heeft een ‘writers block’ een andere oorzaak dan bij mij. Bij mij is het geen gebrek aan inspiratie, maar onzekerheid over nut en noodzaak. Ik mag dan geen alomvattende boodschap hebben voor de bezoekers van deze website, maar ik wil hen ook niet op het verkeerde been zetten. Of in vertwijfeling achterlaten. 

 

Maatschappelijk gezien neemt de chaos in de samenleving toe, terwijl overheden steeds meer wetten en regels produceren. In mijn beleving zijn al die wetten en regels juist de oorzaak van die toenemende chaos en onbestuurbaarheid, terwijl de overheden die ze produceren ons voorhouden dat het bedoeld is als een poging chaos te voorkomen. Daarom ben ik zoekende naar een toonzetting en inhoud die bij kan dragen aan het stabiliseren van een uitgesproken ‘onrustig’ beeld. De meer beschouwende insteek, na een meer op de individuele beleving gerichte reeks artikelen waarmee ik begon, die overging in het peilen en analyseren van ons ‘stamtafeloordeel’, bevalt mij niet meer. 

 

Wat prettig is aan die beschouwende insteek, is dat hij maatschappelijk minder snel tot controverses leidt, maar de afstand is te groot. Het wemelt in onze samenleving inmiddels van de mensen die vanaf hun verheven positie, op hun troon, iedereen en alles de maat nemen. En als je dat doet op een ‘prikkelende’ manier kan je er leuk aan verdienen, maar dat was hier nooit de opzet. Bij de aftrap van dit blog stond mij voor ogen dat het mogelijk moest zijn mensen met tegengestelde belangen en inzichten nader tot elkaar te brengen door open over bepaalde kwesties te praten. 

 

Maatschappelijk werd openheid aangemoedigd in de tijd dat ik dit blog startte. En ik kreeg ook bruikbare ‘feedback’, maar gaandeweg is de sfeer veranderd, en steeds meer ‘platforms’ op het internet zien het als hun taak om op inhoud te censureren. Ik ga niet claimen dat ik daar last van heb. Als dat al zo is, dan heb ik het niet gemerkt. Maar activisme, en interferentie door mensen die het hele thema slechts kunnen bezien door een ‘rollenspelbril’, maakten de oorspronkelijke benadering onmogelijk. Toch verlang ik daar naar terug, omdat het meer perspectief biedt. Maar ik zie geen mogelijkheden om dat te realiseren. Vooral ook omdat ik op geen enkele wijze terecht wil komen in de wereld van het ‘donkere web’, of daaraan verwante ‘versleutelde’ structuren die er iets geheimzinnigs van maken, want dat is het paard achter de wagen. 

 

Wat mij het meest hindert aan de beschouwelijke insteek, waarbij ik mijn licht laat schijnen over actuele gebeurtenissen, en de vraag probeer te beantwoorden in hoeverre de opvoedkundige keuzes die eraan vooraf gingen daar debet aan zijn, is dat het mij kwetsbaar maakt voor stigmatisering. Als iemand mij schrijft dat ik een bepaalde praktijk wel zal afwijzen, omdat ik ‘rechts conservatief’ ben, heb ik niet eens zin meer om de dialoog aan te gaan. Ik vrees dat wat ik voor het voetlicht probeer te brengen onbereikbaar is geworden door de oppervlakkige manier waarop we oordelen over onszelf, en anderen, en vervolgens de motorkap dichtslaan, zonder begin van enige interesse in de werking van die motor die ons karretje voortbeweegt. 

 

Waar ik begon met een focus op die motor, en de verschillende onderdelen, om vervolgens via een inventarisatie van het ‘stamtafeloordeel’ de verschillende motoren in kaart te brengen, kwam ik terecht bij het beschrijven van het ‘verkeersbeeld’, en verder van de kern kun je niet komen zonder totaal irrelevant te zijn. Bij de inventarisatie van het ‘stamtafeloordeel’ dacht ik nog dat het van daaruit mogelijk was het denken over de ‘motor’ binnen handbereik te houden. Doordat ik vermoedelijk ook ‘valse positieven’ in mijn ‘enquête-netten’ kreeg, van mensen die de vragen zagen als een uitnodiging voor ‘rollenspel’, al vond ik daarvoor geen rechtstreekse bevestiging, knapte er iets bij mij. En gekoppeld aan dreigementen en verwensingen van mensen die het niet met mij eens waren, en zich niet konden, of wilden verplaatsen in mijn belevingswereld, kwam ik terecht bij de huidige format. 

