BLOG

Schijt aan de sadist

In de enige reactie tot nu toe op mijn vorige bijdrage, stelt de schrijver dat het logisch is dat mensen ‘schijt hebben’ aan mensen zoals ik, omdat ik een ‘sadist’ zou zijn, gelet op mijn pleidooien voor ‘Ouderwetse’ straffen. Ook dat ‘stamtafeloordeel’ aanvaard ik in dank, omdat het immers het vertrekpunt kan zijn voor een inhoudelijke dialoog. Want uiteraard zie ik het volkomen anders. 

 

Dat begint er al mee dat ik niet pleit voor ‘Ouderwetse’ straffen, als daaronder verstaan zou moeten worden dat ik van mening ben dat ze universeel toepasbaar zijn vanwege hun goede uitwerking. Maar ik houd wel vol dat er mensen zijn die er baat bij hadden, of zouden hebben, waarbij ik die mensen zelf als getuige opvoer. Zijn dat er veel? Of hebben we het over niet meer dan een handjevol? Dat kan ik u niet zeggen. Maar ik ben zeker niet de enige die er zo over denkt. Zijn hun getuigenissen valide? Of zijn die mensen ‘gestoord’? Ik beperk mij ertoe te constateren dat ze er zijn, en dat hun beweegredenen en gevoelens dermate complex en uiteenlopend zijn, dat je er geen stempel op kunt drukken.

 

Maar waar je dan zou willen stempelen, dan heb je het niet over sadisten, maar eerder over masochisten, waar ik mij nadrukkelijk beperk tot de mensen die voor zichzelf de conclusie trekken dat ze er baat bij hadden, of gehad zouden hebben. Al valt niet te ontkennen dat ze, via projectie, wanneer je hen vraagt om een ‘stamtafeloordeel’ over een realistisch vergrijp, zoals ik die in de voormalige enquêtes hier opvoerde, sterk de neiging zullen hebben hun eigen beleving en gevoelsleven te projecteren op die situatie, en van daaruit een ‘streng stamtafeloordeel’ zullen vellen, als het vergrijp gesitueerd is in een tijd en samenleving die daar geen moeite mee heeft. 

 

Echter, hen opvoeren als masochisten is onjuist, waar een masochist pijn en vernedering wenst voor geen andere reden dan de bevrediging van een ‘lust’. Elk educatief aspect ontbreekt, of is slechts spel. Terwijl de mensen waar ik het over heb open stonden, en staan, of minimaal begrip hebben voor pijn en vernedering als een probaat middel om schuld uit te gummen, en herhaling te voorkomen. Als straf dus. Die persoon kan, op het niveau van de ‘lustbeleving’, een masochist, of een sadist zijn, maar zal doorgaans in dat opzicht niet verschillen van wat je vindt binnen de ‘doorsnee’ bevolking. Een combinatie met ‘lustbeleving’ kan buitengewoon verwarrend zijn, en daarom had ik over dat aspect enige tijd een aparte sectie, die ik recent heb afgesloten, omdat er geen enkele reactie op binnen kwam. 

 

Als je in dit verband al wilt spreken over ‘sadisme’, dan is de sadist eerder degene die mensen die behoefte hebben aan ‘Ouderwetse’ straf laat ‘spartelen’ door die straffen bij wet te verbieden. Wat verwijst naar dat eeuwenoude mopje, van de sadist die zijn, of haar, ‘slaaf’ of 'slavin' weigert pijn te doen, of te vernederen, omdat hij of zij weet dat die masochist daar het meest onder lijdt. Probleem is dat je daarmee niet aan hoeft te komen in deze tijd, omdat het vereist dat je verder doordenkt, en niet in je ‘stamtafeloordeel’ blijft hangen. Waar ik hier op mijn blog steeds benadruk dat ik van u verwacht dat u zich aan de wet zult houden, en dat u mij zéker niet mag aanroepen als getuige als u de wet aan uw laars lapt, zou u mij kunnen betichten van sadisme. Het sadisme van degene die zelf werd opgevoed op een wijze die hij een ander onthoudt, en daar genot aan beleeft. Maar ook dat is uiteraard onzin, want die wettelijke beperkingen zijn niet mijn verantwoordelijkheid. En ik heb niet de macht ze op te heffen. Ze bestaan, en u zult er mee moeten leren leven.

 

Dan zou je mij nog kunnen verwijten dat mijn sadisme blijkt uit het u voorhouden van een ‘worst’, waar ik u eerder in enquêtes vroeg te oordelen over vergrijpen in een tijd waarin die restricties er nog niet waren, en de samenleving daar anders over oordeelde. Maar die enquêtes zijn er nu niet meer, en ik ben afgedaald naar het ‘schilderen met een grote kwast’, door slechts maatschappelijke ontwikkelingen te benoemen die ook elders niet onopgemerkt blijven. Waar ik mijn eigen ‘stamtafeloordeel’ over dergelijke incidenten toevoeg, kunt u mij er niet op betrappen dat ik oproep ‘Ouderwets’ te straffen. Ik beperk mij tot de identificatie van het probleem, en het stellen van de vraag hoe het kan dat het mis gaat waar de idealisten de teugels nu strak in de hand hebben. U wist het toch zo goed? ‘Laat maar zien dan!’ En nee, ik verlustig mij ook niet in het falen van de mensen met goede bedoelingen.

Het land te schande

In de kranten in ons land verscheen op enig moment het bericht dat Nederlandse jongeren zich in Albufeira hadden misdragen, en daarmee de lokale bevolking in gevaar hadden gebracht nu Portugal weer voorzichtig opstart na de ‘Lockdown’. Waar de één de rellende jongeren aanwees als schuldige, meende de ander dat de strenge politie het probleem was. 

 

Een schitterend voorbeeld van een incident waar iedereen een ‘stamtafeloordeel’ over heeft. Zo kort nadat onze minister president de jongeren een enorm compliment maakte, omdat ze zich werkelijk voorbeeldig hadden gedragen tijdens de ‘Intelligente Lockdown’, zijn berichten over problemen van deze aard lastig te plaatsen. Is het een incident? Of misdragen Nederlandse jongeren zich in het buitenland wel vaker? En is dat dan misdragen volgens de lokale bevolking, terwijl Nederlanders er geen probleem mee hebben? Of wachten ze tot ze in het buitenland zijn om daar de beest uit te hangen, waar ze zich in ons eigen land voorbeeldig gedragen?

 

Op grond van zo’n geïsoleerd bericht verschijnen er steevast commentaren in de media, van mensen die er niet bij waren, en zich zelfs niet hebben ingelezen. Onveranderlijk met voorstellen, die alle kanten op kunnen gaan. Van suggesties om eens serieus met de autoriteiten in Portugal te gaan praten over hoe je met jongeren om hoort te gaan, en wellicht een delegatie van onze eigen volmaakte politie die kant op te sturen om de lokale hermandad te instrueren. Tot suggesties om dergelijke rellende jongeren bij terugkomst in de kraag te vatten en op strafkamp te sturen, of anderszins een flinke ‘douw’ te geven omdat ze de goede naam van ons modellandje te grabbel hebben gegooid. 

 

In welk kamp vindt u mij? In het kamp dat stelt dat je er geen oordeel over kunt vellen, als je er niet bij was. In het kamp dat geïnteresseerd de uiteenlopende ‘stamtafeloordelen’ registreert, en voor kennisgeving aanneemt. In het kamp dat stelt dat elk ‘stamtafeloordeel’ waardevol is, als vertrekpunt van een discussie over opvoeding, maar niet als de basis voor beleid. Niks mis met zo’n oordeel, zolang we ons maar realiseren dat we elkaar niet de maat kunnen nemen door zo’n ‘stamtafeloordeel’ zonder nadere informatie te vergelijken met andere ‘stamtafeloordelen’, omdat ze stuk voor stuk niet kúnnen deugen. 

 

In de tijd dat ik hier nog enquêtes had staan waarin ik vroeg om zo’n ‘stamtafeloordeel’ over incidenten uit mijn eigen jonge jaren, had ik het idee dat zo’n voorzet zou kunnen leiden tot een dialoog via de mail met geïnteresseerde bezoekers. Maar dat kwam niet van de grond, op een paar gevallen na, die als ‘feedback’ voor mij erg waardevol waren. Zo herinner ik mij de reactie via de mail van een bezoekster die haar keuze toelichtte, waarbij ze stelde dat ze meende dat een flink pak slaag nuttig en nodig was, terwijl haar man de schouders had opgehaald omdat het, in zijn ogen, een tamelijk onschuldige misdraging was. Voor de volledigheid daarbij nog maar eens onderstreept dat ik die enquêtes moedwillig had gesitueerd in een tijd waarin een pak slaag nog niet bij wet verboden was, en zeker niet ongebruikelijk. Het was geen uitnodiging om te handelen in strijd met de wet. Voor mij was die dubbele dialoog, in feite, erg waardevol, exact omdat het onderstreept hoe ver de standpunten in de praktijk uiteen kunnen liggen. 

