BLOG

Het streven naar mentale autonomie

Op het moment dat we geboren worden, zijn we volledig hulpeloos, overgeleverd aan onze natuur, en begint het leerproces dat een leven lang duurt. Als we mazzel hebben, treffen we ouders die tijd voor ons hebben, en niet op elke vraag een antwoord hebben, maar wel weten wat de afspraken zijn, en waar die voor dienen. Ouders die er zelf ook geen geheim van maken dat ze nog altijd vol verwondering kijken naar de mens en de maatschappij, om nog maar te zwijgen van het universum waarin zelfs de aarde een nietige speldenknop is.

 

Gaandeweg komen we uiteenlopende mensen en organisaties tegen die ons verzekeren dat zij wel alle antwoorden hebben, of anders wel iemand kennen die het antwoord zou hebben op een vraag die ons bezighoudt. En nog veel meer mensen en organisaties die het beantwoorden van die vragen die we hebben uit de weg gaan, maar ons ondertussen wel stellig voorhouden dat ze weten wat goed voor ons is, en welke keuzes we moeten maken voor onze eigen bestwil. 

 

Om als volwassene te kunnen functioneren in een samenleving is het niet nodig op alle vragen een antwoord te hebben, maar je moet wel weten wat de afspraken zijn, en wat het doel is van die afspraken. Twijfel aan het doel, en de afspraken zelf, is legitiem, maar je eigen weg gaan in weerwil van die afspraken leidt tot existentiële chaos en een wereld waarin de ‘Sterkste’ het voor het zeggen heeft, wat een groot gevaar is voor de ontwikkeling onze mentale autonomie.

 

Mentale autonomie vereist dat je alles wat je ‘geleerd’ hebt van mensen die stellig zeggen te weten wat ‘waar’ is, en wat niet, in twijfel trekt, en dat je zelf op zoek gaat. Dat is een pad dat niet voor iedereen begaanbaar is. Het is niet zelden confronterend, pijnlijk, en lastig waar je stuit op vijandige mensen die menen dat je de verkeerde vragen stelt, ook al conformeer je je aan de afspraken. De radicale eerlijkheid die ervoor nodig is voedt gevoelens van eenzaamheid, terwijl je gaandeweg beseft dat je het wel kunt vergeten dat er ooit een moment komt waarop jij wel op alle vragen een antwoord hebt. 

 

Het is dus geen schande als je afziet van die uitdaging. Maar het is wel een schande als je meewerkt aan pogingen om mensen die mentale autonomie nastreven de mond te snoeren. Het streven naar mentale autonomie is anti-elitair en emancipatoir op het individuele niveau. Mensen die die weg gaan zijn het op tal van punten hartgrondig met elkaar oneens, maar wel in staat om met die anderen samen te leven zonder dat het uitmondt in moord en doodslag. Voor hen is de wijsheid van mensen die ons voorgingen in de tijd, en die binnen de samenleving zoals die toen functioneerde voor zichzelf waarheden ontdekten, van groot belang, maar geen kapstok waaraan ze hun eigen mantel op kunnen hangen na een expeditie die hen naar de diepste krochten van de menselijke geest voerde. Dito voor de waarheden die anderen voor zichzelf ontdekken in deze maatschappij waar wij deel van uitmaken, als tijdreizigers die niet het eeuwige leven hebben, en slechts hun best kunnen doen om het niet voor toekomstige generaties te verzieken. 

 

Hoewel het leerproces een leven lang duurt, is het nuttig en nodig om kinderen te leren dat afspraken een functioneel onderdeel zijn van de veilige omgeving die hen in staat stelt zich te ontwikkelen, tenzij die afspraken verder gaan dan dat, en tot doel hebben ons deze of gene waarheid door de strot te wrikken en het ons pad naar mentale autonomie blokkeert, zonder duidelijke reden. De ingrepen om kinderen zo ver te krijgen dat ze begrijpen dat delen van hun aanleg problematisch zijn, omdat het de veilige omgeving in gevaar brengt die we nodig hebben om te kunnen groeien, of waar we de neiging hebben zelfdestructieve impulsen voorrang te verlenen boven emancipatie, is per kind en per situatie verschillend, waarbij tevens een rol speelt wat maatschappelijk haalbaar is. 

 

Het heeft geen pas jezelf op je borst te slaan als je de keuze maakt om te streven naar mentale autonomie. Dank je ouders, je leerkrachten, en anderen die je pad kruisten en je de weg wezen, zelfs al hadden ze helemaal niet de intentie. In die zin maakt het geen verschil of die keuze voortkwam uit verzet, of het goede voorbeeld. Doorgaans zal het eigenlijk altijd een combinatie zijn. Tegen die achtergrond begrijpt u misschien ook beter waarom ik er geen moeite mee heb te erkennen dat voor sommigen een ervaring traumatiserend kan zijn, terwijl anderen menen er baat bij te hebben gehad. En dat ik oprecht meeleef met degenen die door een trauma geregeerd worden, waardoor ze niet toekomen aan de keuze voor mentale autonomie. Maar dat ik in die zin ook onderken dat er sprake is van een trauma als iemand meent dat bepaalde opvoedkundige ingrepen goed geweest zouden zijn, voor hem of haar, terwijl de wetten en regels, of de opvattingen van ouders en leerkrachten daar geen heil in zagen. 

 

Eenmaal op het pad richting mentale autonomie is er eigenlijk geen weg terug. Je herkent mensen die daarvoor kozen overigens niet aan hun ‘onaangepaste gedrag’. Dat is een belangrijke misvatting. Evenmin zijn het mensen die onverantwoorde risico’s nemen op jacht naar ervaringen die hen ‘prikkels’ geven die nieuw zijn. Iemand kan een overdreven ‘model-burger’ zijn, stoïcijns en ‘koel’ in de omgang, gedisciplineerd werkend aan zijn of haar zoektocht naar wat waar is, en wat niet, en mentaal volstrekt autonoom. Maar in alle gevallen zal de mentaal autonome mens tolerant zijn op de klassieke manier. Dat wil zeggen: Leven, en laten leven.

 

Uit het bovenstaande volgt dat er geen kant-en-klaar recept is voor wie de ambitie heeft zijn of haar kinderen op te voeden tot mentaal autonome volwassenen. Maar dat er wel vingerwijzingen zijn. Terwijl sommige kinderen misschien beter niet die kant op moeten, omdat de relatieve intellectuele eenzaamheid voor hen te beangstigend is, maar dan nog steeds wel moeten leren tolerant te zijn.

De volmaakte wereld

‘Ouderwets’ op dit blog is zoveel meer dan een geuzennaam. En zoveel meer dan het skelet waaraan ik mijn maatschappijkritiek op kan hangen. Maar het is in deze ‘moderne’ maatschappij nauwelijks nog uit te leggen hoe ik het zie, waar het in een reflex wordt herleid tot ‘geaardheid’ en ‘lifestyle’, omdat we iedereen inmiddels langs die lijnen indelen. Voor de ‘ouderwetse’ mens zoals ik is dat een degeneratie. Of, minder neerbuigend geformuleerd, een ‘verschraling’. 

 

Op het moment dat je de aanname in de armen vliegt dat iedereen ‘van nature’ goed is, en dat ontsporingen het gevolg zijn van de corrumperende invloed van de maatschappij (opvoeding), is het logisch dat je ‘geaardheid’ verheerlijkt en cultiveert. En op zoek gaat naar die ‘corrumperende’ invloed die de ‘vrije uitloop’ van ‘geaarde mensen’ in de weg staat. Met het accent op seksuele ‘geaardheid’, gereduceerd tot 'lust', en de daar direct mee verbonden ‘lifestyle’. 

 

Mijn stelling hier, als ‘ouderwetse’ mens, is dat we zoveel meer zijn dan dat. Dat de identificatie van mensen op grond van hun seksuele fantasie, of de kleur van hun huid, of ‘sekse’, een enorme stap terug is in de ontwikkeling. En dat het een bedreiging vormt voor de mensheid als geheel als we die koers blijven varen. Zonder te ontkennen dat er een ‘spanning’ is met de cultuur-gedragen kijk op de mens als een dierlijke soort die geen schijn van kans heeft om te overleven zonder collectieve structuren. En in het volle besef dat die cultuur door sommigen wordt ervaren als een gevangenis. 

 

Ofschoon ik mij terdege realiseer dat ‘ouderwets’ in deze tijd door sommigen wordt gezien als een oproep om terug te keren naar het dictaat van ‘de Kerk’, of enige totalitaire leider, is het tegenovergestelde het geval. In tal van eerdere bijdragen, waarvan er velen inmiddels zijn gearchiveerd omdat ze te ‘indringend’ waren door de focus op specifieke straffen, heb ik steeds benadrukt dat het concept van emancipatie via de repressie van impulsen en ongecultiveerde gevoelens, zeer zeker niet uniek is voorbehouden aan mensen die hun instructies ontvangen vanaf de kansel, of uit de mond van hun ‘geestelijke leider’, maar ook overduidelijk zichtbaar was in seculiere kringen met een optimistische kijk op mens en maatschappij. Socialisten, communisten, liberalen.

