Praat je met mij, of werk je aan je profiel?

De kwaliteit van een publieke discussie is anders dan die van een privé-gesprek, omdat we ons in het privé-gesprek vrijer voelen. In de publieke discussie houden we veel meer rekening met hoe anderen ons zien. In bepaalde gevallen kan dat ertoe leiden dat als we later opnamen terugkijken van die publieke discussie, we onszelf niet eens herkennen in de woorden die uit onze mond komen. Wel weten we voor onszelf wat we wilden bereiken met die woorden, en of we anderen wilden overtuigen, of dat we er op uit waren anderen een bepaalde indruk te geven van ons, om hen mild te stemmen, of vrees aan te jagen, bijvoorbeeld.

 

Het privé-gesprek is wat dat betreft traditioneel minder belast. Maar in een wereld waarin de scheiding tussen privé en publiek rap begint te vervagen, door de veelheid van camera’s en microfoons, waarvan we er vele zelf in huis halen, allen via het internet verbonden met een anonieme buitenwereld, worden we berekenend in onze communicatie. Mobiele en vaste telefoons, laptops, computers, televisies, en een weelde aan apparaten die ‘voice controlled’ zijn, tot en met kinderspeelgoed aan toe, thuis en in onze auto, hebben een microfoon, en veelal ook een camera, dat alles ‘verbonden’ met de buitenwereld, zelfs als we ons dat niet realiseren.

 

Het is niet gezegd dat er iemand meeluistert, maar het is naïef om er vanuit te gaan dat dat niet zo is. Zo nu en dan ‘duiken er opnamen op’ uit lang vervlogen tijden, waarop te horen en/of te zien is dat iemand een mening verkondigt die in het hier-en-nu niet meer door de beugel kan. Dat is confronterend als het een oude ‘8mm’-filmopname, of een video is van de familie op vakantie, of tijdens een gezellig feestje, maar pijnlijk als een omroep het uitzendt, terwijl je geen kans geboden wordt de context te schetsen, of om het in het juiste historische perspectief te zetten. 

 

Er zijn twee mogelijke reacties op die ontwikkeling. De één barst helemaal uit zijn of haar voegen, en gooit alles op straat. De meest banale ‘weetjes’ over het privéleven van de ‘sterren’ glijden als diaree over je beeldscherm als je je daar niet tegen beschermt. De andere kant is dat mensen die best wel mee zouden willen praten, zich sluiten als een oester, en hun mond houden. Zelfs instemmend knikken als ze iets zien of horen waar ze het mee eens zijn doen ze niet meer, uit angst dat iemand hen juist op dat moment filmt. 

 

Kortom, iedereen is druk met zijn of haar imago. Een ‘goed gesprek’ zit er gewoon niet meer in. En dat is armoede. Ik zeg niet dat er geen mensen meer zijn die eerlijk en oprecht voor hun mening uitkomen, maar we gaan dat meer en meer zien in het licht van het hiervoor geschetste beeld. Die mening is ‘in your face’ en ‘schijt aan anderen’ een publieke vertoning, of het is een gecalculeerde uiting van een ‘oester’ waarvan je niet kunt weten wat hij of zij écht denkt. Kortom, die mening doet er niet meer toe, anders dan als een bijdrage aan de beeldvorming. Als het toevallig eerlijk en oprecht is, is dat toeval, en alleen al daarom onherkenbaar. 

 

In theorie is het niet nodig al die elektronica je huis uit te vegen om een keer een ‘goed gesprek’ te hebben met je partner of je kinderen, familie of vrienden. Het is in principe voldoende als we weer leren respect te hebben voor ‘privacy’. Je hebt het wel gehoord, of gezien, maar het was niet voor jouw ogen of oren bedoeld, dus vergeet het. Maar die hele mentaliteit bestaat niet meer, en de wettelijke bescherming is geërodeerd tot iets wat zelfs niet meer op bescherming van de ‘privésfeer’ lijkt. In extreme gevallen is er wellicht nog ‘verhaal’ mogelijk, in de vorm van een ‘vergoeding’, toegekend door een rechter na een slepend, kostbaar proces met een onzekere uitkomst, maar dan is het leed al geleden. Dan nog ben je praktisch kansloos als er een grote organisatie tegenover je staat die claimt het ‘publieke belang’ te vertegenwoordigen. 

 

‘Bijvangst’ van deze ontwikkeling is dat we geen tolerantie meer hebben voor andere meningen die serieus bedoeld zijn. Alle woorden wegen we als een bijdrage in de beeldvorming, en niet als mening. Daardoor kan het zijn dat een minister zegt dat hij iemand een ‘doodschop’ zou willen geven, en dat we het niet begrijpen als een mening, als een serieus voorstel, maar als een ‘upgrade’ van zijn ‘profiel’. Exact dezelfde woorden uit de mond van een ander kan zonder verdere discussie leiden tot een pittige gevangenisstraf. 

 

In het gearchiveerde gedeelte van deze website stelde ik dat wat ik het ‘stamtafeloordeel’ noemde, waar ik naar viste middels enquêtes, in mijn ogen een opening waren naar een discussie, omdat ik het als een mening opvatte. Immers, degene die dat oordeel velde deed dat privé, zonder publiek? Maar als je hele idee van communicatie is dat het bij moet dragen aan je ‘profiel’, dan maakt het niet uit of iemand je ziet of hoort. Als ze maar niet luisteren naar wat je zegt of schrijft.

Go Back