 

Omdat ik zie dat er bij tijd en wijle nog knap veel bezoekers zijn, die hier door hun zoekmachine naartoe worden geleid, maar ik geen zicht heb op wie dat zijn, of wat hun verwachtingen zijn als ze de verwijzing naar dit blog volgen, leek deze bijdrage mij wel zinvol. Ik hoop dat wat u hier leest u houvast biedt, en inspireert tot eigen gedachten die onze wereld uiteindelijk beter maken, maar ik ben niet uw guru. In deze vorm is dit blog eerder een exponent van wat ooit de encyclopedie was. Een poging te beschrijven wat is. En waar het verwijst naar een ontwikkeling, is het geschiedschrijving. Zij het dat bij geschiedschrijving doorgaans de winnaar het voorrecht heeft de loop der gebeurtenissen op te tekenen, en in dit geval zou u kunnen opmerken dat ik tot de verliezers behoor. Zo zie ik het zelf niet, omdat de enige die verliest als we verkeerde keuzes maken, de mens van de toekomst is. En net als u hoop ik dat we per saldo de goede keuzes maken, ook al kan dat voor het individu tegenvallen. Dan nog behoor ik niet tot de verliezers, want ik ben al opgevoed, en heb mijn opvoedkundige taken al volbracht. Aan u de eer om het beter te doen.

De victorie van de 'Agony Aunt'

Bij de aftrap van dit blog wist ik niet wat ik mocht verwachten. Mensen worden ‘columnist’ of ‘blogger’ om uiteenlopende redenen. Geldingsdrang, of de verkondiging van een boodschap typeert de mensen die verzot zijn op aandacht en applaus. Anderen doen het voor het geld. In ruil voor een vast inkomen lenen ze hun ‘naam’ als schrijver, komiek, sporter of ‘BN-er’ aan een krant of tijdschrift. Of ze horen van anderen dat je leuk kunt verdienen met een ‘prikkelend-blog’ via reclame inkomsten. 

 

Dit blog valt in geen van die genoemde categorieën. En dat is niet het enige aspect dat van dit ‘blog’ een vreemde eend in de bijt maakt. Er zijn vele ‘blogs’ en ‘columns’ over opvoedkundige problemen, maar dat zijn zonder uitzondering varianten op de ‘Lieve Lita’-formule. De ‘deskundige’ die klaar staat met persoonlijk advies. De ‘Agony Aunt’. Voor de televisie uitgegroeid tot een formule waarbij onhandige, futloze, fantasieloze, ongeorganiseerde mensen worden geholpen met hun ‘klus’, het inrichten van hun huis, het herstel van een relatie, of het vinden van een familielid dat men op een onbewaakt ogenblik uit het oog is verloren. Ook bij die, onveranderlijk zwaar commerciële programma’s, gaat het onder de streep om geld. 

 

Hier gaat het niet om geld, en niet om mijzelf. En ik heb geen baanbrekende adviezen in huis die u kunnen helpen met uw ‘Lieve Lita’-problemen. En dan krijg je ook geen ‘Lieve Lita’-post, uiteraard. De kans is groter dat je bedolven wordt onder de ‘haatmails’, gelet op het controversiële thema, namelijk een opvoedkundig inzicht waarvan velen vinden dat zelfs het bespreken van ervaringen met kracht dient te worden onderdrukt, als die ervaringen niet negatief zijn.

 

Een directe aanleiding voor het starten van dit 'blog' was er niet. Maatschappelijk veranderde er veel, traditionele normen en waarden kwamen onder druk te staan, ‘rolpatronen’ veranderden, en de functie van de ouder werd steeds meer ‘decoratief’ tegen een achtergrond van ‘professionaliteit’, die erin werd geschoven via wetgeving en de druk op echtelieden om beiden betaalde arbeid te verrichten om hun levensstandaard naar een hoger niveau te brengen, en meer over te houden na de onvermijdelijke scheiding. Ik had mijn twijfels.

 

Het was vóór de uitbraak van allerlei pogingen om misstanden in het verleden op te rakelen, en met terugwerkende kracht te bestraffen. Tot vele generaties in het verleden. Onverwerkte trauma’s, onverwerkte schuldgevoelens, aangevuld met lucratieve trauma’s die vanuit het niets opdoken, of werden opgegraven door gespecialiseerde psychologen die overal ‘onderdrukte herinneringen’ tegenkwamen. En inmiddels zijn daar de ingebeelde schuldgevoelens bijgekomen, waar mensen actief op zoek gaan naar straf voor iets wat hun voorouders (wellicht) hebben gedaan. 

