Tussen trauma en teleurstelling

Een lezer attendeerde mij op berichtgeving over ouders die zich schamen over het schoolniveau van hun kinderen. Waarvoor dank. Deze bijdrage is een aanvulling op de persoonlijke reactie via de mail. Hij associeerde dat in zijn mail met ‘vroeger’, waar ik het associeer met hoe we nu tegen onderwijs aankijken. Zonder dat ik overigens ontken dat er door de eeuwen altijd ouders zijn geweest die hun kinderen op de huid zaten als de leerprestaties achterbleven. Door de jaren, vanaf de start van deze website, hebben mij relatief veel mails over dat specifieke onderwerp bereikt, en zeker niet allemaal afkeurend waar ouders streng toezagen op schoolprestaties. Menigeen claimde dat ze er achteraf dankbaar voor waren dat hun ouders op dat gebied streng waren, waar ze anders niet zo’n goede baan hadden gehad.

 

Mijn eigen ouders zagen streng toe op gedrag, maar als je niet wilde leren, was dat je eigen verantwoordelijkheid. Wat dus niet wil zeggen dat ze geen interesse hadden in leerprestaties, en ons niet aanmoedigden om de schouders eronder te zetten, en mee te geven dat je meer mogelijkheden had met een goede opleiding. Maar ze wilden dat we later iets zouden doen wat we leuk vonden, en niet iets wat veel geld op zou leveren, of status. Sterker nog, ze kenden mensen status toe op grond van hun menselijke kwaliteiten, en niet aan de hand van maatschappelijke verworvenheden. Als je een goed stel hersens had, dan moest je daar dankbaar voor zijn. Maar ‘twee rechter handen’ kon net zo goed een zegening zijn. Of een creatieve geest. Maar ‘onder de streep’ was het enige wat telde het antwoord op de vraag of je een ‘goed mens’ was.

 

Dat betekende in die tijd iets anders dan nu. Drammers, en ‘missionarissen’ die op alle denkbare, en ondenkbare slinkse manieren mensen wilden ‘overtuigen’ om het net zo te zien als zij, waren in de ogen van mijn ouders geen ‘goede mensen’. Je moest mensen waarschuwen als je dacht dat het fout zou gaan, en je had een verantwoordelijkheid jegens je eigen kinderen om dat te voorkomen, maar voor het overige was het hun eigen vrije keuze, binnen de kaders van de wet. Die toen beduidend ruimer waren, waar we nu overal wetten voor hebben die trachten alles te ‘regelen’ voor iedereen, en die opvoedkundige boodschap ziet u terug in mijn eigen teksten hier. ‘Leven, en laten leven’. 

 

Vanaf het moment dat we in de westerse wereld de productie exporteerden naar landen met lage lonen, en dingen die kapot waren niet meer repareerden, maar weggooiden, omdat dat goedkoper was, groeide het idee dat je ‘hoger opgeleid’ moest zijn om niet afhankelijk te zijn van een ernstig gesubsidieerde baan, ergens onderaan in het ‘loongebouw’. Ouders die zelf ‘wegliepen’ van de opvoeding door te gaan werken om nóg meer geld en maatschappelijke status te verwerven, voerden tegelijk de druk op hun kinderen op om op school te ‘presteren’. En ze voerden de druk op scholen en de overheid op om ervoor te zorgen dat hun ‘prinsjes’ en ‘prinsesjes’ minimaal hoogleraar zouden worden. Met als gevolg dat we nu verdrinken in de hoogleraren en andere ‘experts’, waarvan de meesten weinig of geen verstand hebben van de praktijk, maar ze kunnen het leuk vertellen. Ook werden, op jacht naar meer ‘hoger opgeleiden’, de eisen voor toelating en een diploma verlaagd, of gemodificeerd om de ‘oogst’ te vergroten. 

 

De spanning tussen mensen die vroeger (of zelfs nu) streng werden aangepakt, en uiteindelijk trots waren op zichzelf, én hun ouders, versus groepen die vertroeteld en omgekocht werden, met ouders die leerkrachten tureluurs maakten door de giftige manier waarop ze probeerden een ‘diploma’ voor hun kind te ritselen, is evident. Uit het voorgaande kunt u al afleiden dat u lang kunt wachten als u van mij een advies verwacht over de beste manier om je kind naar de top van de voedselketen te voeren. Ik heb evenveel respect voor een vuilnisman die een ‘goed mens’ is, als voor een hoogleraar die een ‘goed mens’ is. Daarnaast vind ik het een te koesteren kwaliteit als iemand echt moeite heeft gedaan om iets te bereiken wat hij of zij graag wilde bereiken, maar als het je ‘aangevlogen’ kwam, gun ik je die mazzel. 

 

Waar mensen ‘hoger’ zijn opgeleid, maar in de praktijk een obstakel zijn op de ‘werkvloer’, waarbij hun bijdrage niet veel meer is dan dikke rapporten waar niemand iets van begrijpt, omdat ze van voor tot achter vol staan met jargon, is dat erg zielig voor die mensen. Het levert leuk geld op, en ze krijgen mooie titels en functies, omdat we dat maatschappelijk zo hebben geregeld, maar wat een verspilling! Wat een tragisch, leeg leven. Tenzij betrokkene zich daar ook bewust van is, en dat ‘werk’ alleen maar gebruikt om inkomen te verwerven, en hij of zij in de vrije tijd wel degelijk leuke en nuttige dingen doet. Je kunt dan niet zeggen dat we te maken hebben met een ‘goed mens’, daar hij of zij toch een oplichter is in eerste aanleg. Anderzijds is die man of vrouw bepaald niet alleen! Als diegene ‘streng’ is opgevoed door ouders die wilden dat hun kind op school maximaal presteerde, om dat ‘lijden’ vervolgens op te voeren als een rechtvaardiging voor de latere corruptie, waarbij die ‘goede baan’ de beloning is voor het afzien op jongere leeftijd, dan is dat twee keer fout. 

 

Als iemand ‘hoger’ is opgeleid, maar hij of zij is tevreden met een werkkring die (ver) onder het ‘niveau’ van de opleiding is, dan is dat ook niet zonde van die ‘hogere’ opleiding. Samengevat keer ik terug naar mijn boodschap dat er uiteindelijk maar één is die kan zeggen of een bepaalde opvoedkundige strategie ‘juist’ was, en dat is degene die zo werd opgevoed. Als iemand omkijkt, en bepaalde ingrepen begrijpt als ‘juist’, ook al waren ze destijds onaangenaam, dan accepteer ik dat oordeel zonder discussie. Ook als iemand omkijkt en die ingrepen afkeurt. De spanning, en de discussie, ontstaan daar waar iemand erkent dat die ingrepen ‘eigenlijk’ terecht waren, maar vervolgens aan komt zetten met alternatieven, om stellig te claimen dat die beslist beter geweest zouden zijn. Dat oordeel kun je niet toetsen. Kortom, een goede opvoeding vinden we terug tussen ‘te veel’, en ‘te weinig’. Tussen trauma en teleurstelling. Zolang de interventies zich in die bandbreedte bevinden, zo is mijn voorstel, zijn we geworden wie we zijn ‘dankzij’, en niet ‘ondanks’.

Go Back