 

De ‘moderne’ mens stelt, niet geheel zonder reden, dat religie en ideologie niet zozeer de dragers zijn van vooruitgang en culturele ontwikkeling die een verrijking is, maar dat het leidt tot repressie en oorlog. De bevrijding van de mens door een focus op de ‘geaardheid’ brengt ons echter evenmin de verlossing, maar leidt tot decadentie en de feodale organisatie van groepen mensen op ‘primitieve’ grondslag. Ras, sekse en libido-gedreven voorkeuren, wat eveneens conflicten voedt die een gewelddadig einde kennen. 

 

Mijn tamelijk uitvoerige verhandelingen over ‘rollenspel’ in een aparte sectie van deze website zijn voor de meer dogmatisch ingestelde medemens vermoedelijk onverteerbaar. Het vloekt met hun religie of ideologisch gedreven opdrachten, wat mij identificeert als een ‘Wolf in Schaapskleren’. Terwijl de ‘moderne’ mens er ook niet mee uit de voeten kan, omdat die eist dat ‘geaardheid’ onvoorwaardelijk wordt geaccepteerd, en op geen enkele wijze voer kan zijn voor discussie, of pogingen om voorwaarden te formuleren die hen vanuit de ‘heersende cultuur’ worden opgedrongen. 

 

Dat ik al doende het bereik van dit blog, en deze website, geweld aandoe door iedereen van mij te vervreemden, is voor mijzelf geen probleem. Het wordt wel een probleem als deze of gene meute het op de heupen krijgt en zich voorneemt mij te lynchen, op te sluiten, of voor te dragen voor een 'lobotomie' omdat ik 'gek' zou zijn. De logische keuze is dan om onderdak te zoeken bij een andere meute die mij in bescherming zou kunnen nemen door mijn boodschap bij te buigen in die richting. Wat in de praktijk niet hoeft te betekenen dat ik dan moet liegen om die steun te verwerven, maar wel bepaalde dingen simpelweg weg moet laten. Het is mij een gruwel!

 

De kern van de zaak is, dat impulsbeheersing en een gestructureerd gevoelsleven het niet kunnen stellen zonder opvoedkundige ingrepen, en dat ze de mens naar een hoger plan voeren zolang er een logische gedachte achter de wetten en regels zit, en die wetten en regels de noodzakelijke ingrepen niet blokkeren. Die wetten en regels waar ik het over heb beperken zich dan tot het stellen van grenzen aan het gedrag van allen, in gelijke mate, zonder discriminatie, ‘positief’ of ‘negatief’, en zonder vage ‘gedoogconstructies’, omdat ze voor iedereen, jong en oud, hoog opgeleid of niet, te begrijpen moeten zijn. Daarboven kunnen ouders dan aanvullende eisen stellen, mede gelet op de ‘geaardheid’ van hun kinderen, als die ‘geaardheid’ de potentie heeft om hen in conflict te brengen met de wetten en regels in de samenleving. Ideaal gesproken is de ingreep van die ouders conform aan wat het kind in kwestie nodig heeft, wat niet centraal kan worden voorgeschreven vanuit een ‘model’.

 

Als alle ouders ‘liefhebbend’ zijn, zou dat concept zonder verdere beperking als een zonnetje werken, maar helaas is de mens feilbaar, en kan een oorspronkelijk terecht onderdrukte ‘geaardheid’ bij die ouder opspelen waardoor het handelen tijdelijk, of permanent wordt gecorrumpeerd. Discussie over bepaalde grenzen aan het bereik van de ouderlijke macht zullen er dus altijd blijven in die ‘ouderwetse’ samenleving. Dat gaat niet slechts over de vraag of een kind baat heeft bij slaag als straf, of enige andere ‘ouderwetse’ opvoedkundige ingreep, maar net zo goed over de ‘kwaliteit’ van de liefde die ouders hun kinderen geven. Gelukkig zijn we in ons land niet gezwicht voor de roep om pedoseksuele ‘geaardheid’ te erkennen als een bevrijdende ‘lifestyle’, en zien we ook geen brood in ‘sadisme’ als een legitieme ‘geaardheid’ die we de vrije teugel moeten kunnen geven. Maar persoonlijk zet ik ook vraagtekens, om niet te zeggen uitroeptekens, bij de neiging van bepaalde groepen om kinderen in te lijven als soldaten in hun eigen ‘lifestyle’-leger. 

 

Het onbevredigende aan ‘ouderwets’ zoals ik het typeer en verdedig, is dat het onvolmaakt is. Het neemt die onvolmaaktheid voor lief, en beperkt zich tot het voorkomen van grote ongelukken. Dat is een gebrek aan ambitie waar de ‘moderne’ mens, maar ook de religieus- of ideologische gedreven mens, geen genoegen mee neemt. Overigens zie ik de ‘identiteitspolitiek’ ook als een ideologie of een religie, en is er in die zin niks ‘moderns’ aan. 

 

Waar ik het opneem voor ‘Freud’ ziet u dat terug in mijn speurtocht naar de oorsprong van onze ‘geaardheid’ die maakt dat we niet volmaakt zijn bij de geboorte, en tot overmaat van ramp ook nog eens zo verschillend reageren op corrigerende ingrepen. Al mijn eigen pogingen om daar grip op te krijgen hebben mijn eigen nederigheid voor de onmetelijke complexiteit van onze natuur alleen maar vergroot. Hier was dat vanaf de aftrap opgehangen aan mensen die nadrukkelijk meenden baat te hebben gehad bij ‘ouderwetse’ straffen, of sterk het gevoel hebben dat het voor hen beter zou zijn geweest, maar dat universum is onvoorstelbaar veel groter dan dat. En onze pogingen het te stroomlijnen door een focus op ‘input-versus-output’, en verder geen vragen, helpt ons niet vooruit. Maar ik erken ruiterlijk, zoals hierboven al gesteld, dat ook ik zeker niet de volmaakte wereld in de aanbieding heb, en dat ik mij dus ook kan vergissen. Wellicht is het probleem mijn eigen ‘geaardheid’ die zich verzet tegen een volmaakte wereld………

Het verhaal van de pappenheimers

In de ‘ouderwetse’ tijd was de politie er om criminelen te ontmoedigen, en als ze toch toesloegen, hen in de kraag te vatten. Ik heb dat zien veranderen. Onder invloed van de gedachte dat de mens ‘goed’ was bij de geboorte, en als het misliep dat de schuld was van de ‘omgeving’, werd de politieagent meer en meer een ‘coach’. ‘Ouderwetse’ burgers die daar het heil niet van inzagen, traden de ‘coaches’ tegemoet met de gevleugelde woorden: ‘Ga toch boeven vangen!’

 

Het waren de laatste stuiptrekkingen van de ‘ouderwetse’ kijk op mens en maatschappij. Op het moment dat duidelijk werd dat de ‘coach’ de grip op het spel kwijtraakte, ondanks ‘deskundige’ leiding en eindeloze ‘trainingen’, lag het voor de hand dat we terug zouden keren van dat dwaalspoor. Maar inmiddels verdienden hele volksstammen een dik belegde boterham aan het ‘coachen’ en wat daar allemaal bij kwam kijken, terwijl de grenzen tussen ‘goed’ en ‘kwaad’ gaandeweg vervaagd waren, en we hadden geleerd om naar de ‘dader’ te kijken als het ‘slachtoffer’, dus die deur zat dicht.

 

Voortmodderend op de ingeslagen weg hingen we het hele land vol camera’s en microfoons, maakten we van mensen met een vertrouwensfunctie 'NSB-ers', en maakten we burgers wijs dat ze zelf schuldig waren als ze het slachtoffer werden van een misdrijf als ze hun huis niet hermetisch van de buitenwereld afsloten. In onze bunkers houden we contact met de wereld buiten onze fortificatie middels de televisie en het internet, waar we meer vrienden hebben dan ooit, die ons met ‘likes’ bedelen, zodat we weten dat het onze vrienden zijn. Ook als we hen opzoeken in hun bunker, of ergens in een uitgaansgelegenheid, praten we niet met ze, maar communiceren we met hen via onze telefoon. We laten een permanent spoor na van ‘kruimels’ die onze vrienden met ‘likes’ kunnen paraferen om te laten zien dat ze échte vrienden zijn. 

