Geen lust meer om te schrijven

Gisteren zat ik weer een ‘ouderwetse’ bijdrage te schrijven, in lijn met de oorspronkelijke insteek. Om die vervolgens weer in de prullenmand te kieperen. Ik weet niet of u zelf ook wel eens schrijft over wat u bezighoudt, maar er is een groot verschil tussen het wegvallen van de ‘lust’ om te schrijven, en het zogeheten ‘writers block’. Bij een ‘writers block’ weet je even niet meer wat je zou moeten schrijven. De inspiratie is er niet meer. Of je worstelt met je ‘stijl’, veelal omdat je piekert over de vraag of je lezers wel begrijpen wat je over wilt brengen. En ongeacht of het ‘fiction’ is wat je schrijft, of ‘non-fiction’. Dergelijke momenten heb ik hier, op deze website, ook gehad. Wat resulteerde in omzettingen, het archiveren van al het voorgaande, en een andere benadering van dezelfde problematiek.

 

Die problematiek is dermate omvangrijk, als je die benadert zoals ik dat doe, dat je er nooit over uitgepraat raakt. Maar als de ‘lust’ wegvalt, worstel je niet meer, en al helemaal niet met de vraag hoe het overkomt wat je schrijft. Het ‘plezier’ is weg. Wat wellicht lastig te begrijpen is als veel van wat je schrijft over straf gaat, maar hoezo is dat dan wel begrijpelijk als het gaat over moord en doodslag, horror, of menselijk drama? Ik heb er al vaker op gewezen dat we veel te bekrompen omgaan met het begrip ‘lust’. Maar dat terzijde. 

 

De ‘lust’ valt weg als het ‘pessimisme’ bezit neemt van het resultaat. En daar was ik al bang voor toen ik bij de laatste omzetting opschoof naar ‘maatschappijkritiek’, omdat de eerdere format voor activisten ‘aanstootgevend’ was, terwijl de ‘feedback’ die ik nodig had om niet in kringetjes rond te blijven draaien, teveel geconcentreerd op autobiografische verhalen, opdroogde. Tegen die achtergrond is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen pessimisme als een persoonlijkheidskenmerk, en pessimisme dat het resultaat in een wurggreep houdt. Je wilt niet schrijven dat het allemaal kommer en kwel is, maar je kunt er niet omheen. Niet zonder te liegen, of de realiteit te negeren. Iemand die fictie schrijft loopt daar minder snel tegenaan dan iemand die non-fictie schrijft, als ‘iedereen’ om hem of haar heen ‘gek geworden’ lijkt te zijn. Als je doorzet, word je extreem cynisch, en dat zorgt voor schade aan je persoonlijkheid. Dat is voor mij niet alleen een onbespreekbaar offer, maar ik erken direct dat ik te weinig betrokken ben bij mijn medemens om hen in die zin de helpende hand te bieden. Dat ‘Messianisme’ is mij vreemd. 

 

Als ik aan iemand die zegt het klimaat te gaan redden uit moet leggen dat je dan geen bomen om moet hakken voor je elektriciteitscentrale, maar eerder meer bomen moet planten, dan kan ik dat nog wel opbrengen als het een kind betreft. Maar niet als het een volwassene is, die zich laat inspireren door zijn of haar kinderen. En waar het de opvoeding betreft is dat patroon al zoveel langer geprononceerd aanwezig, waar we straf hebben afgeschaft, omdat de kinderen het onplezierig vinden. Einde discussie. 

 

Een wereld vol ‘gekken’ is tegelijk ook het Walhalla voor iemand die schrijft, omdat er geen gebrek aan inspiratie is. Je hoeft niet eens je fantasie de sporen te geven. Kijk maar om je heen. Maar je moet niet ‘opvoeding’ als thema hebben gekozen, tenzij je meent dat ‘opvoeding’ tot doel heeft de mens te bevrijden van neigingen tot volwassen gedrag, en emancipatie. Maar zo zit ik er niet in. Een terugkeer naar die ‘ouderwetse’ insteek voelde als een bevrijding, maar publicatie zou een ‘rebelse daad’ zijn die eenvoudig verkeerd kan vallen. Als een bijdrage aan de chaos. Waar de opdrogende ‘feedback’ mij inspireerde tot een omzetting richting ‘maatschappijkritiek’, is een terugkeer naar die oude format in deze licht ontvlambare samenleving een wanhoopsdaad. En ik ben voor mijzelf niet wanhopig, niet depressief, niet toe aan euthanasie, en nog vol plannen voor de toekomst. Dus die gifbeker laat ik aan mij voorbijgaan, en ik kijk toe hoe de ‘gekken’ die het beter weten, omdat ze ervoor gestudeerd hebben, de samenleving inrichten. Maar ik kan er hier niet meer over schrijven. Mijn email adressen zijn nog actief, en als u ideeën hebt voor een vervolg, dan houd ik mij aanbevolen. Als u nog oude koeien uit de sloot wilt halen, of mij een schop na wilt geven, kunt u daar ook terecht. Maar tot de ‘lust’ terug is houd ik het hier voor gezien. De website zelf gaat niet op ‘zwart’, voorlopig, en vermoedelijk zijn er nog voldoende artikelen die u nog niet gelezen hebt, of die het herlezen nog wel waard zijn. 

 

U bent, en blijft mij allen dierbaar, en ik maak niemand een persoonlijk verwijt. U bent niet ‘gek’, ook al heeft u ‘trekjes’, en zegt de therapeut dat u hem of haar nodig heeft vanwege een ‘stoornis’, maar in de onderlinge samenhang loopt het behoorlijk uit de klauw, als u het mij vraagt. U denkt dat het wel meevalt? Des te beter voor u. Ik kijk wel toe van een afstandje.

Go Back