Het voorlopige sluitstuk

Tot besluit wil ik nog even stilstaan bij de vraag wanneer je kunt zeggen dat iemand het 'type' is dat baat heeft bij slaag als straf. Maar voordat ik verder ga, wil ik benadrukken dat ik dat niet bedoel als een pleidooi voor herinvoering van slaag als straf. En als u verder leest zult u ook begrijpen waarom. Ik kom niet tot een antwoord op die vraag, maar benader het van de andere kant. Wie zijn nou 'typisch' de mensen die hoe dan ook géén baat hebben bij slaag? Op geen enkele manier houdt dit in dat de rest er wél baat bij zou hebben.

 

Zoals u weet, als u hier al langer leest, begon ik aan dit blog ná de invoering van het verbod op de 'opvoedkundige tik'. Om te beginnen bevreemde het mij dat die wet erdoor kwam, en unaniem gesteund werd door de tweede kamer, terwijl zeventig procent van bevolking aangaf er geen behoefte aan te hebben. Over de motivatie van die zeventig procent wilde ik het niet hebben, maar ik was wel benieuwd naar persoonlijke ervaringen die zorgden voor het idee dat slaag een passende straf kon zijn. De verhalen die bij mij binnenkwamen, in die beginfase, en die ook elders op het internet nog vrijelijk werden gepubliceerd, onderstreepten dat het onmogelijk was om te spreken over één bepaald 'type'. Niet alleen kwam er geen 'type' mens uit tevoorschijn, maar er kwam ook geen 'type' overtreding uit tevoorschijn die 'logisch' bestraft diende te worden met een pak slaag.

 

In de context van deze bijdrage moet u 'pak slaag' lezen als een 'tik' of meerdere 'tikken', gericht en ongericht, weloverwogen of in een bevlieging. Elders versta ik onder 'pak slaag' exclusief de weloverwogen, gecontroleerde tuchtiging, met het zitvlak als doelwit, en niks anders. Die veel nauwere definitie volstaat hier niet. Want voor de wet bestaat dat onderscheid niet. 

 

Wat mij naar de pen deed grijpen, was minister Donner die, nadat zijn wet was aangenomen, 'geruststellend' verklaarde dat ouders die op enig moment 'uithaalden', omdat ze de controle over zichzelf kwijt waren, niet bang hoefden te zijn te worden aangehouden, zolang ze hun kind niet tot moes hadden geslagen. Dat deed bij mij alle alarmbellen afgaan. Die categorie is juist levensgevaarlijk voor het kind! Naast de sadistische ouder, of andere volwassene, die voor zijn of haar genoegen kinderen pijn doet. Maar die laatste categorie is (of was?) een stuk kleiner. Voor het indammen van redeloos geweld tegen kinderen wil ik mij maar wat graag inzetten! En dat is dan met inbegrip van niet-fysiek geweld, en de exploitatie van kinderen ten bate van het bereiken van politieke doelen, of andere vormen van verwaarlozing.

 

Waar kwam die coulance van minister Donner vandaan? 

 

Om dat te begrijpen moet je de hele ontwikkeling van het 'maatschappelijke debat' hebben gevolgd. De weerstand tegen fysieke straffen, en eigenlijk alle 'ouderwetse' straffen, begon met de notie dat het een blijk van 'onmacht' was. Zoals ik hier heb getracht duidelijk te maken was dat in het verleden zeker niet in alle gezinnen het geval. En historisch bezien is dat ook niet juist. Maar door te promoten dat je alles op kon lossen door een 'goed gesprek', en dat straffen een zwaktebod was, bleven we zitten met straf als eindbod. Als je als ouder, leerkracht of agent buiten zinnen was door het gedrag van een kind, was het 'logisch' dat je op enig moment gefrustreerd uithaalde, zo was de redenatie. Slaag als slot op de deur. Levensgevaarlijk, en in de meeste gevallen ernstig contraproductief.

 

Dat brengt mij bij de vraag welke kinderen 'typisch' averechts reageren op straf, en slaag als straf in het bijzonder. Nogmaals, zonder dat ik claim dat de 'rest' er baat bij heeft! Maar de 'raddraaier', de kwade genius, met een 'hyper-inflated ego', die zich beter waant dan u, en op u neerkijkt, heeft géén baat bij een pak slaag. Die wordt er slechts door opgeladen. Alle 'Prinsjes' en 'Prinsesjes' die we hebben gekweekt met een strategie van het belonen van normaal gedrag, en die verwachten '24/7' in de watten te worden gelegd, en dat we begrip hebben voor hun eisen (want iedereen eist tegenwoordig), begrijpen straf niet. Voor de idealisten onder ons was dat ook de vooropgezette bedoeling van het moderne opvoeden. Assertieve, zelfbewuste, egocentrische wezens kweken die '24/7' achter hun hedonistische zelfbevrediging aan rennen. En een staat die dat faciliteert. 

 

Aan het andere eind van het spectrum vinden we de 'neurotische' mens. Een oneerbiedige aanduiding voor bange mensen die van nature kruipen voor gezag, en hun 'moeder' verkopen om straf, of welke onaangename ervaring dan ook, te vermijden. Ik kijk niet op die mensen neer, en diskwalificeer ze niet. Ze zijn niet zielig. Hun aanleg is conflictmijdend gedrag, en ze 'pleasen' de hele dag iedereen waar ze van afhankelijk zijn. Dit is een kwetsbare groep. In het bijzonder voor 'roofdieren' die schaamteloos misbruik maken van hun kwetsbaarheid. 

 

Voorheen bevond zich tussen die extremen het overgrote deel van de mensheid. Mensen die waren uitgerust met een functionerend geweten, en niet noodzakelijk timide, sommigen zelfs best avontuurlijk, waardoor ze in conflict kwamen met autoriteiten, maar in dergelijke gevallen wel toegerust met begrip voor straf, en de bereidheid rekenschap af te leggen. In die groep vinden we mensen die expliciet menen baat te hebben gehad bij slaag als straf, of het idee hebben dat het wel iets voor hen geweest was als het nog niet bij wet verboden was geweest. Ooit een omvangrijke groep, maar in deze tijd niet meer. En in verlegenheid gebracht door de ontwikkelingen in de maatschappij, waar ze worden weggezet als mensen die onvoldoende voor zichzelf opkomen. Iets wat sommigen deed instappen in de trein richting utopia, met scherpe verwijten aan hun ouders die hen 'kansen' hebben onthouden, met hun geneuzel over het belang van het collectief. 

 

Dit is een polemisch betoog, en hoewel ik het zie als een sluitstuk, is het geen apotheose. Ik realiseer mij terdege dat er van alles op af te dingen valt. En dat de hele materie ongeschikt is om het te benaderen als een werk met een begin, en een eind. Daarnaast ben ik de eerste om te erkennen dat het niet uitmaakt of raddraaiers leren van straf, omdat op enig moment de maatschappij het recht heeft om hen uit de vergelijking te halen. Maar dan heb je het over repressie, en niet over opvoeden.

Go Back