 

Wat precies crimineel gedrag is, is al veel langer niet duidelijk meer. Als de overheid je auto en je vergaarde rijkdommen komt halen, of je zorgtoeslag stopzet, ben je een crimineel. ‘Ouderwetse’ mensen, zoals ondergetekende, staan er hoofdschuddend naar te kijken. Het doet onwerkelijk aan dat de overheid criminelen laat begaan, om daarna de opbrengsten in eigen zak te steken. Ik zeg niet dat mensen die bij de politie werken met die cynische kijk op mens en maatschappij solliciteerden, al zijn er steeds meer verhalen van ‘dienders’ die blijkbaar nooit de intentie hadden om te ‘dienen’, of die hun ‘diensten’ simpelweg verkopen aan de hoogste bieder. Veel agenten begrijpen pas dat het niet goed zit bij de zoveelste ‘reorganisatie’. Of als ze ‘instructies’ krijgen om niks te doen, terwijl ze wéten dat het niet goed af kan lopen.

 

Daarnaast krijgen ze ‘aandachtsgebieden’ aangereikt als ‘topprioriteit’ die zo mager gedefinieerd zijn, dat je er in de praktijk niks mee kunt. Bakken geld gaan er naar de surveillance van het internet op jacht naar mensen met ‘kwade bedoelingen’, en naar ‘onderzoek’ waarvan je op voorhand al weet dat het een illusie is om te denken dat je langs die weg criminelen afstopt. Om het spectaculaire aantal steekincidenten in het Verenigde Koninkrijk een halt toe te roepen, is er weer iemand op het ‘briljante’ idee gekomen alleen nog messen zonder punt te verkopen. Ik zit op het puntje van mijn stoel in afwachting van de Nederlandse politicus die dat idee blind en doof napapegaait. ‘Ouderwetse’ mensen zoeken het in ‘kennis van je pappenheimers’. Mijn verhaal over ‘het mesje’ in eerdere bijdragen, deels gearchiveerd, illustreerde dat in mijn beleving. Ouders die een ‘slecht gevoel’ hebben, een kind verbieden om met een mesje de straat op te gaan, en als dan blijkt dat dat kind dat tóch heeft meegenomen, én ermee heeft gedreigd, ingrijpen op een wijze die duidelijk maakt dat het niet wordt getolereerd. Maar als een kind van dezelfde leeftijd een mesje nodig heeft voor padvindersactiviteiten, daar niet paranoïde over doen.

 

De externe autoriteit kent de ‘pappenheimers’ niet, en de ‘moderne’ ouder heeft ook geen zicht meer op de belevingswereld van dat kind. Ze werken. En als ze thuis zijn zitten ze met hun telefoon in hun ‘likes’-wereld, of organiseren ze begeleiding voor hun kinderen die hoe dan ook zelden of nooit meer zonder supervisie de straat op gaan. Als dat al gebeurt, zijn er de camera’s en microfoons, en hun eigen telefoon, die minutieus bijhouden waar ze zijn, en wat ze uitspoken. Als ‘pappenheimer’ dan de fout in gaat, gaat het niet zelden ook meteen spectaculair mis. En niemand die het aan zag komen. Er waren geen ‘signalen’. Het kind in kwestie was omgeven door zorgverleners. Alle ‘drempels’ waren al in een vroeg stadium weggehaald om het kind in kwestie in staat te stellen over elk krampje, en elke nare droom te communiceren met ‘deskundigen’. Hoe kon het dan toch mis gaan?

 

De ‘ouderwetse’ mens zegt dan: ‘Omdat ‘pappenheimers’ niet in het model passen’. Sterker nog, het ‘model’ werkt als een rode lap op ‘pappenheimers’. De hele onderneming is kansloos, omdat het neerkomt op een ‘groot vierkant blok’ door een ‘klein rond gat’ beuken met een voorhamer. Dat ‘kleine ronde voorwerpen’ zonder het gebruik van geweld in het doosje vallen, is niet het bewijs dat het ‘model’ correct is. Het lijkt zo logisch, maar kennelijk begrijpt niet iedereen dat. En ik vrees dat het oprekken van het ‘keuzemoment’ voor een schooltype, en iedereen tot halverwege de tienertijd in de ‘leerkazerne’ proppen, de problemen alleen maar groter maken. U denkt van niet? Laat maar zien dan!

Iedereen heeft zijn prijs?

Wat denkt het volk? Het volk denkt niet. Individuen denken. Het is oneigenlijk om het collectief voor te stellen als een organisme. Althans, zo dacht men er in meerderheid nog over toen ik zelf jong was. Er waren her en der al lieden die daar anders over dachten, en de conclusie trokken dat op het niveau van het ‘gewone volk’ iedereen zijn of haar prijs had. Om hen te laten doen wat je wilde dat ze deden, moest je alleen zien uit te vinden hoeveel dat zou kosten. 

 

Vanuit dat idee ontstonden uiteenlopende wetenschappelijke disciplines, en andere disciplines die al bestonden speelden ‘leentjebuur’. Het idee dat iedereen zijn of haar prijs heeft, en dat andere argumenten om iets wel of niet te doen daaraan ondergeschikt zijn, paste naadloos op het idee van de ‘behavioristen’, die radeloos werden van de Freudiaanse spaghetti die op individueel niveau in sommige gevallen wel resultaat opleverde, maar niet bruikbaar was op het grote geheel. Een volle neef van Freud nam de theorie van zijn oom echter al ver voor de oorlog als uitgangspunt, en ontwikkelde het concept van ‘Propaganda’. In zijn belevingswereld voorzag hij schitterende commerciële toepassingsmogelijkheden, en het boek dat hij schreef had dan ook eigenlijk ‘Reclame’ moeten heten, vanuit ons hedendaagse perspectief. Die naam kwam later, nadat propaganda in een onpasselijk makende reuk was komen te staan door het gebruik dat politici er van maakten om het volk rijp te maken voor oorlog.

 

Die oprisping van morele weerzin tegen propaganda was echter geen lang leven beschoren. Via de achterdeur kwam het weer terug, omdat mensen met ambities om het volk bij de hand te nemen het potentieel ervan zagen, en de verleiding niet konden weerstaan. Onze wereld veranderde erdoor van de ‘ouderwetse’ wereld waar ik op dit blog mijn licht over heb laten schijnen, naar de ‘moderne’ wereld. In de ‘ouderwetse’ wereld stelden ouders en leerkrachten grenzen aan het gedrag van hun kinderen, en straf in het vooruitzicht als die grenzen werden overschreden. Waar mogelijk werden die grenzen toegelicht, maar naar de motivatie van grensoverschrijdend gedrag werd niet gevraagd, tenzij er overduidelijk sprake was van een overmachtssituatie. Straf was derhalve onverbiddelijk als je geen valide excuus had. 

 

De ‘moderne’ insteek was dat straf contraproductief was. Om te voorkomen dat je kind zich zou misdragen, was het slechts nodig uit te vissen hoeveel dat moest kosten, en dat kind te verleiden om te doen wat jij als ouder of leerkracht van hem of haar verlangde. In de eerdere versie van dit blog heb ik mij daartegen afgezet als het aanleren van corrupt gedrag. In onze huidige maatschappij kom je het op elk niveau tegen. En waar politici zich het hoofd breken over manieren om het volk te geven wat het wil, en tegelijk het heilige systeem niet onherstelbaar te beschadigen, neemt men zijn toevlucht tot uiteenlopende vormen van ‘social engineering’, met het accent op ‘incentives’, oftewel beloning. De perversie is dat ook boetes in onze huidige maatschappij zo werken. Waar instellingen die de verantwoordelijkheid voor de kinderen overnamen van ouders boetes invoerden voor ouders die te laat kwamen om hun kinderen weer op te halen, steeg het aantal ouders dat te laat kwam. Men zag het gewoon als de prijs voor iets dat een zekere waarde had in het economische verkeer. Zo zijn er ook mensen die op feestjes, en zelfs op de nationale televisie, opscheppen over het aantal verkeersboetes dat ze in een jaar hebben gekregen. En de overheid zelf ziet het ook eerder als een onmisbare bron van inkomsten. Roken wordt niet verboden. De prijs wordt opgevoerd. En stoppen wordt beloond op kosten van de gemeenschap. Beginnen met roken wordt zodoende een statusverhogende activiteit, waarvan de schade wordt afgewenteld op de samenleving. Zelf rook ik niet, maar ik ben ook niet voor een verbod. En deze ‘moderne’ corrupte praktijk vind ik weerzinwekkend, en kwalijk op de langere termijn. Maar ik kan het in mijn eentje niet veranderen. En het volk ook niet, zolang de 'deskundigen' er vertrouwen in houden.