 

Het oordeel van die vrouw was mij even dierbaar als dat van haar man. Maar in een actuele situatie kunnen ze niet allebei ‘juist’ zijn, waar ze elkaar uitsluiten. ‘Juist’ is derhalve, zoals ik deze materie benader, de aanpak waarvan het zich misdragende kind achteraf zegt dat het ‘juist’ was, mits dat kind als volwassene een verantwoordelijk mens is dat niet langer op identieke wijze in de fout gaat. En de slachtoffers mogen daarbij een eigen oordeel vellen dat ‘juist’ is voor hen. Een volwassene die in de jonge jaren regelmatig ‘relde’, en als volwassene nog steeds de beest uithangt als hij of zij daar zin in heeft, of als het hem of haar niet bevalt, telt in dat systeem niet mee. In onze huidige samenleving is dat een ontoelaatbaar filter, omdat het ‘elitair’ is. Zelf zeg ik dan ‘fatsoenlijk’, en dan heb je direct ruzie. 

 

Maar stel nou dat zo’n rellende jongere iemand besmet met een virus waaraan diegene overlijdt, hoe weegt hij of zij dat eigen gedrag dan? Of door dat gedrag moeten de autoriteiten besluiten Albufeira weer met een ‘Lockdown’ op te zadelen, omdat het onmogelijk is gebleken de bevolking tegen een nieuwe uitbraak van dat virus te beschermen zolang er van die jongeren rondlopen? In deze individualistische tijd, waarin we allen de opdracht krijgen onze hedonistische verlangens optimaal te bevredigen, zal de reactie al snel zijn: ‘Schijt aan!’ Het is niet hun verantwoordelijkheid. Hadden die anderen maar uit de buurt moeten blijven, als ze zo kwetsbaar waren. Of ze hadden gewoon pech. 

 

Britse neurologen die verbonden zijn aan de universiteit van Oxford vonden dat ook jonge patiënten die besmet worden met ‘Covid’, en niet op de ‘IC’ terechtkomen, er ernstig, en blijvend hersenletsel aan over kunnen houden. Dat is een straf die je niemand gunt. Ook zich misdragende tieners uit Nederland niet. Maar alleen ‘Ouderwets’ denkende mensen slaan die brug tussen hun eigen gedrag, destijds, en hoe straf hen heeft geholpen daar verandering in te brengen, ten bate van iedereen, met inbegrip van henzelf. Voor de ‘Moderne’ mens is dat onbespreekbaar. De ‘autoriteiten’ zijn verantwoordelijk, en hoe ze het regelen, dat zoeken ze maar uit. Als het de individuele vrijheid en lustbevrediging maar niet in de weg staat. 

 

Voordat u mij verkeerd begrijpt, stel ik niet dat elk risico moet worden uitgesloten, en dat individueel geluk helemaal geen thema mag zijn. Het komt mij voor dat waarlijk volwassen, verantwoordelijke mensen, bij machte moeten zijn om zonder toezicht en nauwsluitende regelgeving hun ‘fatsoen’ te houden. Maar daarvoor is een goede opvoeding onontbeerlijk, en die gaat verder dan enige adviezen van de ouders en leerkrachten, die voor de controle op de naleving zwaar op de ‘autoriteiten’ leunen, die tegelijkertijd worden bestookt met instructies en regelgeving die hun macht om corrigerend op te treden tot op het bot uitkleedt. 

 

Bij de aftrap van de ‘Moderne’ opvoeding was het veelal nog toereikend als ouders aan hun kinderen vroegen om zich te gedragen, om hen niet te schande te maken. Vervolgens kwam de fase waarin ouders er op vertrouwden dat de ‘autoriteiten’ wel in zouden grijpen als het uit de klauw liep. En nu zitten we in de fase dat het de ‘autoriteiten’ in het buitenland zijn waar we op leunen, terwijl onze regering vraagt om Nederland niet te schande te maken als we in een ‘vreemd land’ zijn. Op mij maakt het geen sterke, verantwoordelijke indruk. Meer de ‘Moderne’ ouder die geen ouder meer is, maar een ‘vriend’. En dat werkt niet. Althans, niet in alle gevallen. En eigenlijk nooit, al zijn er natuurlijk kinderen die van zichzelf uit al geen begin van behoefte hebben om gedrag te vertonen dat niet door de beugel kan. Maar ook die kinderen hebben er zelden begrip voor als hun eigen ouders niet willen zien dat misdragingen bestraft zouden moet worden. 

 

Samenvattend stel ik zelf dan ook dat die misdragende jongeren in het buitenland niet mijn probleem zijn. Ze maken ‘mijn’ land niet te schande, maar alleen zichzelf, hun ouders en leerkrachten. En ik heb eerder medelijden met hen, omdat ik sterk het gevoel heb dat ze benadeeld zijn door de mensen die hen hadden moeten voorbereiden op zo’n verblijf buiten ons land, of toezicht hadden moeten houden. Ik kan mij echter zeker voorstellen dat ze daar zelf nu, en straks, als ze volwassen zijn, héél anders over denken, omdat ze ook als volwassene overal ‘Schijt aan!’ hebben. En al helemaal aan mensen zoals ik.

'Moderne' mensen liegen niet, ze 'nudgen'

‘Moderne’ mensen praten niet meer, maar ze ‘nudgen’. Ze beïnvloeden. Ze masseren. Er komt nog volop tekst uit hun toetsenbord, of hun mond, maar het betekent niet wat je denkt dat het betekent als je hen letterlijk neemt. In bepaalde kring wordt dat gezien als het toppunt van intelligentie, en het enige valide portaal naar beschaving. En volgens mijn leidt het tot chaos, Babylonische spraakverwarring, en misverstanden die gruwelijk uit de hand kunnen lopen. Los nog van het gegeven dat het allemaal zo ontzettend zonde is van de tijd en de energie, dus het geld dat er in gaat zitten.

 

Als je zo ‘Modern’ leert omgaan met taal, en je die ‘vaardigheid’ eigen maakt om te ‘nudgen’, kún je op enig moment ook niet meer rationeel denken. Geen enkel woord heeft nog een exacte betekenis. In eerste instantie is het een soort ‘vertaalslag’. Je merkt dat wat jij wil op ‘weerstand’ stuit bij anderen, waar jij graag zou zien dat die anderen doen wat jij wilt dat er gebeurt. Dan komt er een ‘coach’, en die wijst je erop dat je het ook ‘anders’ kunt zeggen, waardoor het minder weerstand oproept. Terwijl ‘Ouderwetse’ mensen liever klare taal spreken, exact vertellen wat ze willen, en niet wakker liggen van weerstanden. Sterker nog, die weerstand juist verwelkomen, omdat je dan tenminste exact weet hoe het compromis dat nodig is in elkaar steekt, en wie waar iets heeft toegegeven, en met welk doel. Het ‘Ouderwetse’ loven en bieden. En dan ‘hand erop’. Dat is de prijs.

 

De ‘Moderne’ hersenen werken niet zo. Die zijn zo gespitst op het behalen van het maximum resultaat, dat ze alles uit de kast trekken om die ander te belazeren, zodat die weggaat met niks, en zij meer hebben gekregen dan ze hadden durven dromen. En meer dan ze nodig hebben. Vandaar ook dat liegen in onze tijd eigenlijk niet strafbaar is. Er zijn wel uitzonderlijke gevallen waar iemand wegens liegen opzichtig de maat wordt genomen, en dan niet langer kan aanblijven als ‘bewindspersoon’, maar die krijgt vervolgens een betere baan elders. En veelal heeft hij of zij ook niet zelf gelogen, maar hebben anderen tegen hem of haar gelogen, en die blijven gewoon zitten waar ze zaten.

 

‘Ouderwetse’ mensen vertelden ook niet altijd de waarheid aan hun kinderen, maar dan was dat om hen niet onnodig te kwetsen, of omdat die volwassene meende dat ze er nog te jong voor waren. Ook daar leidde dat zo nu en dan tot institutioneel bedrog dat niet anders kan worden getypeerd dan beïnvloeding. Neem de leugen van Sinterklaas en Zwarte Piet. Die hele mythe is één grote leugen. En niet geheel onschuldig, waar dat hele feest in de ‘Ouderwetse’ tijd bol stond van het bijbrengen van het verschil tussen ‘goed’ en fout’. Waar het in de ‘Moderne’ variant is gestript tot ‘pakjesavond’, en de enige vraag is of je alles krijgt wat er op je verlanglijstje staat, en welke herkenbare neef of nicht voor ‘genderneutrale Piet’ mag spelen. De ‘Moderne’ variant is daar veel eerlijker. Keihard materialisme kun je als kind niet vroeg genoeg aanleren.  

