Wat is de houdbaarheidsdatum van ouderwets?

Eigenlijk is de naam van deze website ongelukkig gekozen. Als je lang genoeg wacht, wordt de praktijk die ik hier in het vizier heb als ‘modern’, vanzelf ‘ouderwets’. Het verbod op de ‘opvoedkundige tik’ viert al bijna zijn vijftiende verjaardag. En in het traject naar dat moment waren uiteenlopende opvoedkundige ingrepen al in onbruik geraakt. Bij de aftrap van deze website gaf ik als legitimatie dat het mij zorgen baarde dat er een flinke kloof gaapte tussen dat wat zichtbaar was als de ‘volkswil’, en dat wat de gekozen vertegenwoordigers bij wet hadden vastgelegd. Waarbij ik mij baseerde op een enquête die kort voor de introductie van die wet waar ik het over heb uitwees dat rond de zeventig procent van de bevolking er niet op zat te wachten. 

 

Tegelijk benadrukte ik hier dat zo’n zeer ruime meerderheid niet gezien kon worden als een homogene groep. Daar kwam nog bij dat de minister die verantwoordelijk was voor die wet wereldkundig maakte dat er wel ‘gedoogruimte’ was voor de ouder die een keer ‘uithaalde’. Een praktijk waar ik zelf juist ernstig mee in mijn maag zit, omdat de ouder, of autoriteit, die de zelfcontrole verliest in mijn beleving juist het grootste risico voor het kind vormt. Het inspireerde mij om te trachten het hele debat over opvoedkundige technieken open te gooien, uitgaande van mensen die er voor zichzelf stellig van overtuigd waren dat de ‘ouderwetse’ opvoeding die zij zelf kregen hen had geholpen om een beter mens te worden. En hoe we het ook wenden, of keren, maar bewijs voor die bewering valt niet te leveren, net zomin als het bewijs voor het tegendeel. 

 

In het gunstigste geval zou je uit bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen voorzichtige conclusies kunnen trekken. Als zekere misdragingen opvallend veel vaker minder voorkwamen na het invoeren van die wet, zou dat een gevolg kunnen zijn van die staatsrechtelijke bemoeienis met de opvoedkundige praktijk. Maar er zouden ook andere oorzaken kunnen zijn. En als dat het geval zou zijn, zou het ook nog eens zo kunnen zijn dat die wet de ontwikkeling juist eerder gehinderd had, ondanks een positief resultaat op de ‘parameters’ waarop je meet. Omgekeerd kun je ook niet stellig beweren dat als het na die wettelijke ingreep gruwelijk uit de hand loopt, dat één op één is terug te voeren op die keuze op de ‘opvoedkundige tik’ te verbieden. Ik verwees daarvoor, in het gearchiveerde gedeelte van deze website, naar een hoog oplopende ruzie tussen wetenschappers over de vraag of het experiment met die wet in Zweden nou kon worden aangemerkt als een succes, of als een verschrikkelijke blunder. 

 

Door ‘data’ te ‘filteren’, en de ‘uitsnede’ gunstig te kiezen, waardoor de effecten van andere wetgeving, of een maatschappelijke ontwikkeling wordt ‘meegenomen’, alsof die behoorde bij de wet waar je een grote fan van bent, kun je alles ‘bewijzen’ wat je maar wilt. Er zijn nog altijd mensen die serieus ‘rekenen’ aan bewijs dat de aarde plat is, en er op het internet mee lopen te leuren, waar sommige mensen voor vallen als een blok. 

 

Om niet te eindigen als een grammofoonplaat die is blijven hangen, groeide deze website mee met zekere ontwikkelingen. Ik kon dat doen, omdat ik vanaf het prille begin afstand had genomen van de stelling dat ‘ouderwetse’ opvoedkundige methoden goed waren voor alle kinderen. Of dat iemand die zelf nooit een ‘tik’ of een ‘pak slaag’ had gehad, of ‘in de hoek’ was gezet, en noem maar op, er niet over mee mocht praten. Daardoor verzeilde ik in de situatie dat ik na moest denken over zulke fenomenen als ‘rollenspel’, en ‘spijtoptanten’, waar bezoekers nadrukkelijk het gevoel hadden dat ze iets gemist hadden, omdat die ‘ouderwetse’ opvoeding wel iets voor hen geweest zou zijn. En, ook niet onbelangrijk in dit verband, de mensen die dergelijke opvoedkundige ingrepen ‘uit de oude doos’ voor zichzelf niet zien als nuttig, maar die door maatschappelijke ontwikkelingen waarover ze in de krant lezen, op de televisie worden geïnformeerd, of waarvan ze horen van anderen, tot de conclusie komen dat het voor ‘bepaalde’ kinderen wellicht toch beter zou zijn. 

