Onzichtbaar in de meute

Wie schrijft vanuit een ‘Messianistisch’ perspectief, of omdat het een ‘broodwinning’ is, is in de basis niet geïnteresseerd in de lezer. De schrijver voor wie het een ‘broodwinning’ is zal uiteraard wel geïnteresseerd zijn in veel mensen die het boek kopen, of zich abonneren, maar verder laat het hen koud. Als ze hun teksten aan moeten passen om het ‘bereik’ te vergroten, zullen ze daar gevoelig voor zijn. Ook de ‘Messianistische’ auteur, of de consensus-gedreven wetenschapper, aast op ‘bereik’. 

 

Een andere klasse in de literatuur/lectuur, is degene die gedreven is door een innerlijk verlangen tot ‘confessie’. En een vierde categorie die ik zo uit mijn mouw schud terwijl ik erover denk, is degene die ‘lust’ heeft om bepaalde zaken op te schrijven. In deze twee laatste groepen vinden we de mensen die geen publiek nodig hebben, en veelal ook kiezen voor de vorm van het ‘dagboek’. Zelfs als ze passages delen met anderen, of als ze besluiten tot publicatie over te gaan, is de lezer in feite sluitpost. Al kan de reactie van de lezer belangrijk zijn voor de auteur zelf. 

 

Mijn eigen motivatie valt in geen van die categorieën. Waar ik in het verleden hengelde naar ‘feed-back’ en reacties, aanvullingen, verhalen van anderen, en andere inzichten, gaf ik mijzelf bloot als iemand die op zoek was. Geen boodschap, geen broodwinning, en geen geheimen. Het is waar dat ik graag alle bezoekers één voor één zou willen ‘ondervragen’: ‘Wat bezielt jou om hier langs te komen?’ Meer als de reiziger die ergens neerstrijkt, en een praatje aanknoopt met andere gasten van het etablissement. Zonder vooroordeel. Maar niet louter om de tijd te doden. 

 

Zo zie ik mijzelf ook. Geboren reiziger. Avonturier. Wereldburger. Gebonden aan een fysieke verschijning, maar jong en oud van geest op hetzelfde moment. Respectvol nieuwsgierig naar de mensen met wie ik dezelfde ‘tijd/ruimte’ deel. En het gesproken en geschreven woord is een manier van reizen, die (voor mij) belangrijker is geworden door de opgelegde beperkingen voor het fysieke reizen waar we allemaal het slachtoffer van zijn. Maar net zoals je tijdens het fysieke reizen de omgeving niet kunt dwingen om je te plezieren, kan je een stel ‘mummies’ ook niet laten praten. Reizen is je verwonderen. Althans, zoals ik naar reizen kijk. En ongeacht of die reis een zakelijk karakter heeft, zoals ‘boodschappen doen’, of dat je op vakantie bent. Als ik in een restaurant zit, kijk ik naar de andere gasten, en vult mijn voorstellingsvermogen zich met hun verhalen, die geen betrekking op hen hebben, want ik weet niets over hen. Ik vul het voor hen in. 

 

Veel meer mensen reizen niet, zelfs niet als ze op reis zijn. Ze ergeren zich aan alles en iedereen. Interesse van anderen voor hen doet onmiddellijk een hele batterij alarmbellen afgaan. Ze voelen zich al misbruikt door een glimlach. Tegelijk zijn ze beledigd als de ober hen lijkt te negeren. Waar ze gaan, doen ze hun best om op te vallen, al was het maar om degenen die hen opmerken met een vernietigende blik te kunnen vertellen dat ze niet gediend zijn van die aandacht. De reiziger ontkomt er veelal ook niet aan dat hij of zij opvalt, maar voor de anderen is hij of zij geen bedreiging, en daardoor op een vreemde manier ‘onzichtbaar’, zelfs al kun je hem of haar toch lastig niet zien. Door die bril bekeken is een website zoals deze website om begrijpelijke redenen ‘onzichtbaar’. En ik heb geen intentie om mijn ‘reis’ te onderbreken om daar verandering in aan te brengen. Of u een eindje met mij meeloopt, of een andere weg inslaat, is aan u. En wellicht komen wij elkaar elders weer tegen? Of we zien elkaar nooit weer. Het is mij om het even. Dat verklaart ook waarom ik mensen die eerder reageerden via de mail niet najaag. Het is de inhoud van mijn artikelen die het moet doen. 

Go Back