 

Het idee dat kinderen beter af waren als ze weg werden gehaald bij hun ouders, door die ouders aan te zetten om te werken en geld te verdienen, en de opvoeding en zorg over te dragen aan ‘professionals’, die door ‘deskundigen’ werden opgeleid, stuit mij als ‘ouderwets’ denkend mens tegen de borst. Maar het is in deze ‘moderne’ tijd een minderheidspositie, en daar moet ik mij bij neerleggen. Ik geloof er niet in, maar zoals ik in tal van bijdragen schreef: ‘Laat maar zien dan!’

 

Dat politici zich bij het verbod op de ‘opvoedkundige tik’ niets aantrokken van de ‘volkswil’, zoals die zichtbaar was in enquêtes, kwam omdat beleidsmakers gaandeweg meer hun oor te luister legden bij de ‘professionals’, en zich slechts zorgen maakten over de manier waarop men het volk mee kon krijgen. En dan bij voorkeur door de schijn op te houden van het belonen van ouders die ‘vrijwillig’ de zorg voor hun kind overdroegen aan de ‘professionals’, die immers wisten hoe het moest, zonder het gebruik van straf, met niets dan beloningen, en louter gelukkige kinderen als gevolg. Hoe kon je daar als ouder nog weerstand aan bieden? 

 

Het ‘Laat maar zien dan!’ stelt teleur. Dat is niet exclusief mijn individuele conclusie. Waarom er nu meer kinderen zelfmoord plegen dan ooit, terwijl ‘professionele’ zorg op massieve wijze wordt gefinancierd, zou ik u niet zo één, twee, drie kunnen vertellen. Achter elk individueel geval gaat een wereld van misère schuil. Van momenten van tegenslag in een wereld die bol staat van de belofte dat elke hedonistische droom in vervulling zal gaan, als je je maar gedraagt zoals elders is uitgedacht door ‘deskundigen’, tot het groeiende gevoel van uitzichtloosheid dat kinderen op school wordt aangepraat waar men hen nodig heeft als activisten om anderen ‘schaamte’ aan te praten. En dan zijn er nog de verhalen over effecten op de langere termijn van medicatie waarmee ‘drukke kinderen’ rustig worden gemaakt, die tot chronische depressie zouden leiden. Het is dus niet de schuld van die ‘professionals’, maar zo makkelijk is het dus niet. 

 

Waar ik in het verleden hier aandacht besteedde aan bepaalde incidenten in de dagelijkse praktijk, en zonder advies van mijn kant vraagtekens zette bij de ellende of onmacht die er uit sprak waar strak volgens de regels werkende ‘professionals’ een schrijnende situatie alleen maar gruwelijk veel erger maakten, schreef ik er ook altijd bij dat ik er niet aan twijfelde dat die ‘professionals’ de allerbeste bedoelingen hadden. Sterker nog, ik vrees dat velen van hen in ernstige gewetensnood zijn afgehaakt nadat ze tot de conclusie kwamen dat de ‘professionele’ methoden niet werkten zoals het in de lesboekjes stond, en soms volslagen contraproductief waren, terwijl de intimiteit met het kind die ouders door hun genetische band hebben voor hen ver buiten bereik was, waardoor dat kind hen ontglipte terwijl ze erbij stonden en ernaar keken. 

 

Om kort te gaan wil ik hier graag nog eens onderstrepen wat ik al zo vaak heb geschreven, dat ik de ‘moderne’ mens niet als mijn vijand zie. Zelfs niet waar die mij wel als de vijand beschouwt. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van de meesten, ook al ben ik niet gecharmeerd van de wijze waarop ze daar uiting aan geven, en heb ik te doen met de mensen die het slachtoffer worden van hun handelwijze. De stelling in de opening van deze bijdrage, dat alleen het individu denkt, en niet het volk, verwijst ook naar mijn uitgesproken aarzeling om enige ‘beweging’ te steunen die zich tot doel stelt problemen op te lossen die in mijn optiek geen collectieve verantwoordelijkheid zijn, maar een individuele. Gegarandeerd is het ‘medicijn’ in veel gevallen erger dan de kwaal als we blijven hameren op 'One Size Fits All'-oplossingen. Mijn voorstel zou je kunnen typeren als een terugkeer naar ‘Freud’, maar zonder de exclusiviteit die er voorheen mee werd geïdentificeerd, omdat je een stevig gevulde beurs moest hebben om in aanmerking te komen voor ‘analyse’ en ‘therapie’. Daarbij moeten we die ‘Freudiaanse’ methode ook niet te zien als het voorportaal van een veelbelovende harmonisatie, maar als de basis voor zuiver wetenschappelijk onderzoek. Ook al omdat we meer zicht moeten krijgen op moreel en ethisch handelen, in samenhang met onze menselijke natuur, om de automatisering en robotisering van de maatschappij een betere basis te geven dan nu voorhanden is. Of zijn we al te laat?

Onherroepelijk of transitie?

Hoe kun je kritiek hebben op een wet, en die tegelijk verdedigen door te eisen dat iedereen zich er naar voegt, zoals ik dat hier op dit blog doe? Er zijn immers tal van voorbeelden van wetten in landen die ronduit gruwelijk zijn? Moet je daar dan niet tegen in opstand komen? Ja, door je stem te verheffen. Door de dialoog te zoeken. Door anderen te overtuigen.

 

In de basis is enige wet een compromis, of de bezegeling van een overwinning van één bepaalde groep binnen de samenleving die haar eigen morele uitgangspunten oplegt aan de rest. Voor mij is dat een sterk argument om terughoudend te zijn met wetgeving, en weg te blijven van pogingen alles te willen regelen voor iedereen. Op dit blog is dat opgehangen aan mijn observatie dat een zeer ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking destijds aangaf geen behoefte te hebben aan een verbod op de ‘opvoedkundige tik’, maar vervolgens stemde de gehele volksvertegenwoordiging er zonder één tegenstem mee in. Als dat het enige voorbeeld was van spanning tussen de ‘publieke opinie’ en de mensen die de macht hebben om ons bij wet hun wil op te leggen, zou ik mij er wellicht niet over opgewonden hebben. Maar ik zag, en zie een patroon. En dat bezorgt mij een buitengewoon ongemakkelijk gevoel.

 

Vanaf het begin heb ik op mijn blog onderstreept dat ik de mensen snap die tegen straf zijn, al deel ik hun visie niet. Of die tegen een bepaalde specifieke straf zijn. Uitgaande van zichzelf, al dan niet met ongewenste ervaringen, of uit medeleven met anderen. Ze hadden het zelf niet nodig, of de middels straf afgedwongen leefregels waren absurd, in hun ogen. Of het leidde tot excessen, en dan maar helemaal verbieden. Ik begrijp het, maar waar het betekent dat anderen straf ontlopen die ze wel degelijk nodig hebben om niet volledig te ontsporen, of waar slachtoffers van misdragingen met lege handen achterblijven, is er tenminste ruimte voor discussie. 

 

De wetgever onderkende dat er geen draagvlak was voor een algeheel verbod, wat hier concreet inhield dat men in de wet uitging van een algeheel verbod, maar erbij vermeldde dat er ‘gedoogruimte’ was. Hier op mijn blog heb ik mij daar tegen uitgesproken, die ‘gedoogconstructies’ en andere innovaties op juridisch gebied, omdat het een flipperkast wordt. Je begint met wetgeving in de marge, maar gaandeweg komt elke wet onherroepelijk op losse schroeven te staan. Dat ‘onherroepelijk’ moet u niet slechts begrijpen als ‘logische consequentie’, maar tevens letterlijk, als een ontwikkeling waar je geen halt meer aan toe kan roepen. Waar je het deksel niet meer op krijgt. Wat eindigt in een dystopische wereld zoals zichtbaar gemaakt in de film ‘The Joker’, en een groeiend aantal landen dat wereldwijd voor eigen rechter speelt.

 

Voor mij een zorgwekkende ontwikkeling, omdat ik mijn kinderen en kleinkinderen, en de generaties na hen, juist een beter leven gun, en geen terugkeer naar het recht van de sterkste, de volkstribunalen, en het ‘Circus Maximus’. En het begint met de opvoeding. Dus dacht ik er goed aan te doen om te helpen bij het van de grond tillen van een serieus gesprek over wat nou fundamenteel is in een maatschappij, en wat we dienen te rangschikken onder moralistische vrije keuze. En hoe we wellicht de kans op ongelukken langs een andere weg kunnen verkleinen. 

