Tegen dovemansoren

Praten tegen ‘dovemansoren’ verwijst naar falende communicatie. Het verwijst ook naar ongeduld. In onze communicatie ligt de opdracht besloten om anderen te beïnvloeden, zelfs al ligt dat er niet duimendik bovenop, en hebben we er niet over nagedacht. Zelfs volstrekt betekenisloos gekwebbel over ‘niets’ heeft een functie. Het bouwt bruggen, onderhoudt bruggen, of blaast ze op. Het is de smeerolie binnen een samenleving. Bij ‘dovemansoren’ zijn we gefrustreerd, omdat degene die we willen bereiken ons negeert. 

 

Dat kan leiden tot een abrupte explosie van emoties, gevoelens en gedachten, of zelfs geweld, of degene die niet reageert wordt uiteindelijk genegeerd. Buiten de orde geplaatst. Afgeschermd. Voor ‘gek’ verklaard, of opgesloten. Echter, in een samenleving waarin het individualisme wordt verheerlijkt, verandert de dynamiek. Zo’n samenleving bestaat uit eilandjes, en bruggen zijn hinderlijk, omdat ze verkeer mogelijk maken die de serene rust op je eilandje verstoort. Het opblazen van bruggen wordt de norm. Het is niet eens persoonlijk. Maar niks met jou te maken. Sorry. 

 

In de praktijk is zo’n eilandenrijk echter niet productief, en ook erg eenzaam. Mensen leven optisch wel met elkaar, en het kan zelfs héél druk zijn op bepaalde locaties, maar ze hebben niks met elkaar. Ze gebruiken en misbruiken elkaar voor hun genot, maar verder kan die ander doodvallen. Sorry. 

 

Het oorspronkelijke ‘dovemansoren’ is meer iets van de tijd waarin men verbindingen aanging ‘tot de dood ons scheidt’. Communicatie is dan cruciaal. En, zoals gezegd, ook het betekenisloze gekwebbel, dat niet zonder betekenis is, als je er goed naar kijkt. Maar wat je nu ziet gebeuren, is dat mensen op hun eilandje gek worden van het communiceren met zichzelf, en dat er niemand iets terugzegt, waardoor ze steeds vaker hun megafoon pakken, en eisen dat anderen ‘luisteren’. In isolatie op hun eilandje, pratend tegen zichzelf, hebben ze de meest waanzinnige voorstellingen ontwikkeld van een ideale wereld, waarin ook ruimte is voor anderen, maar dan als slaven van hun megalomane, corrupte superego, die slechts 'likes' produceren.

 

Communicatie faalt als iemand die wordt aangesproken weigert te luisteren naar wat je te zeggen hebt. Het faalt ook als je er niet in slaagt om dat wat je te zeggen hebt helder onder woorden te brengen. Echter, de meest waardevolle communicatie gaat over complexe zaken die zich wel lenen voor beïnvloeding, maar zonder zicht op het bereiken van een consensus. De eilandjes hoeven niet aaneen te worden gesmeed tot een klont ‘vasteland’, maar er moet wel verkeer mogelijk zijn. 

 

Onze hersenen functioneren ook zo, waar neuronen en synapsen ‘vuren’ om naastgelegen neuronen te activeren. Signalen die van het axon van het ene neuron oversteken naar het dendriet van het andere neuron. Het geheel noemen we ons ‘brein’, en het product van ons ‘brein’ bepaalt hoe we handelen. Maar als het één massa wordt, heb je Alzheimer of ‘BSE’ (Gekke koeienziekte). En als de synapsen niet meer ‘vuren’, de bruggen allemaal zijn opgeblazen, dan ben je dood. De kwaliteit van die communicatie tussen de neuronen luistert nauw, maar een eensluidende matrix is niet te geven. En dat geldt ook voor de samenleving, en voor de wijze waarop we mondiaal met elkaar omgaan. Eén deel van de hersenen dat in isolatie van de rest van de hersenen als een tumor groeit, en vervolgens een megafoon pakt om de rest van het brein de les te lezen, pakt niet goed uit voor het organisme. 

 

Waar ik hier in het verleden mijn beklag deed over het stilvallen van de communicatie over het thema dat hier centraal staat, stelde ik steeds dat het geen klacht was. Dat ik anderen niet kan dwingen, en al zou ik dat kunnen, ik dat niet zou willen. Met andere woorden, ik praat hier niet tegen ‘dovemansoren’, maar doe gewoon mijn ‘ding’, en ik zie wel. Het zou tragisch zijn als ik trachtte anderen te overtuigen van mijn eigen gelijk, of als ik ‘gehoord’ wilde worden omdat ik mij zo eenzaam voel. Maar daar is geen sprake van. Bij mij zijn de bruggen nog niet opgeblazen waar ze mij verbinden met de mensen die waardevol voor mij zijn, en ik besteed ook tijd en aandacht aan het onderhoud. Ik ben niet bevangen door het virus van het individualisme en heb geen vertrouwen in het ideaal van geoptimaliseerd genot als mijn hoogste roeping. Ik voel mij er goed bij, dank u.

Go Back