 

Die ontwikkeling kon ik niet voorzien toen ik met dit ‘blog’ begon. Het stelde mij enkele keren voor problemen in de geest van een ‘writers-block’, wat resulteerde in het archiveren van alles wat ik tot dan toe geschreven had, en opnieuw starten. Maar af en toe duiken wel verwijzingen op naar dat gearchiveerde materiaal, waar ‘nieuwkomers’ niks mee kunnen. Niets van dat al leidde tot meer mails, wat ook niet onlogisch is, omdat we in deze tijd geen belangstelling meer hebben voor achtergronden, nuances, en individuele beleving, behalve die van onszelf. 

 

Een nieuw ‘writers-block’ dient zich aan. Ik heb voor mijzelf geen moeite met ‘irrelevante gedachten’, maar waarom zou ik die delen met anderen? De ‘communis opinio’ is als een tuinslang op een ijsvlakte die door niemand wordt vastgehouden, en waarbij de kraan steeds verder wordt opengedraaid. ‘Why so serious?’ Vraag maar aan je favoriete ‘Agony Aunt’, want op dit ‘blog’ kan ik je niet verder helpen.

Zal het anker houden?

Onder invloed van technologische ontwikkelingen verandert de samenleving voortdurend. Wat echter niet of nauwelijks verandert, dat is het ‘ruwe materiaal’ van de mens zelf. Alle uiterlijke transformaties ten spijt, is die mens nog steeds een ‘zak met impulsen’ waar we maar lastig grip op krijgen. Sterker nog, de kans is groter dat anderen grip op ons krijgen, dan dat we grip krijgen op onszelf. En dat is een groot gevaar. Want de ‘massa’ is tot verschrikkelijke excessen in staat. De geschiedenis van de menselijke samenleving is geschreven in bloed.

 

Waar ik in mijn vorige bijdrage kritiek uitte op het fenomeen van de ‘statistiek’, is mijn stelling dat ‘peilingen’, ‘statistiek’ en ‘praatprogramma’s’ van de mens ‘zwakzinnigen’ maakt. Vee. Lustgedreven kanonnenvoer. Maar dat is een kritiek die terecht op grote weerstand stuit, waar het de suggestie oproept dat degene die er zo tegenaan kijkt zichzelf verheven voelt boven het ‘domme volk’. Ik weet het echter niet beter, en benadruk ook voortdurend dat ik niet in de markt ben als moreel ‘leider’. Verder dan mijn verantwoordelijkheid nemen, en de bereidheid om taken op mij te nemen die ik kan overzien, ga ik niet. En dat zouden meer mensen moeten doen. 

 

In de ‘Ouderwetse’ tijd haalden velen één keer per week hun kijk op de wereld op in de kerk van hun geloofsgemeenschap. Hoewel er verschillen waren tussen de voorgangers van die kerken was er binnen de religieuze gemeenschap van dezelfde ‘gezindte’ wel een zekere harmonie. Dat gold overigens ook voor seculiere groepen, van communisten, socialisten tot liberalen, die hun instructies kregen middels hun eigen publicaties en bijeenkomsten. Die structuren zijn grotendeels weggevallen, en vervangen door informele, technologisch gedreven organisaties die de publieke opinie ‘managen’. 

 

Wat ontbreekt bij dat ‘managen’, is een helder doel. Een punt op de horizon. Een visie. Elke populaire ingeving kan, zonder doel of duidelijk zichtbare reden een ‘hype’ worden. Een sentiment waaraan je je niet kunt onttrekken. Als het écht niet je ‘ding’ is, kun je je het best koest houden tot het overwaait. Want het waait hoogstwaarschijnlijk wel over. Het ene moment is het ‘alle ballen op transgender’, het volgende moment gaat het alleen nog maar over ‘Black Lives’, dan is het weer een paar dagen aangenaam weer, en borrelt de ‘opwarming van de aarde’ weer op, of een notoire ‘billenknijper’ krijgt in Hollywood alle aandacht, en ineens is elke man een viespeuk en aanrander-in-spé. 