 

De weerstand tegen een algeheel verbod op de ‘opvoedkundige tik’, en in het verlengde daarvan een steeds ruimer aantal tot voor kort gangbare straffen, kwam, grofweg, van twee groepen mensen. De enigen die wat mij betreft kwalificeren, zijn de mensen die er over hebben nagedacht, en de conclusie hebben getrokken dat het voor sommige kinderen beter is, ook al is dat lastig te kwantificeren, en kun je geen eisen vooraf stellen aan de kwaliteit van dat denkproces, of de uitkomsten. Vermoedelijk extrapolerend vanuit hun eigen ervaring, of sterke gevoelens van onbehagen waar ze menen dat ze er zelf baat bij zouden hebben gehad. Degenen die niet verder komen dan een beroep op hun van ‘God’ gegeven recht, of chagrijnig zijn omdat het nu ‘hun beurt’ was om kinderen te meppen, daar heb ik geen geduld mee. 

 

Dat serieuze gesprek kwam er niet, ook al omdat het onderwerp, dat altijd al lastig was, omdat het niet prettig is om na te denken over je eigen falen, en hoe onaangename ervaringen ons vormen, op een kersvers taboe stuitte. Ineens zat je in een 'kast', en o wee als je eruit kwam! De belofte van een wereld zonder pijn, als één grote, eindeloze hedonistische kermis, was te sterk. En om het te realiseren gingen we mensen speciaal opleiden. Als ik van mijn kant het resultaat tegen het licht houd, zeg ik dat het niet gelukt is. En ook niet gaat lukken. De aanzwellende roep om steeds strengere straffen, en het strafbaar stellen van steeds meer gedragingen, met opsporingsinstanties die allang niet meer in de buurt komen van het uitoefenen van controle, en een groeiend aantal ‘helpdesks’ die niet helpen, maar gefrustreerde en diep ongelukkige burgers aan het lijntje houden, stemmen mij somber. Om nog maar te zwijgen over de verschillende groepen die het recht in eigen hand nemen, terwijl de wetgever verstrikt raakt in het wettenweb dat ze zelf hebben gesponnen, als rechters hen opdragen zich te houden aan de particuliere interpretatie van een coterie van juristen van deze of gene opzettelijk vage wet.

 

Op geen enkel moment heb ik het standpunt verdedigd dat we gedoemd waren als je je kind geen pak slaag meer mocht geven, of niet meer ‘in de hoek’ mocht zetten op school, en noem alle ‘ouderwetse’ straffen maar op die niet meer mogen. Wel heb ik mij met kracht uitgesproken tegen het idee dat je de opvoeding van kinderen beter over kon laten aan ‘deskundigen’, of een ‘commune’, of een veelheid aan ouders na tal van scheidingen, omdat ik van nabij heb gezien dat het vrijwel altijd tragisch misgaat, ondanks alle goede bedoelingen. 

 

Mogelijk bent u het helemaal niet met mij eens, en begrijpt u totaal niet waar ik het over heb. U ziet juist een wereld die met elke nieuwe dag beter wordt. En het enige wat nog rest, is het opruimen van de critici. Stem afpakken, opnemen in het euthanasie-programma, en op het internet de mond snoeren. Als ik een verbeten moralist zou zijn, zou u mij treffen op de barricaden. Maar ik vrees dat ik woord ga houden, en in de tuin met een goed glas wijn, of vanaf het balkon op veilige hoogte boven het strijdgewoel, toekijk hoe uw ideale wereld zich ontwikkelt. Onherroepelijk.

Komt u een beetje uit met uw goede voornemens?

Het angstaanjagende van het schrijven voor een blog over morele en ethische kwesties, is dat je geen grip hebt op wat anderen er mee doen. Dat geldt overigens niet uniek voor een blog waar men standpunten verdedigt die afwijkend zijn. Maar als men binnen de gebaande paden blijft is het eenvoudiger om de verantwoordelijkheid af te schuiven. Als ik de correspondentie uit het verleden herlees, en nog eens naar de keuzes kijk van bezoekers die de enquêtes invulden die hier voorheen stonden, prijs ik mijzelf gelukkig dat ik nooit de kant op ben gegaan van het doen van aanbevelingen. 

 

In het begin, inmiddels vele jaren geleden, lag de nadruk nog meer op de zuiver individuele ervaring, en voor het peilen van uw oordeel voerde ik u moedwillig terug naar een (voor u) hypothetische situatie in een maatschappelijke context die niet meer bestaat. Steeds met de oproep om bestaande wetten in uw eigen land in de actualiteit te respecteren. De opzet was in die fase het bespreekbaar maken van grote verschillen in beleving, zelfs binnen een groep die het op het eerste gezicht met elkaar eens leek te zijn. En hoe die beleving verandert met de jaren, of met het gezichtspunt dat we aangereikt krijgen. Daarom was ik ook niet bovenmatig verontrust over het risico van mensen die het allemaal niet overdreven serieus namen. In de praktijk waren er, ook toen ‘ouderwetse’ methoden en normen nog actueel waren, altijd al verschillen in de wijze waarop men daar mee omging. Van ernstig getraumatiseerd, tot lacherig, achteraf, ook al viel er op het moment zelf niks te lachen, tenzij je zelf niet degene was die gestraft werd. 

 

Waar het ingewikkeld wordt, zo realiseerde ik mij later, is waar mensen het exclusief als een spel gaan zien, en een uitnodiging om zich uit te leven, juist waar dat maatschappelijk gezien inmiddels bij wet verboden is. Toen die signalen binnenkwamen, trachtte ik te achterhalen of het ‘ruis’ was binnen de statistiek, met een ruime meerderheid aan oprechte reacties, of dat het eerder andersom was, met een klein percentage serieuze reacties, en het gros ‘fake’. In dit verband, waar het die enquêtes betreft, is ‘fake’ lastig te definiëren, omdat er hoe dan ook geen consequenties zaten aan de keuze die men maakte. Zoals een standpunt dat we verkondigen in de kroeg, op een feestje, of aan het hek bij het schoolplein, ook geen consequenties heeft. Het lucht op. En het zou een basis kunnen zijn voor een meer serieuze discussie, wat dus in een aantal gevallen via de mail ook van de grond kwam. Maar ook daar heb ik mij altijd verre gehouden van iets wat in de buurt kwam van een advies. Sterker nog, ik vind het internet een gevaarlijk medium in dat opzicht. Hoe kan je nou een welgemeende diagnose stellen, en advies geven, als je de direct betrokken personen, en de situatie niet kent? Ooit rustte daar een zwaar taboe op binnen de beroepsgroepen die zich bezighielden met de geestelijke en fysieke gezondheidszorg. Maar inmiddels zijn we de Rubicon overgestoken, en wemelt het van de websites met adviezen, waardoor een ‘stamtafeloordeel’ zoals ik het hier pleeg te noemen veel meer gewicht krijgt dan verantwoord is.

 

Het leidde ertoe dat ik de stekker uit de enquêtes en eerdere opzet trok, omdat ik die verwarring terugzag in reacties van activisten die wilden dat ik de stekker er helemaal uittrok. En inmiddels zijn we alweer verder opgeschoven, waarbij ‘public shaming’ volop wordt ingezet om zelfs decennia naderhand de geschiedenis te kunnen herschrijven, en genoegdoening af te dwingen, zelfs al was men nooit slachtoffer. In mijn optiek is dat bedenkelijk, en in veel gevallen contra-productief, waar het mensen dwingt zich te laten registreren als slachtoffer, omdat men anders ‘gek’ is, maar het is wel de norm. ‘Deal with it!’ En dus leek, en lijkt, het mij beter om wat meer afstand te nemen.

 

Die enquêtes staan nog op het internet, voor mijn eigen referentie, maar ze zijn onvindbaar, en dat houd ik ook zo. Zoals ik de eerdere versie van dit blog ook ‘off-line’ heb gehaald omdat het was ingehaald door de tijd. Het is niet ongezond als de maatschappij verandert, al zijn er altijd slachtoffers, in die zin dat de nieuwe manier van opvoeden, en de andere normen en waarden, hen in de kou laten staan. Ook al kunnen ze niet concreet onder woorden brengen waarom. Of ze vinden het beschamend om daar voor uit te komen. In elk geval merkte ik zelf dat de andere insteek op dit blog, meer ‘maatschappijkritiek’, schuurt met wat ik uitdraag, en teveel richting het soort bemoeizucht gaat waar we al meer dan genoeg van hebben. Het aparte kader over ‘rollenspel’, als een consequentie van het besef dat ik niet kan bepalen welke mensen door de zoekmachines hierheen worden verwezen, en om duidelijk te maken waar de wegen zich scheiden, is wat mij betreft ook klaar.