 

Een ander terrein waar de ‘Ouderwetse’ mens de hand er niet voor omdraaide te liegen, dat was waar ze hun kinderen moralistische sprookjes voorzetten. De ‘Moderne’ mens prefereert ‘herkenbare’ verhalen die over ‘actuele’ problemen gaan, en dan zo jong mogelijk. Ook daar zegeviert het materialisme. En tot slot was voor ‘Ouderwetse’ mensen de religie veel belangrijker, wat door de ‘Moderne’ mens eveneens naar het rijk der fabelen wordt verwezen, waar zij hun ‘wetenschap’ hebben. Zoals ik hier betoog is die ‘wetenschap’, in contrast met de (exacte) wetenschap, uiteindelijk ook een sprookje, omdat het wemelt van de ‘aannames’ en compromissen waarvan niemand nog weet hoe ze ooit in de theorie zijn beland, wat anders is dan de ‘koehandel’ van het loven en bieden wat uiteindelijk ook een compromis oplevert, de prijs, waarbij het traject wel helder is.

 

Voor een belangrijk deel zijn veel conflicten in onze huidige samenleving terug te voeren op het verschil in de beoordeling van ‘onwaarheid spreken’. Zoals ik tracht te illustreren heeft de ‘Ouderwetse’ mens hier geen streepje voor op de ‘Moderne’ mens, waar ze beiden losjes omspringen met wat waar is. En nog geheel los van het gegeven dat alleen van wat exact kan worden gemeten gezegd kan worden dat het waar is. Al moet je dan nog steeds voorzichtig zijn, en ruimte laten voor bewijzen van het tegendeel. De rest is een kwestie van perceptie, en interpretatie. De centrale vraag is vooral wat men voor bedoeling heeft met dat liegen. Is dat educatief, onderdeel van een leerproces dat tot doel heeft de wereld beter te maken? Of is degene die liegt er slechts op uit om er zelf beter van te worden? 

 

Een scherpe scheiding aanbrengen is hoe dan ook vreselijk lastig, zeker waar mensen die de wereld willen verbeteren dat nooit doen om er zelf slechter van te worden. Sint en Piet, de sprookjes en ‘meneer pastoor’ als ondersteuning van de ouders bij de opvoeding van kinderen conform zekere moralistische principes, was ook iets waar die ouders baat bij hadden. Maar minder nadrukkelijk, en anders, dan degenen die gesubsidieerd strijden voor het milieu, het klimaat, culturele omzettingen en het uitwissen van de geschiedenis, waardoor uiteenlopende nieuwe ‘loketten’ open gaan, of waar iemand simpelweg zijn of haar brood verdient in die tak van sport waarvoor men de handen op elkaar hoopt te krijgen. 

 

Die veel materialistischer ‘Moderne’ houding tegenover liegen maakt ook dat men al snel van mening is dat je anderen ook in ‘hun waarde’ moet laten. De één zijn oorlog, de ander zijn biomassa, een derde zijn kunstproject om vernielde standbeelden te vervangen, en een vierde zijn oliehandeltje, of zijn annexatie van een gebied waarvan de bevolking helemaal niet geannexeerd wil worden. Er is geen bindend principe meer dat stelt dat de bedoeling ook getoetst moet kunnen worden aan een algemeen belang. Op het moment dat iemand claimt ‘goede bedoelingen’ te hebben, is dat afdoende. Kritiek uiten op die ‘goede bedoelingen’ zelf wordt in onze tijd meer en meer beschouwd als immoreel. 

 

Natuurlijk besef ik dat dit een generalisatie is waarin de nuance ontbreekt. Maar op het moment dat je het individu, met zijn eigen individuele belang, en ‘identiteit’, een centrale plek toekent in je samenleving, is er geen gemeenschappelijke ‘taal’ meer die het vergelijken van ‘bedoelingen’ mogelijk maakt. De ratio wordt anders aangestuurd. Dat je anderen mee moet zien te krijgen om je zin erdoor te rammen, dat is nog steeds zo. Maar het vertrekpunt is het ego en zijn eigenbelang. Jouw hedonistische geluk. Jouw gevoel. Jouw angsten. Jouw navel.

 

Waar ‘nudgen’ door ‘Ouderwetse’ mensen gezien wordt als een totaal gebrek aan integriteit, herkent de ‘Moderne’ mens het belang van integriteit niet eens. Eerlijk, oprecht, onomkoopbaar, doen wat je zegt, zeggen wat je doet, geen verborgen agenda en geen geveinsde emoties, is zo ‘Ouderwets’. Wie zo leeft is niet ‘effectief’, grossiert in ‘gemiste kansen’, en is een speelbal voor ‘slimmeriken’ die beter door hebben hoe je goed voor jezelf kunt zorgen. In mijn ‘Ouderwetse’ ogen leidt dat er onverbiddelijk toe dat je helemaal niemand meer kunt vertrouwen, en iedereen rondloopt met het idee dat anderen er op uit zijn je een loer te draaien. Wat ook zo is. Taal wordt daarbij een soort plectrum waarmee je de snaren van het gevoel van andere mensen beroert, en er een kakofonie aan klanken opborrelt uit de samenleving die geen ‘muziek’ mag heten. Als er al een gevoelige snaar wordt geraakt bij de toehoorder, dan is dat uit berekening, en met de vooropgezette bedoeling hem of haar te verleiden meer te geven dan hij of zij kwijt wil. 

 

Vriendschappen en relaties waren in de ‘Ouderwetse’ tijd meer dan een ‘Rolodex’ vol namen en ‘Likes’ op je ‘Facebook-pagina’, maar het valt niet uit te leggen aan iemand die daar door een functionele, materialistische bril naar kijkt. Onder dat gesternte is het niet vreemd dat mensen elkaar wantrouwen als iemand zegt niet racistisch te zijn, bijvoorbeeld. Dat moet je ‘bewijzen’ door goed te ‘nudgen’, en de relatie te smeren met omkooppraktijken, terwijl je emoties veinst waar niemand je ooit eerder op heeft kunnen betrappen. Doe mij maar ‘Ouderwetse’ vrienden en relaties die elkaar ongezouten de waarheid vertellen, zonder verborgen agenda.

Vierkante wielen, of levitatie?

Waar ik mij in mijn vorige bijdrage ‘denigrerend’ uitlaat over Professor Doctor Hobbelduif, denkt u wellicht dat ik ‘anti-intellectueel’ ben. Een modieuze strijdkreet van mensen met een hogere opleiding waar zij niet het respect krijgen dat zij verwachten, gelet op hun ‘deskundigheid’. Maar ‘anti-intellectueel’ is een tamelijk stompzinnige vorm van jaloezie. Iemand is intellectueel als gevolg van een ‘goed stel hersens’, voldoende ambitie, en niet teveel afleiding tijdens de studie, bij een voldoende kritische geest, zodat men niet zomaar alles voor zoete koek slikt wat iemand met ‘autoriteit’ binnen een vakgebied poneert. En de maatschappij doet er goed aan te profiteren van hun kennis en kunde, en hen fatsoenlijk te belonen. 

 

Het is niet gezegd dat de intellectueel op enig moment Professor Doctor wordt. Hij of zij moet dat zelf ook willen. En ‘Moderne’ universiteiten stellen soms eisen waar je als intellectueel helemaal niet aan wílt voldoen! In het bijzonder is dat het geval in de ‘menswetenschappen’, waar het ‘denken’ en de ‘presentatie’ gestructureerd dienen te zijn conform de laatste ‘politiek correcte’ inzichten, anders heb je geen leven binnen de ‘Faculteit’, of sta je op enig moment pardoes op straat na een petitie van je collega’s, of de studenten. In de ‘Ouderwetse’ tijd werd de universiteit nog gezien als een vrijplaats, waar iemand mocht denken wat hij of zij wilde, en je mocht onderzoeken wat nuttig en nodig was binnen je discipline. 