 

In zo’n omgeving pleiten voor wat minder aandacht voor de waan van de dag, en meer bestuurlijke stabiliteit, met heldere, eenduidige regels en wetten die niet na elk incident op de ‘actualiteit’ worden aangepast, om vervolgens via ‘gedoogconstructies’ weer te worden vergeten, tot iemand ze weer opgraaft en er hysterisch mee aan de haal gaat, is geen populair standpunt. Het is ‘saai’. Redelijk. ‘Intellectueel’. En frustrerend voor al die mensen die vandaag nog niet weten wat hun lust morgen zal zijn. 

 

De ‘Moderne’ mens bekommert zich niet om consistentie. Er is een diep geworteld geloof dat er altijd wel een ‘oplossing’ komt, en dat je daar zelf niks voor hoeft te doen, en zéker niet iets voor hoeft te laten. De ‘Ingeving van de dag’ gaat hoe dan ook voor op ‘saai’ doen wat anderen van je verwachten. Een ‘oplossing’ is geen beredeneerde resolutie, of bindend compromis, want niks is bindend, en zeker het compromis niet. Dat is een strategische positie van waaruit je de volgende aanval kunt lanceren op de positie van een ander, om die ander definitief te laten zwichten voor jouw eisen. Een ‘oplossing’ kan ook zijn dat je de ander ‘afkoopt’. Bij voorkeur via een ‘verzekering’, of ’subsidie’, waardoor je de last afwentelt op anderen. 

 

De erosie van religieuze en ideologische gemeenschappen, zoals die na de oorlog voorzichtig vorm kreeg, en na de ‘Koude Oorlog’ in een stroomversnelling kwam, had potentieel. Met een solide basis in de functie van de Staat die zich afzijdig hield waar het ons privé-leven betrof, als uitkomst van het beredeneerde compromis van de scheiding van ‘Kerk en Staat’, lag er een kans om het denken op het individuele niveau naar een hoger plan te tillen. Voorwaarde was echter dat we weg zouden blijven van ‘conclusies’ die niet worden gedragen door de feiten, maar ons worden opgedrongen door ‘experts’ die in niets verschillen van de kerkelijke leiders en bezeten ideologen van weleer. Afgezien van het gegeven dat die kerkelijke leiders en bezeten ideologen tenminste nog enigszins voorspelbaar waren door een gekoesterd ideaal. De ‘experts’ missen dat ideaal, en het enige wat hen bindt is de ambitie om anderen de les te mogen lezen. De échte experts, de mensen van de échte wetenschap, die slechts conclusies trekken als de resultaten van een aanpak zonder falen reproduceerbaar zijn, en die nederig naar het totaal kijken, omdat ze beseffen hoeveel ze nog altijd níet weten, zijn mijn anker. Of het anker houdt in deze nog in kracht toenemende storm, hoop ik van ganser harte, maar ik ben er niet helemaal gerust op.

Er is ook een cursus voor uw kind

Als er in Rotterdam een jongen van veertien wordt neergestoken door twee tienermeisjes, zoals vorige week gebeurde, moet ik mij daar dan zorgen over maken? Of is dat iets wat alleen ‘lokaal’ interessant is? En als een stel tieners een man van mijn leeftijd doodsteken bij een goed voorbereide roofoverval, waarbij ze honderd Euro buitmaken, en ze krijgen tien maanden ‘jeugddetentie’, is dat dan veel, of weinig? Hoe gaat die straf hen helpen om die schuld uit te gummen, en de beslissing te nemen het nooit meer te doen? En hoe gaat de familie van het slachtoffer begrijpen dat dat een keurige compensatie is voor hun verlies?

 

Voorheen bereikte het nieuws over dat soort misdrijven je wellicht niet eens. Volgens een keur aan ‘officiële statistieken’ is Nederland immers veiliger dan ooit? In het verleden gebeurde er ook wel eens wat, en misschien wel identieke incidenten? Ik herinner ze mij niet uit de kranten, of debatten over dergelijke incidenten in de volksvertegenwoordiging, als ze daar tenminste niet met reces zijn om de accu weer op te laden. Wel ‘rellende’ jongeren, en daarbij ging het er soms ook knap hard aan toe. Maar dat waren in meerderheid ‘jong volwassenen’ met uitgesproken idealen, en geen tieners. En het betrof geen roofmoord of ‘afrekening in het criminele circuit’, of 'zinloos geweld'. 

