Schaam je je niet?

Lezen over, kijken naar, of horen dat iemand straf krijgt is voor velen 'opwindend', al zullen ze het nooit toegeven. De mengeling aan gevoelens, sentimenten, emoties, en gedachten die erdoor wordt opgeroepen is tot op grote hoogte vergelijkbaar met dat van het ongeluk. Je mág er niet aan toegeven, maar je kunt jezelf niet helpen, en je vertraagt bij het naderen van de plek des onheils, en je kijkt. En sommige mensen springen in de auto, of op de fiets, met het vooropgezette doel om te gaan kijken. Zekere straffen, zoals 'social shaming', en 'taakstraffen' waarbij de dader goed herkenbaar is als gestrafte, zijn er omheen gebouwd, en de gretigheid van de media om over straffen te berichten is er op gebaseerd. Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat er met gemengde gevoelens wordt gekeken naar mensen die openlijk, en tot in detail, straffen beschrijven die ze zelf kregen. Schamen zij zich niet?

 

Het komt voor dat mensen die zelf op de nominatie staan om te worden gestraft, 'opgewonden' raken als ze zien hoe een ander wordt gestraft, terwijl zij op hun beurt wachten. De straf die zij vervolgens ondergaan is niet 'opwindend', maar er getuige van zijn dat een broertje, zusje, vriendje of vriendinnetje gestraft wordt is dat wel. Kinderen zijn zich veelal nog niet bewust van het verbod op 'leedvermaak', en kunnen spontaan lucht geven aan hun vrolijkheid, zélfs als hun beurt nog komt. Straffen zoals 'time-out', voorheen 'in de hoek', hebben een publiek element dat gezien wordt als nuttig, omdat het afschrikt. Waar kinderen 'leedvermaak' aan de dag leggen worden zij niet zelden gewaarschuwd om die expressie te maskeren, anders krijgen zij dezelfde straf. Of ze krijgen uitgelegd dat dat niet 'netjes' is, en dat ze het ook niet zullen waarderen als zij daar staan, en anderen lachen hen uit. 

 

Als de getuige tevens slachtoffer is, dan is er meer begrip. Toch is dat eigenlijk vreemd, want de expressie is eigenlijk identiek. Pas als een straf onterecht is, of overtrokken, wordt die expressie overvleugeld door medelijden. En in extreme gevallen zelfs boosheid. Het tonen van medelijden, of boosheid, kan worden aangeleerd als een 'politiek correcte' expressie, zonder dat de 'opwinding' daarmee van het toneel verdwijnt. In de praktijk verraden mensen die 'opgewonden' zijn, maar hun best doen dat niet te uiten, zich altijd. Een oogopslag. Een grimas. Een gebaar. Of lachen om 'iets anders', en noem maar op. 

 

Hoewel het zeker geen kwaad kan om kinderen er op te wijzen dat het kind dat straf heeft het vermoedelijk extra pijnlijk vindt als ze worden 'uitgelachen', kun je het ook omkeren, en 'uitlachen' bespreekbaar maken als een natuurlijke uitlaatklep, die geen kwade inborst blootlegt. Het is in de meeste gevallen geen expressie van haat, of dédain. Ook als je een keer 'uitgelachen' wordt, om welke reden dan ook, betekent het nog niet dat je geen vrienden of vriendinnen kunt zijn met degenen die moesten lachen. Pas als dat 'uitlachen' geforceerd is, en de expressie van haat of 'neerkijken op', dan wordt het giftig, en dienen ouders of leerkrachten in te grijpen. 

 

Langs diezelfde lijn is het ook onjuist om die 'opwinding' weg te schrijven onder het kopje 'lust'. Het is lastig, zo niet onmogelijk, om scherpe scheidslijnen te trekken tussen expressies waarin de libido een deuntje meeblaast, en expressies waarin die libido op ijs staat. Maar 'opwinding' is zoveel meer dan dat. We gunnen iemand zijn of haar overwinning in een sportwedstrijd, en vieren het met hen mee, waarbij de 'ontlading' als het laatste fluitsignaal klinkt, of de finishvlag valt, pure 'opwinding' is. Het wordt toch tamelijk ranzig als we een tribune vol libido-gedreven mensen voor ons zien als we ons daar een voorstelling van maken. Waarmee niet gezegd is dat het niet voorkomt dat iemand die 'opwinding' vertaalt in 'ontlading' met een seksueel karakter. 

 

Onze angst om die 'opwinding' onder ogen te komen herleid ik derhalve tot de opgelegde conventies. Het 'mag' niet. Wat betekent dat we het verdringen, met alle gevolgen van dien. Het heeft mijn voorkeur om te wijzen op het verschil tussen 'uitlachen' als een spontane, puur menselijke expressie van gevoelens, emoties, sentimenten en gedachten die niet zijn ingegeven door haat of dédain, en 'uitlachen' wat wel degelijk een wapen is, bedoeld om een ander te beschadigen. Het betekent wel dat je je moet verdiepen in degene die lacht, of op een andere wijze 'opwinding' toont. Om te kunnen achterhalen of het kwalijk is, of niet, is de normale omgang iets om in de gaten te houden. Ouders en leerkrachten kunnen helpen het 'uitlachen', en andere ongemakkelijke expressies van 'opwinding' te duiden om ervoor te zorgen dat een vriendschappelijke relatie er niet door wordt vergiftigd. En een vijandige relatie wordt beëindigd op de notie dat de expressie van 'opwinding' betekent dat de dader zijn of haar schuld jegens het slachtoffer heeft ingelost. Dat is uiteindelijk een betere benadering dan een brede onderdrukking van spontane reacties die slechts leiden tot een verkrampte relatie die niet alleen hypocriet is, maar ook de weg vrijmaakt voor de dader om zich in te beelden dat hij of zij in feite slachtoffer is. Immers, de expressie van 'opwinding' is tevens een bevestiging dat de getuige de straf niet overtrokken vindt. Neem dat signaal weg, en de hele ervaring wordt getordeerd. 

 

De bijvangst van het incasseringsvermogen dat wordt gekweekt door begrip te vragen voor goedmoedig 'uitlachen', is dat het overtrokken schaamte vermindert, en het ego terugbrengt tot hanteerbare proporties. Een wereld vol 'prinsjes' en 'prinsesjes' die alleen maar toegelachen mogen worden, is evolutionair geen opsteker. Begrip kweken voor goedmoedig 'uitlachen' slaat een brug naar onze capaciteit voor 'zelfspot', wat onze weerbaarheid vergroot, en voorkomt dat we naast onze schoenen gaan lopen. Maar u zult beseffen dat een overzichtelijke handleiding die opvoeders wegwijs maakt op dit gebied, en hen helpt te ontdekken wanneer er sprake is van goedmoedig 'uitlachen', en hatelijk 'uitlachen', simpelweg onmogelijk is. Wel kunnen we veilig stellen dat de expressie van 'opwinding' bij het zien, of horen van iemand die gestraft wordt, terwijl men zelf de volgende op de lijst is, niet in de categorie 'hatelijk' valt. Al kan het wel zo worden opgevat. En ouders of leerkrachten die dergelijke 'opwinding' met kracht onderdrukken, of zelfs bestraffen, doen er goed aan daar nog eens goed over na te denken.

Go Back