 

De ‘niet-exacte’ disciplines moeten het hebben van ‘kadaverdiscipline’, ook wel ‘consensus’ genoemd. Iets moet logisch klinken binnen een voorgevormd denkraam. Een intellectueel krijgt daar de hik van. Als hij of zij zich al aanpast, omdat het toch gaat om je broodwinning, en toegang tot ‘onderzoeksgeld’, en er buiten de 'Academie' geen droog brood te verdienen valt met je kennis, vergt het een hoop negatieve energie om dat langere tijd vol te houden. Al helemaal als je de ‘intellectuele’ wind van voren krijgt van geïnteresseerde amateurs die je met de feiten en argumenten om de oren slaan waarvan je zelf ook wel weet dat ze juist zijn, maar je er afstand van moet nemen uit naam van de ‘Heilige Consensus’ binnen een ‘wetenschap’ die meer religie is dan wetenschap.

 

Deels is dat het gevolg van de vraag naar wetenschappelijke ‘producten’. Adviezen waar politici en andere belanghebbenden hun beleid op baseren. En waar die politici en belanghebbenden ook over het geld beschikken, is ’Nee’-verkopen lastig. Toch zou dat veel vaker moeten gebeuren, simpelweg omdat er geen ‘product’ is dat de toets der kritiek kan doorstaan. In de exacte wetenschap valt iemand direct door de mand als hij of zij tracht een ‘product’ te verkopen dat niet werkt. Maar in de ’niet-exacte’ disciplines duurt het soms jaren voor zichtbaar wordt dat het ‘product’ een aanfluiting is. En tegen die tijd kun je als ‘wetenschapper’ iedereen en alles de schuld geven van die mislukking, omdat de ‘omstandigheden’ inmiddels gewijzigd zijn. Om vervolgens in één moeite door ‘product 2.0’ aan te prijzen als de ‘verbeterde versie’.

 

In die zin is zo’n wet die de ‘opvoedkundige tik’ verbood een ‘product’. De meeste verbodsbepalingen zijn in deze tijd een ‘product’ van ‘niet-exacte’ disciplines. Voorheen vonden politici vooral inspiratie in religieuze voorschriften van traditionele aard, die de cultuur in een land vorm hadden gegeven. Veel van die verbodsbepalingen vonden hun oorsprong in feitelijke observaties van volkeren die vele eeuwen geleden leefden. Ze hadden doorgaans betrekking op de hygiëne, zoals handen en voeten wassen, en hoofd en gezicht bedekken bij het bereiden van voedsel, geen ‘wisselende seksuele contacten’, om de overdracht van geslachtsziekte te voorkomen, en al die andere voorschriften die op enig moment dogma werden. Vastgelegd in de wet, maar niemand wist nog waarom. Tot ‘Covid’, en we ineens weer wisten dat je je handen moest wassen, enige afstand moest bewaren ten opzichte van vreemden, geen handen moest schudden, en je gelaat moet bedekken als je niet anderen wilt infecteren. Wat tien jaar geleden werd afgedaan als ‘malle’ voorschriften van een achterlijke religie, doen we nu allemaal braaf zelf, als uitkomst van de ‘intelligente maatregelen’.

 

Daarom schrijf ik hier ook dat je wel kunt stellen dat onze ‘Moderne’ inzichten leiden tot ‘Moderne’ verboden, het ‘product’ van ‘Moderne’ opvattingen rondom de opvoeding, maar dat je nooit kunt weten of er geen moment komt waarop iemand uitroept: ‘Eureka!’, omdat men het wiel weer heeft uitgevonden, nadat het, ondanks alle goede bedoelingen, volledig uit de klauw liep. Mijn grootste vrees is dan echter dat het eerste wiel vierkant zal zijn, en dat we weer vreselijk veel tijd nodig hebben voor we terug zijn op het punt dat we eerder verlieten, met ovale wielen, voordat we de ronde wielen ontdekken, en door hebben dat lagers en banden er voor zorgen dat het minder energie kost om die kar voor te bewegen. Maar wie weet? Wellicht is het inderdaad zo dat de ‘Moderne’ inzichten ervoor zorgen dat we helemaal geen wielen meer nodig hebben, omdat we ons zonder wrijving via levitatie voortbewegen dankzij de ‘Moderne’ opvoedkundige inzichten. Maar ik zie het nog niet gebeuren.

Tante Truus of Professor Hobbelduif

Wie weigert om in ‘Jip en Janneke’-taal over een onderwerp te schrijven, laadt de verdenking op zich ‘elitair’ te zijn. Dat is één van de grootste misverstanden van onze tijd. Voor mijzelf geldt beslist dat ik mij niet verheven voel boven mijn medemens, maar ik streef wel, nog steeds, naar ‘verheffing’. Naar het uitbreiden van mijn kennis. Door zelfstudie, en contact met andere mensen, met andere, of vergelijkbare ervaringen. Via de mail correspondeer ik met iedereen die inhoudelijk op mijn bijdragen hier reageert, maar mijd ik contact met minderjarigen, in het bijzonder waar het onderwerp ‘rollenspel’ is. 

 

Afgezien van die bescheiden leeftijdsdiscriminatie discrimineer ik niet. Maar als de correspondentie mijn eigen fatsoensnormen overschrijdt, haak ik ook af. Maar ‘niveau’ zegt mij niet zoveel. De één heeft waardevolle inzichten, en de ander niet of nauwelijks. Waar het de opvoeding betreft hangt dat niet nauw samen met het opleidingsniveau, of de taalvaardigheid, zo is mijn ervaring. Onder de term ‘elite’ versta ik overigens een kleine groep die meent dat de eigen opinie superieur is aan die van de (grote) meerderheid. Als zo’n ‘elite’ de meerderheid de wet voorschrijft, spreken we over een ‘meritocratie’, in die betekenis dat zij zelf vinden dat ze het verdienen om anderen hun wil op te leggen. Waar ik hier stilstond bij de invoering van het verbod op de ‘opvoedkundige tik’ in Nederland, en andere landen, memoreerde ik dat overal rond de zeventig procent aangaf daar geen behoefte aan te hebben, maar een ‘elite’ drukte het door. 

 

Het is niet zo dat een ‘elite’ altijd ongelijk heeft. Waar een zeer ruime meerderheid aangaf geen behoefte te hebben aan een wet die de ‘tik’ zou verbieden, betekent dat nog niet dat het een homogene groep was met een helder alternatief standpunt. Maar steeds waar een ‘elite’ de macht naar zich toetrekt, is die ‘elite’ ook verantwoordelijk voor de uitkomst, en kan ze die niet afwentelen op anderen. Jij weet het zo goed? Laat maar zien dan! Als we dan nu de rekening opmaken, zijn er mensen die het een groot succes vinden, en er zijn mensen die menen dat het een drama is, wat we ervan hebben gemaakt. Maar slechts de ‘elite’ draagt daarvoor de verantwoordelijkheid, en moet op het resultaat worden aangesproken. In dit geval ‘Den Haag’, ook al gehoorzaamde men daar aan ‘Brussel’, en gehoorzaamde ‘Brussel’ aan autoriteiten binnen de ‘Verenigde Naties’, die weer het oor lieten hangen naar bepaalde ‘wetenschappers’. Zo’n treintje is kenmerkend voor de wijze waarop er in westerse democratieën met besluitvorming wordt omgesprongen. 

 

Het is zeer de vraag of dat gezond is, maar de wet blijft de wet. Een cruciale vraag die eigenlijk steeds gesteld dient te worden op het moment dat iemand zo’n grote broek aantrekt, is of die man of vrouw, of ‘elite’, de verantwoordelijkheid voor de uitkomst wel kan dragen? Is hij, of zij, of is die groep wel bereid rekenschap af te leggen? Zijn er duidelijke criteria die bepalen of het een succes is, of een drama? Of is het ‘Voodoo’-wetenschap? Een sprong in het duister, met een hoop bezweringen en geheimtaal (vakjargon), en bidden dat het goed uitpakt?

 

Mijn stelling hier is dat ik niet de ‘goede bedoelingen’ van alle betrokkenen in twijfel trek, maar dat ‘tante Truus’ van drie-hoog-achter niet zelden meer verstand lijkt te hebben van ‘verzekeren’ dan de ‘specialisten’, om maar even een oude televisiereclame te parafraseren. En dan kan je als ‘specialist’ of ‘elite’ beter een paar stappen terug doen, en op je handen blijven zitten, voordat je van een wondje een amputatie maakt. ‘Operatie geslaagd, patiënt overleden’. Iedereen in dat besluitvormingstreintje moet zichzelf de vraag stellen: ‘Hoezo vraag je dit aan mij?’