 

‘Rellende’ jongeren zijn er nog steeds, maar de overheid reageert nu anders. Ze filmen het gebeuren, en grijpen niet direct in, maar arresteren de betrokkenen liever later, met hooguit enkele aanhoudingen ter plekke voor de camera van het televisiejournaal. Het leidt tot schade, maar daar heb je de verzekering voor, of een ‘potje’ bij de gemeente, of centrale overheid. Of het 'hoort er gewoon bij', en het is de prijs die je betaalt om in een 'democratie' te mogen leven. ‘Politieoptreden’ staat desondanks opnieuw op de agenda, en een deel van de burgers pleit ervoor de politie maar helemaal af te schaffen. Het geld kan beter naar ‘speciale projecten’. Een cursus messenslijpen wellicht? Of meer aandacht voor ‘emancipatie’ en ‘weerbaarheid’ in de geest van wat die twee meiden van zeventien daar onder verstaan, die die jongen van veertien aan het mes regen. 

 

Zelf zie ik er geen brood in, dat afschaffen van de politie, en die ‘speciale cursussen’. Het zal zeker ergens de kassa doen rinkelen van een creatieve ‘cursusbedenker’ met een vlammend betoog waarvan je denkt: ‘Zit wat in……..’. Maar ook als het op zich geen onlogisch verhaal is, over een verband tussen ‘armoede’ en ‘criminaliteit’, bijvoorbeeld, wil dat nog niet zeggen dat het gaat helpen als we een keur aan ‘cursusbedenkers’ rijk maken. 

 

Waar statistieken die ‘bewijzen’ dat Nederland met elke nieuwe dag veiliger wordt gretig aftrek vinden in de media, zijn er ook statistieken die je beter niet in de openbaarheid kunt bespreken, omdat je dan niet ‘correct’ bent. Nou heb ik het zelf niet zo op statistieken. Ik ben erg gecharmeerd van de quote die zegt dat er drie soorten leugens zijn: Leugens, verdomde leugens, en statistieken. Wat mij bezielde toen ik hier op deze website enquêtes neerzette, in de hoop een beeld te krijgen van uw belevingswereld, weet ik niet. Ik heb er al enige keren mijn excuses voor aangeboden, omdat deelname van ‘rollenspelers’ er een leugen van de ‘derde categorie’ van maakte. Maar ik begrijp waarom het verleidelijk is er op te vertrouwen. Alleen ben ik natuurlijk geen ‘beleidsmaker’, en dat maakt wel enig verschil. Daarbij heb ik steeds ook geschreven dat die enquêtes, en de in keurige staafdiagrammen weergegeven resultaten, geen begin van ‘bewijs’ vormden voor wat dan ook. 

 

Als je geconfronteerd wordt met zulke serieuze ontsporingen als ik hier in de eerste paragraaf aanhaal, dan is het te laat voor een ‘goed gesprek’. Althans, zo denk ik erover. Dat je actueel steken met een mes kostte wat kost moet zien te voorkomen, en niet dan pas de ‘dialoog’ moet starten. Maar ik besef dat dat een erg ‘Ouderwets’ standpunt is. Voordat er gestoken is, weet je namelijk nog niet of het die kant op gaat. Mijn eigen standpunt, zoals weergegeven op dit blog, dat doortastend ingrijpen (ruim) vóór dat moment begrijpelijk is, waar ik daar zelf op enig moment ook tegenaan liep, mist draagvlak in deze ‘statistische’ tijden, waarin iets pas gebeurt als het gebeurt. Anticiperen op een ontwikkeling is niet bespreekbaar, waar het een aantasting is van de individuele vrijheid en ontplooiing van het kind, dat zich ook heel anders kan ontwikkelen dan de ouder, of leerkracht, of politieagent vreest. 

 

De enigen die er zicht op hebben, zijn de bedenkers van ‘cursussen’. Helaas blijken die bedenkers in de praktijk vaak radicaal anders te denken over een risico, en hoe je een actuele misdraging moet ‘wegen’. Ze menen dat een donatie aan hun ‘onderneming’, of politieke stroming, de maatschappij significant beter maakt. Zo was er in Amerika een politica die stelde dat winkeldiefstal door de vingers gezien diende te worden in deze moeilijke tijden, omdat de mensen toch moesten eten. Dat laatste, daar valt wat mij betreft geen speld tussen te krijgen. Maar als je bij plunderingen dan vooral ‘Gucci’, elektronica en andere dure gebruiksgoederen de winkel uit sleept, met vals geld betaalt, en het bezoek aan de ‘dealer’ niet overslaat, wordt het wat mij betreft ‘ingewikkeld’. En dat is een eufemisme voor ‘je liegt’, of ‘je doet aan statistiek’, in de hoop weg te komen met moord.

View older posts »

Zoeken