 

Een ‘schrijversblok’ is in deze niet hetzelfde als een ‘nadenkblok’, of een tekort aan inspiratie. De snelle veranderingen in de wereld, met een weelde aan nieuwe verboden, bestuurlijke initiatieven en gerechtelijke uitspraken die ver reikende consequenties zullen hebben, op elk gebied, bieden meer dan genoeg aanknopingspunten. ‘Opvoeden’ krijgt hoe langer hoe meer een volkomen andere status door internationale ontwikkelingen en ‘zendelingen’ die zich niet beperken tot hun directe omgeving, maar met straf en verleiding, censuur en propaganda, proberen de hele wereld hun eigen normen en waarden op te dringen. En met alle nieuwe technieken die er zijn, van chemische modificatie van het gedrag en het gevoelsleven, via elektronische supervisie, en een weelde aan speciaal opgezette ‘uitlaatkleppen’ voor gedrag waar anderen aanstoot aan kunnen nemen, uitgerekend en gewogen in een academische omgeving, is de wereld nu hoe dan ook onvergelijkbaar met de ‘ouderwetse’ wereld. 

 

‘Ouderwets’ was bij de start van dit blog nog: Tot voor kort. Nu is het, meer en meer, in elk geval in Nederland, ‘nostalgie’. Dat vergt, meer nog dan de oorspronkelijke opzet, ‘feedback’ als je dat een plek wilt geven, en daar is de sfeer niet naar, als die er al ooit komt. Ik hoef daar niet zo nodig de aanjager van te zijn. Maar als het op mijn pad komt kan ik er wellicht wel iets mee, omdat het dan wel zaak is de kwestie niet te romantiseren, en de achtergronden niet uit het oog te verliezen.

Het oogstjaar?

Tweeduizendtwintig belooft een oogstjaar te worden voor de 'moderne' mens. Het is niet mijn voornemen om via dit blog commentaar te leveren, en de 'moderne' mens voor de voeten te lopen, want dat is niet geheel en al ongevaarlijk, vrees ik. Het zijn in die zin revolutionaire tijden, waarin minder meer is, en meer teveel. Positieve ontwikkelingen in overvloed, als je de keerzijde buiten beschouwing laat. De lonen stijgen harder dan in voorgaande jaren, vrede is de norm, criminaliteit iets van vroeger, en de 'beurskoersen' kennen maar een weg: Omhoog, dankzij roodgloeiend aangelopen geldpersen, en een historisch lage rente.

 

Dat de prijzen harder stijgen dan de lonen, zelfs zonder de lastenverzwaringen van hogere belastingen, heffingen, premies, accijnzen en bijdragen, de bouw van nieuwe woningen, die nu al onbetaalbaar geworden zijn, stilligt, terwijl er plannen liggen om ons land voor de levering van elektriciteit en agrarische producten afhankelijk te maken van de import, daar ligt de 'moderne' mens niet wakker van. Inmiddels wonen er meer 'jongeren' (tot 35 jaar) thuis bij hun vader en/of moeder, terwijl er plannen zijn om 'ouderen' hun stemrecht te ontnemen, omdat ze alleen maar in de weg zitten. De volgende logische stap, zo komt het mij voor, is 'uit-huis-plaatsing' van mensen boven een bepaalde leeftijd, en het re-activeren van de discussie over verplichte euthanasie als bepaalde 'objectieve' criteria worden bereikt. 

 

Alle statistieken wijzen uit dat criminaliteit iets is uit een ver verleden. Dat bemoedigende resultaat is mede bereikt door een keur aan gedragingen die in het verleden werden aangemerkt als crimineel buiten beschouwing te laten. Er is geen misdrijf als er niks weg is, er geen aangifte wordt gedaan, en er geen doden zijn gevallen. En zelfs als dat wel het geval is, hangt het er vanaf in welke 'categorie' de dader valt. Is die 'verward', of behoort die tot een 'beschermde minderheid', dan zijn er 'logische verklaringen' die maken dat we dat voorval bestempelen als een 'incident'. 

 

De wereldwijde vrede is een ware zegening. Wel zijn er landen die ons bedreigen, dus is er meer geld nodig voor wapens, en moeten we vaker preventief bombarderen, maar dat mag geen oorlog heten. 

 

Een weelde aan nieuwe verboden is in voorbereiding. De lijst is lang, en pas als de hele lijst is afgewerkt, en de opsporingsautoriteiten fors zijn uitgebreid, het hele land vol camera's en microfoons hangt, het internet met sleepnetten wordt leeggevist, en we hebben uitgedokterd hoe we kunnen ontdekken wie er foute gedachten heeft, zodat we die onmiddellijk preventief op kunnen sluiten, zal de 'moderne' samenleving volmaakt zijn. De weg daarheen vergt de voortgaande mobilisatie van jongeren (tot 35 jaar) via wat voorheen het 'onderwijs' heette. Door tekorten aan leerkrachten komt er van onderwijs steeds minder terecht, en wat er rest aan 'lestijd' wordt besteed voor het voorbereiden van schoolstakingen.

 

Die stakingen zijn nodig om het klimaat te redden. Wat dat precies is, dat weet geen mens. Maar het past naadloos in het even futiele rijtje van de oorlog tegen terreur, tegen drugs, tegen armoede en tegen racisme. Onveranderlijk met het gevolg van méér terreur, méér drugs, méér armoede, en méér racisme. En waar hele volksstammen zich met bussen, vliegtuigen, boten, en treinen van de ene naar de andere conferentie slepen om te eisen dat anderen dan zij zelf de uitstoot van 'broeikasgas' verminderen, liefst op een wijze die gegarandeerd juist méér 'broeikasgas' genereert, ben ik niet echt hoopvol gestemd dat het gaat lukken. 

 

U heeft gelijk als u tegensputtert, omdat ik hier ook geen alternatief biedt, en meer bezig ben geweest met het ontrafelen van ongemakkelijke hersenspinsels van mensen die 'ouderwets' werden opgevoed. Terwijl ik ook nog weigerde 'ouderwetse' normen en waarden te vuur en te zwaard te verdedigen tegen de aanvallen van 'moderne' medemensen. Maar daar zag, en zie ik ook geen heil in. Sterker nog, de nieuwe 'preutsheid' die ons wordt opgedrongen bewijst dat u mijn hulp niet nodig heeft om archaïsche omgangsvormen af te dwingen. Het cyclische karakter van 'grillen' werkt niet alleen versluierend, maar is anti-emancipatoir. Niks geleerd. 

 

Onder deze omstandigheden zou het zelfs tragisch zijn als de huidige trend doorzet, en we terug zouden keren naar 'ouderwetse' methoden, gekoppeld aan een opgekalefaterde definitie van de 'Original Sin' zoals die eeuwenlang het denken binnen de Joods/Christelijke traditie en de Islam heeft geïnspireerd. De aanname van de voorgeprogrammeerde 'zonde' die op dit moment goed zichtbaar is in 'bewegingen' die bepaalde groepen aanwijzen als 'racisten', puur en alleen omdat ze geboren zijn met een bepaalde huidskleur, of zijn opgegroeid in een bepaald milieu. En de proclamatie dat alle mannen 'viespeuken' zijn, waardoor een beschuldiging voldoende is voor strafvervolging en veroordeling. 

 

Op welk moment de samenleving in balans is, is niet aan mij. Ik zit niet zo strak in mijn vel dat ik ernaar snak te mogen bepalen wat u wel, en niet mag, of moet. In een gezonde samenleving moet er ook tijd en ruimte zijn voor ontspanning. Dat haalt de druk van de ketel. Alweer wat langer geleden kwam voor dat soort momenten de term 'gekkenhuis' in zwang. Op een 'over the top' feest riepen mensen elkaar uitgelaten toe: 'Gekkenhuis!' Om daarna terug te keren in de maatschappij en weer gewoon aan de slag te gaan. Sommigen bleven echter hangen, en naarmate de mogelijkheden zich uitbreidden om geld te verdienen met feestvieren, werd het één groot 'gekkenhuis'. Jolige chaos op kosten van je ouders, die thuis op je wachten met een pijnstiller, iets te eten, en het bed al voor je hebben opgemaakt, in het huis dat ze door hard werken en sparen hebben gekocht, terwijl ze zich zorgen maken over hun steeds sneller verdampende pensioen, en de stijgende lasten. Maar ze mogen niks zeggen, want ze zijn te oud. Beter om leuk mee te doen, anders kom je bovenaan de lijst voor 'vrijwillige' euthanasie. Therapeuten die je wel willen helpen bij die 'moeilijke beslissing' worden klaargestoomd, en ruimere wetgeving moet het bespoedigen van het einde ook bereikbaar maken voor mensen die niks mankeren, maar in de weg zitten. 