 

Om die reden stel ik hier ook steeds met veel nadruk dat ik niet uw ‘voorganger’ ben, en dat ik het wél weet. Wat ik wel weet, is dat ik het soms meer eens ben met ‘tante Truus’, dan met Professor Doctor Hobbelduif als het over opvoedkundige inzichten gaat. Al is dat ook niet bedoeld als een aanmoediging om in alle gevallen ‘tante Truus’ eerst te raadplegen, en de Professor voortaan te negeren. Maar het is wel zo dat als de Professor de plank finaal misslaat, en hij of zij doet dat met enige regelmaat, het volk zich zal afkeren van de Professor. In eerste instantie is dat op te lossen door een nieuwe Professor naar voren te schuiven, maar als die na wat prutsen aan een weerbarstig model de zaak alleen nóg maar erger maakt, is het een kwestie van tijd voor het volk het vertrouwen verliest in de héle ‘elite’, en dat kan ernstige consequenties hebben. 

 

Politiek lost men zo’n vertrouwenscrisis op met sloten gemeenschapsgeld, omdat die politici er zelf ook geen verstand van hebben. Dus krijgt ‘tante Truus’ geld van de overheid om haar af te kopen, en mogen haar kinderen ‘positief gediscrimineerd’ worden tot ze een maatschappelijke positie hebben waar ze niet geschikt voor zijn, en zich niet thuisvoelen. Maar als ‘ervaringsdeskundigen’ zijn ze welkom in de praatprogramma’s, en als ze een vlotte babbel hebben lonkt de status van ‘BN-er’. Met een grootschalige invasie van je privé-leven terwijl je van scheiding naar afkick-kliniek zwalkt, waar heel Nederland van geniet, met chips en een biertje op de bank voor de treurbuis. 

 

Het streven naar verheffing, waar ik zo veel woorden aan heb gewijd op dit blog, is geen voorportaal voor een ‘elite’, maar heeft als kern zelfkennis en bescheidenheid. Dat laatste niet zozeer als een aanmoediging om er het zwijgen toe te doen, maar om weg te blijven van die te grote broek, want voor je het weet sta je in je ‘Jansen en Tilanus’ bij ‘Shownews’. En het kan leuk verdienen, maar of je de samenleving er een dienst mee bewijst is zeer de vraag.

Je kind als 'Posterchild'

Een bezoeker van deze website, die fel gekant is tegen slaag als straf, stuurde mij een artikel van vier jaar geleden uit het AD over een voorval in de Verenigde Staten. In een Amerikaanse staat waar lijfstraffen op school nog zijn toegestaan, kreeg een kind in het bijzijn van de moeder op zijn broek, geheel in lijn met wat de wet voorschrijft. De moeder lag al langer met het schoolbestuur overhoop, en had eerder al een korte gevangenisstraf gekregen omdat ze haar kind thuis had gehouden, wat door de rechter werd beoordeeld als spijbelen. Ze filmde het pak slaag, en zette het filmpje op het internet. Vervolgens ging het wereldwijd ‘viraal’, zoals het artikel in een Nederlandse krant aantoont.

 

De bezoeker die mij op dat artikel attendeerde karakteriseerde de leerkrachten als ‘kampbeulen’. Nou ben ik zelf geen voorstander van institutionele lijfstraffen op scholen, maar ik vind het wreed om je kind te gebruiken als ‘Posterchild’ voor jouw activisme door beeldmateriaal op het internet te plaatsen waarin te zien is hoe een kind wordt gestraft. Ongeacht de straf. Ik vind zelf dat we voorzichtig moeten zijn met beeldmateriaal van kinderen op het internet. Meer in het bijzonder als die kinderen zich op het moment dat dat materiaal geschoten wordt in een kwetsbare positie bevinden. Het is niet voor niks dat er zoveel mensen vechten voor het recht om ‘vergeten’ te worden. Hoe pakt dat uit voor dat kind, als die tot zijn dood ‘herkend’ wordt als dat jongetje dat ‘toen’ een pak voor zijn broek kreeg, met een moeder die hem liet spijbelen en daarvoor enige tijd in de gevangenis zat, terwijl ze ruzie maakte met de schoolleiding?

 

Waar ik eerder schreef over dergelijke incidenten in de Verenigde Staten stelde ik mij op het standpunt dat institutionele lijfstraf op scholen wat mij betreft onbespreekbaar is, maar waar een leerling of leerlinge er zelf de voorkeur aan geeft boven een alternatieve straf, terwijl de wet het niet verbiedt, en de ouders er mee instemmen, kan ik het billijken. Andermaal benadruk ik hierbij dat wat mij betreft alleen het oordeel van degene die werd gestraft, en het oordeel van eventuele getuigen en slachtoffers, interessant is. En niet het oordeel van degenen die de macht hebben een straf op te leggen, of te voorkomen. Niet dat hun intenties er niet toe doen, of dat het onbelangrijk is om te weten waarom iemand die in kon grijpen dat niet deed, maar dat leidt tot een geheel andere discussie met een geheel ander perspectief. En die discussie is hoe dan ook zinloos zonder hoor en wederhoor. Dat we hier alleen de moeder zien en horen is een journalistieke omissie die onderstreept dat het hier puur om beeldvorming gaat, en het kweken van sympathie en antipathie, en niet om een inhoudelijke afweging. 

 

Ook ik kan die inhoudelijke afweging niet bieden, omdat ik niet bekend ben met wat in die Amerikaanse staat gewoon is, en omdat de zienswijze van de leerkrachten hier ontbreekt. Dus eindigt dat in een ‘stamtafeloordeel’, terwijl zo’n ‘stamtafeloordeel’ wat mij betreft slechts bruikbaar is als het begin van een discussie, en niet als het laatste woord. Maar dit is 2020, en Nederland, en het enige wat telt, is wat uw gevoel u ingeeft. Dat is de enige verklaring waarom iemand hier zou schermen met ‘kampbeul’ als diskwalificatie, want ik zie niet hoe dat feitelijk iets toevoegt aan een discussie die tot doel heeft te vinden wat waar is. 

 

Het gebruik van kinderen voor activisme neemt in onze hedendaagse samenleving een hoge vlucht. Alleen dat al bewijst dat het daarbij niet gaat om feiten, inhoudelijke kennis en redelijke argumenten, maar om beeldvorming en gevoelens die het pleit dienen te beslechten. Overigens geldt dat ook voor bepaalde ‘moderne’ straffen, waar ouders en andere opvoedkundigen volop gebruik maken van ‘naming and shaming’ om hun kinderen in het gareel te trappen. Het is mij een gruwel waar dat leidt tot een onuitwisbaar stigma. Ik schreef er al uitvoerig over waar kinderen via ‘Facebook’ worden gestraft, of met een bord op de openbare weg worden gezet waarop staat hoe zij zich hebben misdragen, en hoe de invulling van bepaalde taakstraffen ook zwaar leunt op ‘naming and shaming’ als de weg die naar een beter gedrag dient te leiden. 

 

In zekere zin kunt u zelf al wel de conclusie trekken dat jezelf ‘namen en schamen’ door te schrijven over straffen die je kreeg, en de aanleiding voor die straffen, het bewijs is voor de correcte werking van die straf, waar degene die dat ‘durft’ zich er niet voor schaamt, en onbereikbaar is geworden voor ‘naming’. Diegene is verlost van zijn of haar schuld, door die straf, en draagt dat niet langer als een last met zich mee. Hij of zij kan zichzelf zien zoals hij of zij is, en hoeft niet ‘mooi weer’ te spelen en zich anders voor te doen, omdat wie hij of zij is geworden iets is waar hij of zij trots op kan zijn. Dat het ook anders af had kunnen lopen, is onderdeel van dat besef, en dat genereert inzicht in het proces dat ertoe heeft geleid dat het alles bij elkaar goed uitpakte. 

 

De weigering om ferme uitspraken te doen over incidenten ver van je bed is niet laf, maar volwassen. Die moeder van dat kind dat voor zijn broek kreeg op school krijgt van mij geen krediet voor haar actie. Als moeder had ze hoe dan ook de macht om te voorkomen dat haar zoon op zijn broek kreeg, en als dat haar zorg was, dan had ze niet moeten aarzelen, maar haar kind mee moeten nemen naar huis, en de conclusie moeten trekken dat een andere school, of wellicht zelfs een andere staat, waar slaag niet is toegestaan, de enige mogelijkheid was. En dan haar verantwoordelijkheid moeten nemen. Tevens kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat als een rechter de moeder heeft veroordeeld omdat ze haar kind thuis hield, dat duidt op problemen in de opvoeding die er behoorlijk in kunnen hakken op termijn. Ik heb dus zeer zeker te doen met haar kind, maar niet omdat ‘kampbeulen’ hem hebben mishandeld. Dat orgel is behoorlijk vals, en dat muziekstuk dat mij via een link naar dat artikel bereikte krijgt van mij geen staande ovatie.

