Sensatie als magneet

‘Heb jij écht een pak slaag gehad toen je jong was?!?’ Die vraag begon op enig moment te circuleren in de tijd dat slaag als straf in onbruik raakte. Ver voordat slaag bij wet verboden werd. Wat mij toen opviel, was dat velen ‘ja’ zeiden, en vervolgens van wal staken over hun ervaringen, terwijl ik als toehoorder dacht: ‘Maar dat is geen pak slaag! Dat is mishandeling!’; Of, alternatief: ‘Dat is geen pak slaag, maar een tik’. Om die reden besteedde ik in het gearchiveerde deel van deze website, helemaal aan het begin, veel aandacht aan slaag als straf. Wat was dat nou, concreet? 

 

Daarbij merkte ik ook op dat het hele onderwerp ‘sensationeel’ was voor veel vragenstellers. Achter die vraag hoorde je haast de vervolgvraag: ‘En je hebt het overleefd?!?’ Niet anders bij mensen die een ernstig verkeersongeluk hebben meegemaakt, of betrokken zijn geraakt bij een geweldsincident, of ‘de oorlog’ hebben overleefd. Maar net als met ‘de oorlog’, was de ervaring voor de één heel anders dan voor de ander. Er waren mensen die er middenin zaten, maar het nauwelijks merkten. En voor anderen was het één aaneenschakeling van angstige momenten. Terwijl een derde grossiert in heldendaden, alsof het één groot ‘jongensboek’ was. Hun ‘finest hour’. ‘Sensatie’ is als een magneet, met een pool die aantrekt, en een pool die afstoot, als men zelf ‘geladen’ is.

 

We weten allemaal dat we verschillen in onze perceptie, en inschatting van wat levensgevaarlijk is, en wat niet. De lijst met voorbeelden is praktisch oneindig. Als ik een ‘Daredevil’ in een documentaire zie zwemmen tussen de witte haaien, of zie stoeien met een gifslang dan denk ik bij mijzelf: ‘Die is gek!’ Maar als ik dan vertel over mijn eigen leven, en laat vallen dat ik een aantal malen ben bedreigd met een vuurwapen, dan kijken anderen je weer aan met open mond, omdat ze een hartaanval gehad zouden hebben als het hen was overkomen. Tegelijk weten we ook dat we soms onze eigen capaciteit om angstige momenten het hoofd te bieden onderschatten. We denken dat we ‘dood’ zouden gaan, of zouden ‘bevriezen’, en dan overkomt het ons, en verrassen we onszelf. Maar het omgekeerde gebeurt uiteraard ook: Mensen met een enorm grote mond, en ronkende verhalen over wat ze niet allemaal zouden doen, die huilend om hun moeder wegrennen als er naar hen gewezen wordt. 

 

‘Sensatie’ trekt ook mensen aan. Als toeschouwer, toehoorder, of met een vage wens om te ervaren. Deels is dat ook de reden waarom we maar niet afkomen van criminaliteit, en oorlog. De collectie van ‘getuigenverklaringen’ die zijn toegesneden op de gruwelen en de angst zouden de aantrekkingskracht van de criminaliteit, en oorlog moeten verminderen. Maar je hoeft niet gestudeerd te hebben om te beseffen dat het tot nu toe niet heeft gewerkt. En cynici zullen wellicht zeggen dat je het hele fenomeen zelfs beter niet bestudeerd kan hebben, en je beter dicht bij je intuïtie kunt blijven om er grip op te krijgen. Ik kan hier een boek schrijven over alle gevoelens, sentimenten, emoties en gedachten die mensen opvoeren onderweg naar een carrière als ‘crimineel’, of ‘bloeddorstig militair’, met alle sprookjes die men zichzelf vertelt om het geweld te rechtvaardigen, en de kater als de praktijk toch anders blijkt dan de romantische voorstelling die men zich ervan had gemaakt, en dat geldt voor alle ‘sensationele’ ervaringen. 

 

Inplaats van opzettelijk eenzijdige voorlichting, zie ik meer in objectieve voorlichting. Sterker nog, opzettelijk eenzijdige voorlichting leidt onherroepelijk tot ontsporingen, waarbij mensen hun ware ‘ik’ verloochenen, en zich zelfs voordoen als ‘vredestichters’, terwijl hun ‘verborgen’ motivatie de oorlog is. Maar de term ‘objectief’ is hierin kwetsbaar, waar het in mijn benadering een verzameling uitgesproken subjectieve verhalen is, die alleen in hun samenhang meer licht werpen op de kwestie. In de aanhef onderstreep ik dat ook ik een tuchtiging ‘mishandeling’ kan noemen, omdat het zo op mij overkomt. Terwijl de persoon in kwestie die het verhaal vertelt het aanmerkt als een ‘pak slaag’, en er voor zichzelf ook vrede mee heeft. De reflex om dan maar alle fysieke interventies bij wet te verbieden zal in de praktijk niet alle fysieke interventies afstoppen, maar wel het hele debat erover. Mijn stelling is dat het, niet anders dan bij criminaliteit en oorlog, slechts leidt tot ontsporingen, waarbij mensen hun ware ‘ik’ verloochenen. 

 

Mijn invloed op het publieke debat was, en is, nihil, en ik heb die invloed ook nooit gezocht. Simpelweg omdat er dan van je wordt verwacht dat je anderen de weg wijst, en zo zit ik er niet in. Ik heb geen antwoorden, anders dan antwoorden op concrete vragen zoals die waarmee ik deze bijdrage opende. Die antwoorden hebben geen zeggingskracht, omdat iedereen anders is. En ik wil geen verantwoordelijkheid dragen voor algemeen geldend beleid, of het afserveren van mensen die gebukt gaan onder een trauma. 

 

Waar een ‘sensationeel’ verhaal mensen doet ‘watertanden’, omdat ze jaloers zijn, is het in mijn optiek juist belangrijk om de discussie aan te gaan, en ze te betrekken bij het denken over de materie, inplaats van hen te verbannen naar een ‘onderwereld’. En ongeacht in welke rol ze zichzelf zien. Daardoor trek je alles naar het ‘logische’ vlak, waar je niet het één kunt hebben, zonder het ander. Het is niet dat ‘watertanden’ en de jaloezie die problemen opleveren in de praktijk, maar het schisma tussen voorstellingsvermogen en realiteit. Wat tevens belangrijk is om onderscheid te leren maken tussen de fictie van ‘Hollywood’, en de realiteit. Het heeft geen zin om van leer te trekken tegen de fictie, ongeacht het karakter, zolang alle direct betrokkenen uit eigen vrije wil meewerken aan zo’n productie, en er geen levens in gevaar worden gebracht. Maar bij de absorptie van dergelijk materiaal is het cruciaal dat degene die er kennis van neemt zich realiseert dat het fictie is. Evenals de dromen en fantasieën die men koestert. Hoe groter de onzekerheid over de realiteit, en hoe men zou reageren ‘in het echt’, hoe beter men gewapend is tegen propaganda. Eerlijke verhalen van échte mensen zijn geen uithangbord voor een rooskleurig beeld. De mensheid heeft baat bij meer realiteitszin, en niet minder. Toch heb ik die benadering al geruime tijd geleden op ijs gezet, omdat de maatschappij in tegenovergestelde richting bewoog. Het eindoordeel over die keuze is niet aan mij, maar aan de generaties na ons. Ik hoop van ganser harte dat ik het bij het verkeerde eind heb.

Go Back