 

Nee, ik voel mij niet miskend. Ik kom niks tekort. Ik deel graag met anderen als ze tekort komen. En terwijl deze cyclische ontwikkeling richting zenith gaat, treft u mij hopelijk in goede gezondheid in de tuin met een goed boek, een glas goede wijn (zolang dat nog mag), wat olijven, en aangenaam gezelschap. Als het u allemaal teveel wordt, ben ik niet uw reddende engel. Ik ben die verknipte gek die meende dat een 'ouderwetse' opvoeding niet voor iedereen een kwelling was. En dat er zelfs mensen waren die ook naderhand menen dat ze er baat bij hadden. Dat het hen inspireerde om het 'gekkenhuis' weer te verlaten voordat er geen weg terug meer was. Dat ze daardoor zélf hun geld verdienden, waarmee ze hun eigen huis kochten, en zelf hun broek ophielden, zonder de noodzaak van pillen of therapeuten. Al was het wel 'afzien' als ze straf kregen wegens gedrag dat volgens hun ouders niet door de beugel kon, terwijl sommige vriendjes en vriendinnetjes al tot een beschermde minderheid behoorden die buiten de statistieken werd gehouden. 

 

Mocht u op enig moment tot inkeer komen, en de koers willen verleggen, reken dan niet op mij. Ik heb mijn ding gedaan, en zie wel hoe het afloopt. Hopelijk ben ik gewoon te somber, en zijn we op de goede weg. Ik lees het wel in de krant, of kijk ernaar op het journaal. Op dit moment voel ik niet meer de behoefte om er nog veel woorden aan vuil te maken. En is dit blog ook niet langer een geschikt platform. Althans, dat is mijn perceptie nu. En ik wil ook niet geassocieerd worden met een reactionaire terugslag als de stemming omslaat. 'Gekkenhuis!' Proost, op het nieuwe jaar, en een goede gezondheid!

Overdenking aan het eind van weer een jaar

Het is nog wat vroeg, een week voor de Kerst, maar laat mij u alvast prettige feestdagen toewensen, en een gezond en voorspoedig 2020. Of deze website het eind van dat nieuwe jaar gaat halen durf ik op dit moment nog niet te zeggen. Naast alle signalen die er zijn waaruit je de conclusie kunt trekken dat er totaal geen vraag meer naar is, zijn er signalen dat de alternatieven voor de 'ouderwetse' manier van opvoeden niet bevredigen. 

 

Voorstanders van 'ouderwetse' methoden zijn geen 'praters'. Waarmee ik bedoel te zeggen dat ze in de meeste gevallen best bereid zijn om uit te leggen waarom ze grenzen stellen aan het gedrag van hun kinderen, en daar doorgaans ook nog best over willen discussiëren, maar ze zien zichzelf als eindverantwoordelijke, en op enig moment is het klaar. Waarom ze geen 'praters' zijn, is omdat ze de ervaring hebben dat sommige complexe kwesties niet oplosbaar zijn. Teveel 'variabelen'. Iets wat u hier op mijn blog terugziet waar ik nadrukkelijk weiger om het voortouw te nemen en u te vertellen wat u moet doen, en moet laten, los van eerbiediging van de wet. Voorzover die tenminste eenduidig is, en niet meer mist genereert dan er al was.

 

U ziet het ook terug in mijn bijdragen waarin ik wijs op de vele tegengestelde impulsen die zichtbaar worden als je iemand vraagt hoe hij of zij tot een bepaalde keuze is gekomen, en je geen genoegen neemt met: 'Omdat we dat nou eenmaal zo doen in Nederland', of omdat iets 'logisch' is. Dat ontneemt het zicht op de persoonlijke besluitvorming, en oppositionele gedachten en gevoelens. Wat gevaarlijk is als dat betekent dat er een 'drukvat' ontstaat van emoties, gevoelens en gedachten die 'verboden' zijn. In het bijzonder als iemand geen 'prater' is. 

 

Het maakt dat ik, zonder aas en zonder net, in een vijver vis met 'troebel water'. En de enige vis die bijt, de laatste tijd, ziet het als een spelletje-voor-volwassenen, dus daar word ik niet veel wijzer van. Voorzover dat voortkomt uit onverwerkte spanningen tussen de eisen die de maatschappij aan ons stelt, en conflicterende individuele behoeften, kan ik er nog wel wat mee. Maar waar het een ongestructureerde provocatie is van gedeelde normen en waarden die voor 'lust' zorgt, wat leidt tot 'bestiaal' gedrag en degeneratie, op jacht naar een boze, of gefrustreerde reactie uit de omgeving, is het de antithese van wat ik zou willen bereiken. En al ben ik dan een 'sportvisser', die de vis ongeschonden terugzet, terwijl ik voldoende afleiding heb als ze niet bijten, wil dat nog niet zeggen dat de verveling niet toe kan slaan. Mocht 2020 het jaar worden waarin ik de stekker eruit trek, denk dan niet dat er voor mij iets stuk is gegaan, en dat ik een rotjaar heb. Zo zit ik er niet in. Dus voel u ook niet verplicht om mij op te beuren. Of nog wat extra te provoceren.

 

Prettige feestdagen, en een gelukkig nieuw jaar!

 

Jake.

Een toelichting op kuisheid

Hoe bizar onze 'moderne' wereld is, kreeg ik nog eens onder de neus gewreven toen ik mijn 'zoekmachine' liet speuren naar relevante verwijzingen bij het woord 'chastity' (kuisheid). Bovenaan stonden twee advertenties. De ene van een 'erotiek-winkel' die 'Peniskooien, bal klemmen en penisriemen' verkoopt, en volgens eigen zeggen zeer hoog scoort op het punt van 'klanttevredenheid', zo bleek uit de synopsis. De volgende verkocht 'speelgoed', waaronder een 'kuisheidskooi', die je overigens ook via 'BOL', de 'on-line'-winkel van Albert Heijn kunt bestellen, zo zag ik in een derde advertentie. 

 

Mijn interesse, en die van de wetenschapper waar ik in mijn vorige bijdrage naar verwees, heeft betrekking op 'kuisheid', 'reinheid' en 'eerbaarheid' als componenten van onze morele defensie tegen chaos en verval. Dat ik afgelopen week weer een mail kreeg van iemand waarin afbeeldingen van zijn speelse activiteiten waren bijgesloten, hoewel ik bij herhaling heb gevraagd dat niet te doen, onderstreept het probleem. Wat mensen 'privé' doen met hun leven is hun zaak. Zoals ik zelf het pleidooi voor 'kuisheid' als voorwaarde onder culturele voorspoed lees en begrijp, is het geen van bovenaf opgelegde normering van het seksleven, maar een 'veiligheidsventiel'. Een 'glazen plafond' gebaseerd op de noodzaak van de bevordering van wederzijds respect en vertrouwen, en een permanente dialoog, om de verspreiding van geweld tegen te gaan. Waaronder begrepen het opdringen van het 'eigen gelijk' onder de vlag van het 'recht' dat iemand heeft om zich uit te leven zolang er geen wet is die het verbiedt.

 

'Kuis' is een ander woord voor 'schoon'. In de relationele sfeer te beschouwen als een poging om de 'wrijving' te verminderen door rekening te houden met de ander. De 'roker' met de 'niet-roker'. De 'knuffelaar' met de 'niet-knuffelaar'. De 'vrolijke Frans' met de 'Zuurpruim'. En dat alles los van de wet. 

 

Binnen dat concept is het onbestaanbaar dat als iemand je vraagt om geen afbeeldingen mee te sturen met een mail, je dat tóch doet. Wat 'de rechter' er van vindt, is binnen dat concept van geen enkele waarde. Je wil gewoon niet dat een ander zich aan jou ergert, als je gedrag geen 'publiek doel' dient, en er niks kapot gaat als je een stapje opzij doet. 'Hoffelijkheid', wat bij mij ook nog altijd in hoog aanzien staat, is binnen dat concept een vanzelfsprekendheid. De eerste die mij toevoegde: 'Ik kan die deur zelf ook wel open doen!', of 'Ik val heus niet!', gaf het signaal af dat ze niet gediend waren van een wrijvingloze samenleving. Integendeel! Men zocht die wrijving gretig op. 

 

Waar ik in gearchiveerde bijdragen uitvoerig stilstond bij jeugdige misdragingen van mijn kant, en in enquêtes solliciteerde naar een 'stamtafeloordeel' over dat gedrag, gesitueerd in een tijd waarin 'ouderwetse straffen' nog op het menu stonden, probeerde ik u niet lekker te maken voor 'kuisheidskooien', of 'bal klemmen'. Geen van de misdragingen die ik aan u voorlegde resulteerde in fysiek letsel voor anderen, en het had geen betrekking op diefstal en andere zaken die in mijn jonge jaren niet zozeer werden aangemerkt als een misdraging, maar als een misdrijf. De misdragingen die ik aan u voorlegde werden gezien als het voorportaal van het misdrijf, en ouders die de 'cultuur droegen' spanden zich in om te voorkomen dat hun kinderen misdadigers zouden worden. Enige coulance voor het kind was er wel, in die zin dat diefstal op kleine schaal, of onder invloed van vrienden, en vechtpartijen, niet direct werden aangemerkt als een misdrijf, zoals nu wel het geval is. Maar de 'cultuur-dragende' ouders beschouwden het wel als een serieus vergrijp, waar een serieuze straf op diende te staan. Een 'passende' straf, in die zin dat die nauw diende aan te sluiten bij wat voor dat specifieke kind ook daadwerkelijk werkte, terwijl eventuele slachtoffers er op adequate wijze door werden gecompenseerd. 