De wereld van de windvaan

Welke waarde hecht u nog aan het ‘woord’? Aan gesproken of geschreven tekst? Of bent u inmiddels ook zo ver dat u het product van ons denkvermogen simpelweg negeert, of ondergeschikt maakt aan de ‘beeldvorming’? Zelfs het vak ‘begrijpend lezen’ op school wordt niet langer ingezet om kinderen de betekenis van woorden in hun samenhang te laten doorgronden, maar om hen politiek correcte ‘gesublimeerde boodschappen’ door de strot te drukken, en sympathie en antipathie aan te wakkeren. 

 

Dat lijkt wellicht een knorrige observatie van iemand die zijn ‘gelijk’ niet kan halen, maar dat is dan omdat u niet leest, en nadenkt over wat ik schrijf, maar omdat u er direct een ‘beeld’ bij heeft. Dat het ‘beeld’ inmiddels veel belangrijker is dan het woord, is niet uniek een observatie van mij. Mensen lezen niet meer, en als ze lezen is het fictie. Zelfs journalisten brengen niet langer het ‘droge’ nieuws als feitelijke weerslag van wat er in de wereld gebeurt, maar voegen er scheepsladingen ‘sfeer’ aan toe, die niet alleen per definitie subjectief is, maar bovendien niet zelden opzettelijk is ‘aangedikt’ (of uit de duim gezogen), om sympathie of antipathie te kweken. 

 

Alleen al om die reden is dit een uitgesproken ‘saai’ blog. Daarbij gebruik ik lange zinnen die niet aansluiten bij de opdracht van de ‘sfeertekenaars’ om vooral ‘Jip en Janneke’-taal te gebruiken als je mensen wilt ‘bereiken’. En schuw ik ‘moeilijke’ woorden niet. Deels is dat om al te jeugdige bezoekers niet naar de controverses en bespreking van ‘lifestyle’ keuzes te trekken, waarvan ik vind dat we daar voorzichtig mee moeten zijn, omdat een zeker ‘intellect’ en enige levenservaring belangrijk zijn om er een standpunt over te formuleren dat niet louter op sympathie of antipathie is gebaseerd, maar dat verwijst naar een wereldbeeld dat put uit gedachten en concepten die de ‘sfeer’ ontstijgen. 

 

De ‘sfeerfabriek’ is ‘Big Business’, waar miljarden in omgaan. Inmiddels zijn we zo ver afgedaald in de krochten van onze animale voorkeuren, dat we actief trachten mensen met een ‘incorrecte’ mening het brood uit de mond te stoten, of hun symbolen af te pakken, inplaats van de dialoog te zoeken. De ‘meute’ dient te worden gevoed, en dat kan alleen maar door zoveel mogelijk de nuance te schrappen, en waar nodig te insinueren, met het gebruik van ‘beeldende’ taal. Grote halen, snel thuis. En dit blog betoogt dat we juist ‘diep’ moeten gaan, de details onder het vergrootglas moeten leggen, goed moeten luisteren en lezen, en vooral ook om moeten kijken om te zien wat er van onze eerdere voorstellen terecht is gekomen. Dan ben je niet op zoek naar een ‘fanclub’. En zeker niet in deze tijd.

 

De reden dat tegenstanders in mijn ‘Ouderwetse’ benadering een ‘anti-democratische’ tendens zien, is omdat in mijn beleving het zo zou moeten zijn dat iemand een visie zou moeten presenteren, waar het volk, de klant, of de werknemer zich in kan vinden, waarna allen die zich verenigd hebben rond die visie hun best doen om die te realiseren. Dat is ‘Ouderwets’. In deze tijd hussel je een groep ambitieuze types door elkaar, ‘investeer’ je een vermogen in de ‘presentatie’, in de hoop op veel ‘stemmen’ of ‘kapitaal’, en zie je wel waar het scheepje strandt. ‘Stem op mij!’, want ik ben een ‘vrouw’. ‘Stem op mij!’, want ik ben ‘gay’. ‘Stem op mij!’, want ik ben jong. ‘Stem op mij!’, want ik ben oud. ‘Stem op mij!’, want ik ben een windvaan. 

 

Het stukje over de diefstal van mijn identiteit dat hiervoor staat heb ik een iets andere kleur gegeven om het op te laten vallen. Omdat ik persoonlijk niet vermalen wil worden door mensen die weigeren om te lezen wat ik schrijf, maar gefascineerd zijn door het ‘beeld’ dat ze van mij hebben. Dat ze naar behoefte ‘opleuken’ en in ‘inkleuren’, of trachten neer te sabelen en zwart te maken, in de hoop dat dit blog op ‘zwart’ gaat. Maar ik ben geen Don Quichot, en maak mij geen illusies over mijn macht over mensen die hun ‘rede’ en capaciteit voor observatie en introspectie met de vuilnisman hebben meegegeven, of die kwaliteiten nooit aangereikt kregen op school, of thuis. Niet dat ik geen boodschap heb voor mensen die vanaf de wieg hebben meegekregen dat ze recht hebben op de vervulling van al hun primitieve hedonistische verlangens, waar je niet over hoeft na te denken, omdat ze gewoon ‘zijn’, en maken wie jij ‘bent’, en dat je die ‘identiteit’ te vuur en te zwaard moet verdedigen, ook al kan dat niet met argumenten. Maar ik heb nog niet het allereerste begin van enige ambitie om u die boodschap op te dringen. Ik wil alleen niet verantwoordelijk gehouden worden voor uw eigen falen, en niet hoeven te betalen voor uw gesubsidieerde ‘lifestyle’. En al helemaal niet als die ‘lifestyle’ dicteert dat u de strijd aan moet gaan met anderen die geld verdienen met beeldvorming door hen het geld dat ze verdienen uit de mond te stoten, omdat hun ‘beeld’ niet correct is.

Het misbruiken van mijn identiteit

Er zijn bezoekers die zo vrij zijn om mij aan te melden bij websites waar ik zelfs nog nooit ben geweest, door mijn email-adres op te geven. Dat is een fenomeen waar ik al diverse malen mee ben geconfronteerd. Ook worden soms reacties geplaatst op websites waarbij ‘getekend’ wordt met mijn ‘pennaam’ en email-adres. Het is een vorm van identiteitsdiefstal die behoorlijk giftig is. Waarom mensen dat doen, weet ik niet. De ene keer lijkt het een poging om mij een richting op te duwen waar ik geen enkele affiniteit mee heb, maar waarvan degene die mij ‘aanmeldt’ kennelijk denkt dat ik er wel iets mee heb. En de volgende keer lijkt het een soort wraakoefening. 

 

Zolang als de mens kan lezen en schrijven zijn er pogingen geweest om van iemand die men niet kan ‘raken’ in een rechtstreeks debat, een soort ‘voodoo’-poppetje te maken, om daar dan naalden in te steken, in de hoop dat die ingebeelde vijand het publicitaire leven laat, en ophoudt te bestaan. Ophoudt met schrijven. De pen aan de wilgen hangt, en zich terugtrekt in zijn of haar schulp. Maar er zijn ook mensen die menen dat iemand door een groter publiek ‘gehoord’ zou moeten worden, en door zelfverzonnen teksten uit zijn of haar naam te publiceren hopen reclame te maken voor het ‘originele werk’. Waarbij men die teksten opzettelijk ‘prikkelend’ maakt om de eetlust op te wekken.

 

In het gearchiveerde gedeelte van dit blog heb ik al wel aandacht aan dat fenomeen besteed, maar ik wil het nu graag nogmaals doen. Ik wil mijn email adressen zoals ik ze hier heb gepubliceerd, met een keuze uit een adres dat hoort bij de website zoals die is opgezet, en een adres via een ‘veilige’ Zwitserse provider, niet schrappen. En het is voor mij onmogelijk om alle mogelijke websites en forums waar iemand ‘namens mij’ berichten zou kunnen plaatsen na te lopen om ze te laten verwijderen. Daarbij heb ik al de ervaring dat sommige websites in het geheel niet reageren als je hen vraagt om te worden ‘uitgeschreven’. Ik zal er dus mee moeten leren leven, vrees ik. 

 

Iedereen die elders mijn email-adres ziet als referentie, kan er zeker van zijn dat ik het niet ben die daar heeft gereageerd. Ik gebruik die adressen alleen hier, en alleen om bezoekers die de behoefte voelen om met mij in contact te treden ook die kans te geven. Ik ‘teken’ er niet mee op andere websites, en gebruik ze niet om mij te abonneren. Noch gebruik ik die van u om mij voor te doen alsof ik u ben. Ik begrijp niet eens in wat voor wereld iemand leeft die zich daartoe verlaagt. Maar er zijn wel meer dingen in deze tijd die ik niet begrijp, en ook niet wil begrijpen.

