Een wereld zonder waarheid

Iets kan ‘waar’ zijn in die zin dat iedereen het waar kan nemen. Je ziet het, je ruikt het, je voelt het, je hoort het. Maar welke waarde kennen we er aan toe? Vinden we het waardevol, of waardeloos? Of zijn we in ons oordeel neutraal, en waardevrij? Op grond van welke overwegingen, of gevoelens, sentimenten of emoties komen we tot dat oordeel? Is het zinvol om te trachten anderen van ons oordeel te overtuigen? Of kunnen we beter onze mond houden, ons eigen plan trekken, en maar zien wat er van komt? 

 

Je toont iemand een afbeelding van een homopaar dat zich voor de gelegenheid heeft uitgedost met een leren tuigje over het blote bovenlijf, en die ander wendt zich vol walging af. Je slaat je krant op, en je ziet een foto van een gedeeltelijk ontklede jonge vrouw die op het toneel ligt, en haar billen toont, als illustratie bij een recensie. En je eerste reactie, nog voor je een letter van die recensie hebt gelezen, is: ‘Daar hoef ik niet naartoe!’ Tegelijk weet je dat er ook mensen zijn die helemaal opgewonden raken van die twee in dat leren tuigje, of van die jonge vrouw met die blote billen, en die bij wijze van spreken al in de auto zitten om het met eigen ogen te kunnen aanschouwen. 

 

Dat is de kracht van het beeld dat ‘tot ons spreekt’, en daarom wordt het op grote schaal ingezet, waarbij de tekst er eigenlijk niet meer toe doet. Wie zich ‘aangetrokken’ voelt slikt verder de tekst voor zoete koek, de hele toneelvoorstelling kan zonde van je tijd zijn, maar dat beeld bepaalt de waarde. Dat is uiteraard geen observatie die nieuw is. Dat weten we al vele eeuwen. En moralistische denkers richten er hun pijlen op. Met voorstellen om dergelijke afbeeldingen te beperken, of juist geforceerd onder de aandacht te brengen, omdat je er maar tegen moet kunnen. 

 

In talloze eerdere betogen op deze website heb ik mij eerder buitengewoon ‘liberaal’ getoond op dat gebied, waar het volwassenen betreft. Meer moeite heb ik met de blootstelling van kinderen aan dergelijk materiaal, en ik ben zeker niet de enige. Terwijl ik anderzijds ook niet zo bekrompen ben om niet te beseffen dat kinderen in hun dromen en fantasieën al heel wel in staat zijn om zich dergelijke voorstellingen voor de geest te halen. En we hebben in Nederland een ‘kijkwijzer’ waar het films en televisieproducties betreft, maar in het museum, in de dag- en weekbladen, en in ‘voorlichtingsmateriaal’ kan veel meer. 

 

Waar het pijn gaat doen, is waar een spontane reactie van een volwassene, of een kind, wordt aangegrepen om diegene bij te spijkeren, omdat die spontane reactie zou duiden op een ‘gebrek aan tolerantie’. Nou heb ik daar ook al meerdere keren  over geschreven, omdat het woord tolerantie verwijst naar een manifestatie van gedrag waar je een afkeer van hebt. Het vervult je met weerzin, maar je aanvaardt het met je verstand, omdat je begrijpt dat het voor anderen van waarde is. Conditioneren totdat iemand zo ver is dat hij of zij het ook wel eens wil proberen, is iets héél anders. Dat leidt voorspelbaar tot verdorvenheid en een kaalslag op het moralistische niveau, en als dat de vooropgezette bedoeling is, dan kom je uit bij de situatie die ik in mijn vorige bijdrage beschreef. Ultieme ‘vrijheid’, in de geïdealiseerde situatie, maar totale zinloosheid, en een extreme sensatie van ledigheid in een doelloos bestaan op het individuele en het collectieve niveau.

 

Als dat de opzet is, dan is mijn vraag hoe dat te rijmen valt met het idee dat de beleving van geluk ons inspireert tot grootse dingen? Ik zeg niet dat ik het pasklare antwoord heb op die vraag, maar keuzes hebben consequenties, ook als we niet kiezen en het maar laten begaan. In de hedendaagse praktijk zie je hoe het leidt tot ‘kwispelwaarheden’, waarbij iets de ene dag ‘waar’ kan zijn, maar de volgende dag niet meer. Als de hond die kwispelt met zijn staart, wat ons het idee geeft dat die hond tevreden is. Maar bewegingen van staarten zijn in eerste aanleg functioneel, om vliegen en dergelijke weg te houden uit de buurt van het aarsgat, en die staart heeft dat dier niet gekregen om ons te tonen hoe blij dat dier is. Als we zelf terugkeren naar zo’n ‘Pavlov-staat’, waarin we niet meer hoeven na te denken over ‘waar’ of ‘onwaar’, ‘goed’ of ‘fout’, is dat in mijn beleving een capitulatie. Een verprutste kans. 

 

Vergelijk dat ook met mijn eerdere pogingen, inmiddels gearchiveerd, om vanuit de spontane reactie, wat ik het ‘stamtafeloordeel’ noemde, niet te trachten om anderen te overtuigen het anders te gaan zien, of aan te sturen op conditionering in een bepaalde, door mij gewenste richting, maar om die originele gedachten, gevoelens, sentimenten en emoties met respect te behandelen, ook al tolereren we (inmiddels) het gedrag waar we spontaan aanstoot aan nemen. En vervloeken we onszelf als we bij onszelf nog ‘neigingen’ tegenkomen die niet langer ‘correct’ zijn. Waar ik hier eerder stelde dat het belangrijk is om onze dromen en fantasieën te betrekken bij dat zelfonderzoek, waar daar de spontaniteit groter is, impliceert dat niet dat we ons daardoor moeten laten leiden in de praktijk. Wie een ‘immorele’ droom heeft is geen immoreel mens. Omgekeerd betekent het legitimeren van immoreel handelen niet dat het ineens moreel juist is. 

 

Een wereld zonder waarden is een wereld zonder waarheid, en zonder doel. Een wereld waarin het verstand er de brui aan heeft gegeven. Het doet mij denken aan de ‘Makarismen’ zoals die in de Bijbel zijn weergegeven, in de Statenvertaling, waarin de geconditioneerde medemens wordt voorgehouden dat de ‘armen van geest’ zalig zijn. En dat het verderf begon met Adam en Eva die een appel van de ‘Levensboom’ hadden gegeten, waardoor ze zicht kregen op het onderscheid tussen ‘goed’ en ‘kwaad’. Dan is het wellicht ironisch dat mensen die het hele Christelijke geloof afzweren, en in hun handelen geïnspireerd worden door de wens dat onderscheid tussen ‘goed’ en ‘kwaad’ te doen vervagen, de manifestatie zijn van een verlangen naar een terugkeer naar die ‘Paradijselijke’ situatie van het ‘niet weten’. De ‘Ignoramus’ als de bevrijder van de mensheid na duizenden jaren worstelen met de gift van ‘het verstand’.

Go Back