 

Niet, dus, per definitie een pak slaag. Maar als dat gezien werd als 'passend' in de context die ik hierboven schets, stuitte dat toen (nog) niet op bezwaren van overheidszijde. En de 'tevreden roker' werd ook beschouwd als iemand die geen 'onruststoker' was, zoals de toch wel iets te eenzijdige reclameslogan destijds luidde. Tegenwoordig roken jongeren niet omdat het hen rust geeft, maar juist eerder als een 'statement': 'Bemoei je met je eigen zaken!' Oudere, verslaafde rokers, die vanaf het belendende tafeltje op het terras vriendelijk vragen of ik er bezwaar tegen heb als ze roken, en dan van mij als reactie krijgen dat ik daar geen bezwaar tegen heb, ook al heb ik zelf nooit gerookt, begrijpen het concept. U bent niet gedwongen om die toestemming te verlenen, binnen datzelfde concept, als u oprecht liever niet gehinderd wordt door de rook van uw buurman. Wat buiten het concept valt, is dat u van de gelegenheid gebruik maakt om een uitvoerige, vermanende monoloog af te steken, en in het voorbijgaan te pleiten voor een algeheel verbod, en het buitensluiten van rokers van de medische zorg in ons land. Overigens betekent verkregen toestemming nog niet dat u als roker moedwillig de rook mijn kant op moet blazen.

 

Deze toelichting op mijn vorige bijdrage is wellicht nuttig voor wie juist meent dat we met elke nieuwe wet, en hogere belasting of boete, de beschaving dichterbij brengen, en dat de bevrijding van de seksuele moraal geen enkele bedreiging vormt voor die beschaving. Zelfs in 'kuise' tijden zijn er volop mensen die met 'penisriemen' en 'kuisheidskooien' in de weer zijn, maar het is niet 'In Your Face!'. Noem het hypocriet, maar ik bestempel het als voorzichtig. Dus blijf mij rustig beeldmateriaal toesturen, en/of dreigmails, en/of 'sappige' beschrijvingen van al uw avonturen tussen de 'klamme lappen', omdat de wet het niet verbiedt dat u dat doet, en/of ik geen actie onderneem in de sfeer van aangifte, maar houd uzelf niet voor de gek. U bent niet iemand die de dialoog zoekt, want het is puur geweld.

Kuisheid en cultuur

Halverwege de jaren dertig publiceerde de Britse antropoloog J. D. Unwin, die doceerde aan Oxford en Cambridge, een boek over een studie naar het verband tussen 'kuisheid' en beschaving. Hij vond, tot zijn eigen niet geringe verbazing, een direct verband tussen de repressie van seksuele impulsen, en de welvaart (culturele prestatie) van een volk. Na een beknopte voorpublicatie volgde een lijvig boek met de titel 'Sex and Culture', waarin hij niet slechts zijn bevindingen met de lezer deelt, maar waarin hij ook uitgebreid verantwoording aflegt over de wetenschappelijke methode.

 

Aldous Huxley prees het boek aan als baanbrekend onderzoek. Unwin beschreef zijn conclusie kort maar krachtig als volgt: 'Any human society is free to choose either to display great energy, or to enjoy sexual freedom; the evidence is that it cannot do both for more than one generation'. Sterker nog, zijn studie toonde aan dat de keuze voor maximale vrijheid enige hoogstaande beschaving binnen drie generaties zou doen afdalen tot het meest primitieve niveau. Voorafgaand aan zijn studie had hij die uitkomst niet verwacht. 

 

Unwin was een man van de (exacte) wetenschap, en niet gelovig. De inspiratie voor zijn studie ontleende hij aan bevindingen van analytische psychologen in die tijd, zoals Freud, die zoveel belang toekenden aan de geslachtsdrift, en wat de uitwerking was van opgelegde beperkingen op het individuele niveau. Via DEZE link vindt u een goede beschrijving van het boek in 'vestzak-formaat'. De auteur van dat artikel waar ik u naar verwijs is wel religieus geïnspireerd, en het is niet verwonderlijk dat vanuit die hoek de belangstelling groter is dan vanuit het deel van de samenleving dat zich afficheert als 'seculier en progressief'. 

 

Als Unwin gelijk heeft, hebben de 'progressieven' ongelijk, in die zin dat hun streven leidt tot regressie en de vernietiging van onze beschaving. Althans, bezien door de bril van iemand die meent dat grote welvaart voor het hele volk kenmerkend is voor vooruitgang. 

 

Waar ik zelf kanttekeningen plaats bij het verhaal, is dat we niet blind moeten zijn voor de keerzijde van (opgelegde) kuisheid, en dat het mij voorkomt dat méér op dit punt niet vanzelfsprekend beter is. Maar dat lijkt mij een open deur. Daarnaast is de focus op 'kuisheid', waar het verwijst naar een repressie van de libido, mij te beperkt. Het komt mij voor dat de conclusie eigenlijk zou moeten luiden dat gerichte beperking van de individuele vrijheid in een vroeg stadium, het welzijn en de geluksbeleving over een heel leven ten goede komt. Ook daar echter met de kanttekening dat méér niet vanzelfsprekend beter is, en dat er vrij aanzienlijke individuele verschillen zijn als we het gaan hebben over wat iemand kan leren zien als nuttig en nodig voor zichzelf. 

 

De studie begeeft zich niet op dat individuele niveau. Unwin verantwoordt zich daar ook voor in zijn boek, met een verwijzing naar wetenschappers die zich verdiepen in natuurkundige en scheikundige processen, en hun methodes. Hij zet zich af tegen 'charlatans' die lak hebben aan de feiten, en gratuit uiteenlopende stellingen promoten, hopend op een 'gunstige pers' om veranderingen door te voeren. Zijn tijdgenote, en collega antropologe Margaret Mead, was zo'n fantast, die in een bestseller, 'Coming of Age in Samoa', een plaatje schetste van een idyllische samenleving, waarmee zij hele groepen mensen op het verkeerde been zette. De impliciete bewering van Mead was dat een Hemel op Aarde bereikbaar was door het goede voorbeeld te geven. Maar toen collega's van haar nader onderzoek deden op Samoa bleek de praktijk héél anders dan zij het had voorgesteld. 'Psychology Today' deed daar en boekje over open, en kreeg direct een storm van kritiek over zich heen, naast waardering voor de moed om een onaantastbaar gewaande, inspirerende schrijfster die was uitgegroeid tot een icoon, de maat te nemen. 

 

Mijn eigen onbeholpen 'frutsels' op dit blog kunnen niet bogen op status in wetenschappelijk opzicht. Iets waarvoor ik ook keer op keer heb gewaarschuwd. Alsmede het feit dat ik geen zendeling ben met de ultieme waarheid op zak. Het artikel waar ik u hierboven naar verwijs als introductie, is in feite stelliger dan Unwin zelf, die zijn studie nadrukkelijk zag als een vertrekpunt voor verdere discussie, en niet als een spoorboekje. Mijn eigen focus, hier op dit blog, is op het individu. Ik stel de vraag aan ieder van u persoonlijk, en aan mijzelf, hoe inperking van de individuele vrijheid, en straf, op jeugdige leeftijd, heeft bijgedragen aan welzijn en geluk. Daarmee benader ik de vraag die Unwin zichzelf stelde van de andere kant. In het volle besef dat al die individuele verhalen aan het eind van de dag onbruikbaar zijn voor de constructie van wijdse vergezichten, en een belofte van een idyllische samenleving. Sterker nog, waar ik zoveel belang hecht aan gerichte beperking van de individuele vrijheid, en straf, kan geen sprake zijn van een gemaximaliseerde geluksbeleving die 24/7, en voor de volle honderd procent, niets dan blije gezichten en bevrediging levert. 

 

Uiteraard is het ongemakkelijk om te schrijven over een pak slaag, of enige andere straf, als 'wenselijk'. En om te graven in de hoogst persoonlijke criteria via ongemakkelijk zelfonderzoek, waardoor je de conclusie bereikt dat een straf die inmiddels algemeen wordt afgewezen, en zelfs bij wet verboden is, wel degelijk de betere straf was, of geweest zou zijn. En hoe dit ons 'stamtafeloordeel' beïnvloedt. Ook deze bijdrage besluit ik met: 'Als u het beter weet, laat maar zien dan!'

View older posts »

Zoeken