Meten is weten

‘Meten is weten’, betoogde men vroeger. Om dat meten mogelijk te maken sprak men bepaalde ’standaarden’ af. Als er geen meting was, of de meting was onbetrouwbaar, dan wist je dus niks. Dan kón je niet ‘weten’. Wat onbevredigend is als het van groot belang is om te ‘weten’, omdat je anders geen ‘wetmatigheden’ kunt identificeren, en geen recht kunt spreken. Hooguit kun je de ene of de andere partij bevredigen, of een compromis bereiken via een koehandel van loven en bieden. 

 

Vervolgens stak de quantummechanica een stok tussen de spaken binnen de natuurwetenschap. Einstein was niet direct overtuigd, en stelde ‘God dobbelt niet!’. Maar zijn Deense opponent, Niels Bohr, hield vol van wel. Het experiment dat ze samen opstelden om aan te tonen wie er gelijk had liet Bohr met de eer strijken. Sindsdien is het hek van de dam. Er is geen onderwerp of er staat wel iemand op die roept dat je niet kunt weten of het ‘waar’ is. Ineens is de platte aarde weer een serieus thema, en mag je niet meer spreken over mannen en vrouwen, want die bestaan niet. 

 

Er wordt nog wel ‘gemeten’, maar slechts ten behoeve van statistieken en propaganda die tot doel hebben goedgelovige volgelingen van deze of gene theorie van munitie te voorzien in de strijd tegen ‘de anderen’, en niet meer tegen een achtergrond van ’standaarden’. Als iemand een enquête voorlegt aan een zorgvuldig door hem of haar geselecteerde groep mensen, en de keuze van de meerderheid presenteert als ‘de waarheid’, valt er geen speld tussen te krijgen. Behalve dat het een exercitie in futiliteit is als je écht wilt weten wat waar is, en wat niet. 

 

Van de enquêtes die ik hier ooit zelf op dit blog had staan heb ik steeds met klem gezegd dat ze niets met wetenschap te maken hadden. En zelfs niet bruikbaar waren als ‘wetenschap’ in de ‘Moderne’ betekenis, als propaganda voor een vooringenomen standpunt. Maar door de (vermoedelijke) participatie van ‘rollenspelers’ leverde het zelfs niks op voor het doel dat mij voor ogen stond. En dat was niet ‘waarheidsvinding’, maar het peilen van een oprecht ’stamtafeloordeel’ onder de bezoekers van deze website. Een eerlijke momentopname op grond van gebrekkige informatie, met een bescheiden keuzemogelijkheid, maar wel ontdaan van legale beperkingen om dichter bij de belevingswereld van de bezoekers van dit blog te kunnen komen. Maar het was vergeefse moeite.

 

Wat mij rest zijn de ‘kruimels’ van individuele verhalen en de toelichtingen op de keuzes die sommigen gaven waar zij mij daarover mailden, en dat bevestigt slechts dat ‘weten’ een utopie is waar het onze kennis over opvoedkundige voorkeuren betreft. Iets wat overigens geen verrassing was voor mij, maar je wilt de mensen niet graag de kost geven die stellig beweren dat ze van alles ‘weten’ over het onderwerp, waar ze slechts beschikken over geselecteerd dogma dat past bij een verhaal dat hun voorkeur heeft, en waar ze verder niet meer over na hoeven te denken. Dan heb je het over religie, en niet over wetenschap. 

 

In onze ‘Moderne’ maatschappij zijn er commerciële partijen en overheden die blind vertrouwen op ‘Big Data’. Niet slechts om hen informatie te verschaffen over wat er leeft onder de klanten en burgers, maar ook om voor hen een geheel eigen ‘waarheid’ te scheppen waarin zij zich ‘thuis’ voelen, ook al is het een virtuele wereld die aan elkaar hangt van de leugens. Maar goed voor de ‘commerciëlen’, en de overheden, die op die manier hopen de rust te bewaren. Er ontstaat daardoor een onnatuurlijke spanning tussen u, als de ‘publieke figuur’, die zich moet handhaven in een wereld die steeds absurdere ‘waarheden’ verkondigt, omdat ze commercieel aantrekkelijk zijn, of omdat ze u ‘meegaand’ maken (murw gebeukt met flauwekul), en de persoon die u écht bent. Als die spanning te groot wordt, zijn de rapen gaar. 

 

Het komt mij voor dat we nu in een fase verkeren waarin dat zichtbaar wordt. En ik houd mijn hart vast! Naast de mensen die altijd al hun twijfels hadden, voor wie de commercie en de overheid ’niches’ bedachten die als een ‘fopspeen’ werkte, terwijl er gewerkt werd aan strategieën om hen ook ‘mee te nemen’, zijn er volop mensen die zichzelf geen enkele vraag meer durven stellen. Dat 'meenemen' gebeurt door die dwarsliggers intensief te analyseren aan de hand van de digitale ‘sporen’ die ze achterlaten via het gebruik van hun telefoons, computer, ’tablet’, en met het internet verbonden ‘assistenten’ in huis, op de werkplek, en in de uitgaansgelegenheid. Tot en met de thermostaat aan toe, uitgerust met een handige microfoon die wel wat meer doorgeeft dan alleen uw opdrachten om de verwarming een graadje hoger te zetten. Software die ‘patronen’ herkent maakt al doende een ‘portret’ van de bewoners middels 'spraakherkenning', die daarna gericht kunnen worden ‘aangestuurd’.

 

Helaas is die ‘publieke figuur’ die zo in beeld verschijnt niet langer uw ‘ware’ ik door al het ‘masseren’ en de legale keurslijven die met de ‘Beste Bedoelingen’ werden doorgevoerd om u te ‘helpen’ een goed mens te worden. Waar ouders en leerkrachten eerder al de autoriteit werd ontnomen om dwingend op te treden en onacceptabel gedrag te bestraffen op een wijze die volgens hen optimaal was, is nu de beurt aan de overheid zelf om afstand te nemen. Politie en leger, en de ‘rechtelijke macht’, gaan op cursus om te leren u te manipuleren tot u een ‘gelovige’ bent, en vertrouwen heeft in de ‘Goede Bedoelingen’ van degenen die de modellen ontwikkelen. Ook als het meetbare resultaat gruwelijk is, met een stortvloed aan ontheemde mensen die niet ’thuis’ zijn in de wereld die hen omringt, al wonen en werken ze daar, en houden ze zich er staande. 

 

Waarom ik u deelgenoot maak van dit inzicht, is niet om u aan te moedigen tot gewelddadig verzet, of ‘eigen richting’, maar juist om u daarvan af te houden. Als u begrijpt hoe het werkt, is de kans juist kleiner dat u op enig moment de schellen van de ogen vallen, en ziet hoe ‘Goede Bedoelingen’ geen begin van een solide basis hadden, en dat we hadden kunnen wéten dat het niet zou werken, als we eerst maar hadden gemeten, en de vertrouwde standaarden als referentie hadden gebruikt. Woede komt voort uit teleurstelling. Woede is destructief. Het maakt meer kapot dan je lief is. Wie wéét kan zich wel machteloos voelen, tegenover een overmacht, maar zal eerder op zoek gaan naar een rationele oplossing. Een terugkeer naar ‘meten is weten’, gekoppeld aan het besef dat waar iets niet objectief kan worden gemeten, omdat de complexiteit te groot is, je weg moet blijven van dwingend opgelegde keuzes. Beter is het om meer onderzoek te doen, in de hoop stukje bij beetje te ontdekken wat waar is, en wat niet. 

 

Mijn voorstel, geformuleerd bij de aftrap van dit blog, om uit te gaan van zelfonderzoek, en door introspectie te ontdekken wat waar is, en wat niet, en daarbij eerlijk te werk te gaan, was een poging, in die fase van de maatschappelijke ontwikkelingen, om het pad van ‘meten is weten’ niet te verlaten. Ook al schreef ik destijds ook dat puur wetenschappelijk het zelfonderzoek een slechte reputatie heeft. En terecht. Omdat zuiver wetenschappelijk al is vastgesteld dat we het erg lastig vinden om eerlijk te zijn tegen onszelf. En nog eens een stuk lastiger om eerlijk te zijn over onszelf, tegen anderen. Meer in het bijzonder vreemden. Waar ik de hoop had dat ik daarin het goede voorbeeld kon geven, en dat dat aanstekelijk zou werken, of tenminste volop bruikbare ’stamtafeloordelen’ op zou leveren, ben ik bedrogen uitgekomen. U heeft mij niet bedrogen, ook niet als u er een uitnodiging in zag voor ‘rollenspel’, maar ik heb mijzelf bedrogen. Dus heb ik, tot twee keer toe, mijn koers verlegd, met slechts wat ‘vingerwijzingen’ naar de oorspronkelijk opzet. Voornamelijk om een brug te slaan naar degenen die het lastig vinden om die koerswijzigingen te begrijpen, waar zij zelf wel van meet af oprecht ‘feedback’ gaven. 

