Laatste deel drieluik over vrijheid van meningsuiting

De ultieme ‘voyeur’ breekt in op een computer, of in een woning, en legitimeert die inbraak met een beroep op zijn of haar functie als aangestelde, of zelf-benoemde ‘fatsoensrakker’. De narigheid is daarbij, dat als je datgene wat hun interesse heeft open en bloot in de etalage zet, ze ‘flippen’. Ze willen dat je het verborgen houdt, en dat zij het moeten vinden, anders is de lol eraf. Datgene wat hun ‘lust’ opwekt, moet derhalve een ‘taboe’ zijn, blijven, of worden. 

 

Een aantal enquêtes die hier ooit stonden gingen direct, of indirect, over het ‘getuige’ zijn in de ‘Ouderwetse’ tijd, als er een pak slaag werd uitgedeeld. Wat deed dat met je? Of wat zou het met jou hebben gedaan als je ooit in zo’n situatie terecht was gekomen? En wat doet het met je als iemand er ‘open en bloot’ over schrijft? Doorbreekt dat de ‘betovering’? En wat is de herkomst van die ‘betovering’ dan? Is een deel van die ‘betovering’ gekoppeld aan het idee dat het ‘verboden’ is? Als ik hier schrijf over ervaringen met straf in mijn eigen jonge jaren, ‘flipt’ u dan, omdat het voor u, als ‘voyeur’, de spanning wegneemt die het voor u juist zo ‘opwindend’ maakt? En ‘opwindend’? Hoe dan? Schaamt u zich daarvoor? Wordt u wellicht boos op mij, omdat ik het te gemakkelijk maak? Hoe werkt dat in uw brein?

 

Hoeveel ‘detaillering’ kunt u aan, voor de ‘lol’ eraf is? En als ik schrijf dat ik het niet bezwaarlijk vind om uw ‘lol’ de wind uit de zeilen te nemen, omdat ‘voyeurisme’ maatschappelijk problematisch is, en het zowel de opsporing van serieuze misstanden en misbruik in de weg staat, als de hulp aan slachtoffers, vindt u mij dan een 'spelbederver'?. De ‘therapeut’ die zich heimelijk verlustigd aan de verhalen van de patiënt, en de politieagent die een ‘kick’ krijgt van de jacht op criminelen, zijn wellicht niet de mensen die we nodig hebben om patiënten te helpen, en criminaliteit de kop in te drukken. 

 

Het is een vreemd spel van ‘kat en muis’ tussen de ‘voyeur’ en zijn of haar slachtoffer, als beiden investeren in ‘geheimhouding’. Slachtoffers doen dat vanuit eigen beleving, of omdat het hen door een ‘taboe’, en/of de wet wordt opgedrongen. De ‘voyeur’ kan zichzelf wijsmaken buitengewoon nobele bedoelingen te hebben, ook al borrelt en bruist het onder die flinterdunne laag vernis van hypocriete argumenten, die hij of zij angstvallig verborgen houdt voor de rest van de wereld. Of het is een schurk, die uit is op manipulatie, chantage en andere narigheid. ‘Openheid’ confronteert de ‘voyeur’ met zichzelf, en het haalt de schurkenvariant de wind uit de zeilen. Het is waar dat het ‘openbaar’ maken van vertrouwelijke informatie, van informatie die je liever niet met de hele wereld zou delen, in die vorm geen vrijheid is. Er wordt je geen keuze gelaten. Je kunt wachten tot een ’schurken-voyeur’ die informatie naar buiten brengt, en dan schouderophalend reageren, maar beter is het om zelf je ‘moment’ te kiezen. 

 

Dat is dus nog iets anders dan ermee lopen leuren, zoals ze in de ‘Show-biz’ doen, waarbij het niet zelden ook nog eens onwaar is wat ze aan ‘schokkende’ onthullingen over zichzelf naar buiten brengen, om het ‘voyeurisme’ van het publiek te voeden, en de ‘schurken-voyeurs’ van de media de wind uit de zeilen te nemen. Zoals ik het aan u presenteer, is het defensief. U schiet er zelf niets mee op. Maar het onschadelijk maken van de ‘schurken-voyeurs’ dient wel een maatschappelijk doel, en het laat ook zien dat je geen therapie nodig hebt. Dat je geen slachtoffer bent. Geen dader. En geen patiënt. Er valt niets aan jou te verdienen. 

 

De gedachten, emoties, gevoelens en sentimenten die bij de ‘voyeur’ opborrelen bij het zien, horen of lezen zijn een gegeven. Die heb je als individu niet in de hand. Het overkomt je. Maar wat doe je ermee? Cultiveer je het, en ga je op zoek naar wegen om er een slaatje uit te slaan? Als onvervalste ‘schurken-voyeur’, of een carrière als ‘zedenprediker’, ‘journalist’, ‘onderzoeker’, ‘therapeut’, ‘spion’, of ‘opsporingsambtenaar’? 

 

Tegenover de ‘voyeur’ staat de ‘exhibitionist’. Gespeelde preutsheid tegenover uitbundige verwaarlozing van het intieme, particuliere, private, en de opzettelijke provocatie van elke norm. Die twee hebben teveel macht in onze samenleving. Ik respecteer hun gedachten, gevoelens, emoties en sentimenten, en gun hen die ook, zolang hun gedrag maar geen schade toebrengt aan anderen. In ons allemaal schuilt, op uiteenlopende niveaus, wel een ‘voyeur’, waar mensen verzot zijn op ‘roddelprogramma’s’, of een ‘exhibitionist’ waar we het wel leuk vinden om een beetje te ‘dollen’ met gevoelige types. Maar het moet niet ons hele leven gaan beheersen. En het wordt kwalijk als we daardoor geen verstandige dingen meer kunnen zeggen over menselijke interacties, en of die nuttig, nodig, of zelfs onontbeerlijk zijn voor het stabiel houden van de samenleving. 

 

Dit is voor mij een afsluitende bijdrage van een drieluik over de vrijheid van meningsuiting. ‘Openheid’ als een defensief mechanisme is eigenlijk geen goede ontwikkeling, waar het beter zou zijn als die ‘openheid’ beperkt bleef tot de omgeving van nuttige informatiestromen, die (zelf-) onderzoek voeden waar de hele maatschappij van profiteert. Wat dan ook weer verwijst naar respect, waar we de openheid die iemand betracht over gevoelige onderwerpen ook niet misbruiken. Dat we begrijpen waarom iemand met bepaalde informatie naar buiten komt, en we ons richten op het helpen van diegene, en niet onszelf ‘vermaken’ met dat ‘kadaver’. We kunnen de ‘voyeur’, of de ‘exhibitionist’ in onszelf niet wegwensen, en het is zelfs beter om die onder ogen te komen. Maar in ons gedrag hebben we keuzes te maken. Het lijkt wellicht logisch om te kiezen voor het beperken van het aanbod, om de verhalen of beelden die de ‘voyeur’ in ons prikkelen uit de roulatie te halen, maar dat is ondoenlijk, als je bedenkt dat de ‘voyeur’ in u een andere is dan de ‘voyeur’ in mij. Wel moeten we nadenken over de moedwillige productie van materiaal dat de ‘voyeur’ in ons boven brengt, als daardoor iemand beschadigd wordt. En dat luistert nauw. U kunt denken: ‘Grapje!’, en die ander blijft met een levenslang trauma achter.

Go Back