 

Andermaal benadruk ik dat ik mijzelf niet zie als iemand die ‘de oplossing’ heeft, of die als een profeet ziet wat de toekomst ons zal brengen. Maar de ruimte tussen de uiteenlopende ‘dromers’, die menen het universele antwoord te hebben op al onze vragen, wordt steeds kleiner en verraderlijker. De buigzaamheid van ‘publieke figuren’ overtreft de kwaliteiten van rubber. ‘Voortschrijdend inzicht’ is niet slechts de norm geworden, maar staat ons kennelijk zelfs toe om per gesprek, per column, per lokatie, een ander standpunt in te nemen over dezelfde kwestie. De ontwikkeling van dat inzicht hoeft geen logische lijn te volgen. Abrupte wijzigingen zijn aan de orde van de dag. We leven meer en meer bij de gratie van ‘revelaties’. Dat we al doende volledig onbetrouwbaar worden deert ons niet. ‘Ouderwetse’ opvoeders kunnen er niet mee uit de voeten, maar zullen wel moeten meebuigen om niet te falen voor hun ‘test’. 

 

De gepropageerde ‘revelaties’ zijn soms ronduit schokkend. Zo stond in een grote, toonaangevende Amerikaanse krant een lovend artikel over een ‘feministe’ die uit beeld was geraakt, maar nu weer hoogst actueel zou zijn, omdat ze openlijk pleitte voor het beëindigen van ‘mannelijkheid’. Dat het pamflet dat ze in eigen beheer had uitgegeven destijds geen groot bereik had gehad, kwam wellicht ook omdat ze de daad bij het woord voegde met een moordaanslag op Andy Warhol, die het wel ternauwernood overleefde, maar als gevolg van de complicaties niet zo heel oud werd. U moet het mij maar vergeven, maar volgens mij ben je niet goed snik als je denkt met zo’n heldin het feminisme vooruit te helpen. Of de mensheid een perspectief te bieden op een betere samenleving.

 

U mag mij nawerpen dat ‘Ouderwetse’ opvoedkundige ingrepen, waar ik hier op mijn blog begrip voor heb getoond, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, waarbij ik degene die zo werd gestraft het eindoordeel laat vellen, ook ‘mensonterend’ zijn in uw ogen, en de ogen van de wetgever sinds 2007. Maar het zou niet bij mij opkomen iemand te straffen wegens ‘mannelijkheid’, of ‘vrouwelijkheid’, noch enige ‘geaardheid’. En de doodstraf komt hoe dan ook niet voor op mijn lijstje met mogelijke sancties. Dat we nu weer serieus druk zijn met mensen aanspreken op ‘schuld’ die voort zou vloeien uit hun geslacht, geaardheid, huidkleur, afkomst, of gevoelens van geborgenheid die worden ontleend aan de gemeenschap waar men in opgroeide, de tradities, of het land, is zeker geen vooruitgang te noemen. Waar ik in het verleden vaak eindigde met: ‘Laat maar zien dan!’, zou ik u nu toch op het hart willen drukken om uw verstand te gebruiken voordat u zich laat meezeulen door iets wat u een ‘Goed Gevoel’ geeft, anders eindigt het in tranen en spijt. ‘Lekker Lachen’ is leuk, maar niet als het uit een patroon komt, en je achterblijft met een dwarslaesie. Ook niet als dat patroon 'wetenschappelijk' is, omdat het voortvloeit uit een academisch model.

 

Weten waar je geluk ligt

Mocht u uit mijn vorige bijdrage gehaald hebben dat ik ‘kennelijk’ ook taken uitvoer die niet typisch ‘mannelijk’ zijn in een ‘traditionele’ relatie, dan wil ik mij daar niet op laten voorstaan, of het groter maken dan het is. Wat ik er slechts mee wilde zeggen, is dat er momenten, of bepaalde episodes zijn in je leven, waarin je zekere taken moet verrichten om niet in je eigen vuil om te komen. Of van honger zult sterven als je niet ‘aanpakt’, en dat het dan contraproductief is als dat louter chagrijn oplevert, en je jezelf beklaagt, terwijl je ook je hersens kunt laten werken en productief kunt zijn. 

 

Het vinden van een levensgezel die leuk vindt wat jij niet graag doet, is een vorm van kameraadschap waar in deze tijd buitengewoon neerbuigend over wordt gedaan. In het bijzonder als het leidt tot een ‘traditionele’ rolverdeling. Mij ontgaat de logica. Waarom zou je in Godsnaam jezelf kwellen in een baan die je afschuwelijk vindt, en waarin je alleen maar water naar de zee draagt, louter omdat je anders niet ‘geëmancipeerd’ bent? En waarom zou je taken moeten verrichten die je niet leuk vindt, om te ‘bewijzen’ dat je ‘geëmancipeerd’ bent? Maar het omgekeerde is natuurlijk ook juist. Als je als man liever druk bent met koken, strijken, het huis schoon houden en de kinderen verzorgen, terwijl je vrouw er een hekel aan heeft en als een ‘pitbull’ vecht voor een carrière, waarom kan die man dan niet ‘huisman’ worden, terwijl die vrouw de tanden stukbijt in de ‘ratrace’ op ‘kantoor’, of elders zorgt voor een inkomen waar het gezin in comfort van kan leven?

 

Verdelen ook prima, wat mij betreft. Alleen is dat niet best voor je carrière in vakgebieden waar je ook echt iets moet ‘laten zien’. En niet iedereen is geknipt voor de ‘ambtenarij’, of de ‘subsidiebaan’, waar ‘Lifestyle’ een ‘must’ is om carrière te maken. Ik wil er slechts mee zeggen, dat het uw leven is, en het mij niet aangaat hoe u het vormgeeft. Als u maar niet uit het oog verliest dat uw individuele geluk meer is dan het aan de haak slaan van die ‘stoeipoes’ of ‘stud’, of iemand die ‘lijkt’ op deze of gene ‘BN-er’, met een leuke ‘act’ op feestjes en partijen. En dat het ook geen kwaad kan als je dat je kinderen al in een vroeg stadium bewijst door bij elkaar te blijven, en niet modieus te gaan scheiden als je op die ander ‘uitgekeken’ bent. 

 

Anderzijds is ‘voor altijd’, of ‘tot de dood ons scheidt’, ook nooit meer dan een intentieverklaring. Je kunt je vergissen in mensen. En mensen kunnen zich vergissen in jou. Maar wat vaker voorkomt in deze tijd, zo is mijn indruk, dat mensen zich hebben vergist in zichzelf als het vuur dooft. Veelal zonder dat men nog eens de eerdere aannames langs gaat om te zien waarom het mis ging, zodat de tweede poging eigenlijk op dezelfde problemen stukloopt als de eerste, ongeacht of men vervolgens opnieuw de stekker eruit trekt, of nu dan toch maar bij elkaar blijft, omdat het anders te duur wordt. Of ‘voor de kinderen’. Of omdat men op een ‘leeftijd’ is gekomen waarop het lastig wordt nog de ‘stud’ of de ‘stoeipoes’ uit te hangen, zonder dat het pathetisch wordt. 

 

De essentie is, dat je eigen geluk geen sluitpost mag zijn. Maar dat je goed moet beseffen dat geluk niet gevonden wordt waar ‘iedereen’ zegt dat je het kan vinden. En dat het niet goed is als dat geluk uit een ‘fles’, een ‘rokertje’, een ‘pilletje’, een ‘shot’ of een ‘snuif’ moet komen. Of dat je het slechts vindt in de films en roddelrubrieken. Als je er niet zeker van bent dat je eigen kinderen bij zullen dragen aan je eigen geluk, zie er dan vanaf. Dito waar je er je vingers op na kunt tellen dat je er, vanwege je ambitie om carrière te maken, niet zult zijn als ze je nodig hebben, terwijl je partner ook niet beschikbaar is omdat die de carrière ook voorrang verleent. Neem geen kinderen voor de ‘status’, want het is geen hond of sierraad waar je mee kunt pronken, maar een mens van vlees en bloed.

View older posts »

Zoeken