 

Mijn stelling hier, vanaf het prille begin, was dat veel dogmatische schetsen van de ‘ouderwetse’ praktijk pure fictie zijn. Gemakzuchtige propaganda, voor, of tegen een omstreden praktijk. Generaliseringen zijn bruikbaar als vertrekpunt voor een dialoog, maar het is ronduit stupide om er een ‘geloofsartikel’ van te maken. Om dat te onderstrepen, benadrukte ik van mijn kant dat slaag als straf niet ‘klassenbewust’ was, en dat het net zo goed voorkwam in ‘progressieve’, als in ‘aartsconservatieve’ gezinnen, in de tijd dat er nog geen taboe op rustte. Wel of geen slaag, of ‘tik’, was geen maatstaf voor het streven naar emancipatie, of het bestrijden ervan door vast te houden aan ‘geboorterecht’ als bepalend voor de ‘stand’ in de maatschappij. Wat tevens betekende dat je niet kon volhouden dat ‘ouderwets’ stond voor een hermetisch vastgelegd normen- en waardenpatroon. Kinderen in elitaire families, maar ook die in pure arbeidersgezinnen gingen ‘over de knie’. En ze kwamen eruit als iemand die meende daardoor geholpen te zijn, of niet. En in sommige gevallen leidde het tot een levenslang trauma. 

 

Het voorstel om beter te kijken naar individuele ‘gevallen’, en welke ‘condities’ een rol spelen, welke gevoelens, sentimenten, emoties en gedachten mensen associëren met opvoedkundige ingrepen, ‘modern’, en ‘ouderwets’, heeft het gewoon niet gehaald. Sterker nog, we schilderen met een steeds grotere ‘kwast’, waarbij we zonder nadenken onze eigen individuele oprispingen op elk willekeurig moment tot norm verheffen, meedeinend op een oceaan van ‘gezond volksgevoel’ dat een ‘consensus’ voedt waarin geen enkele structuur in te ontdekken valt. Aangevuld met eisen om ‘gelijkheid’ niet langer te bezien door de bril van ‘kansen’, maar als een gegarandeerde uitkomst, met de overheid als als de ‘manager’ die dat in goede banen moet leiden. In mijn optiek is dat kansloos, en is de meest waarschijnlijke uitkomt een geestdodende ‘eenheidsworst’, een hersenloze ‘kudde’, in een nieuw feodaal tijdperk, danwel een staat van permanente isolatie in een ‘virtuele’ wereld die 24/7 onze meest banale primaire lusten voedt. Waarbij moet worden opgemerkt dat onze lusten zich niet emancipatoir laten sturen, maar op sleeptouw worden genomen door sensatie, opwinding, en het verleggen van grenzen. Het kost mij geen moeite om mij een beeld te vormen van de verloedering die daarvan de uitkomst zal zijn, als mensen in hun ‘virtuele’ wereld straffeloos slachtoffers kunnen maken, en met elke nieuwe dag hun eigen grenzen kunnen verleggen. 

 

Om tenminste de scherpe kantjes van de negatieve ontwikkelingen, zoals ik die schets, bespreekbaar te houden, is het essentieel dat mensen met elkaar ‘in gesprek’ blijven. Je laten dirigeren door de overheid, terwijl je in je ‘virtuele’ wereld je gram haalt, is een recept voor pure ellende. Mijn gemankeerde pogingen om bezoekers hier te bevrijden van de opdracht om ‘politiek correct’ te acteren, door jullie uit te dagen via enquêtes en teksten die appelleren aan gevoelens, sentimenten, emoties en gedachten die ‘taboe’ zijn, heb ik moeten staken wegens het uitblijven van een constructieve respons, en verwarring over hoe ik de reacties op die enquêtes moest begrijpen. Als je het collectief wil dienen, is het niet genoeg om luid te roepen dat je open staat voor ‘feedback’, om vervolgens in een monoloog weg te drijven van de gemeenschap. Het is niet erg om een ‘roepende in de woestijn’ te zijn, als de hel waar de gemeenschap naartoe onderweg is niet jouw ding is. Welke associatie jullie hebben bij het lezen van ‘ouderwetse opvoeding’ kan, en wil ik niet bepalen. Alles tussen ‘pure lust’, en ‘diepe weerzin’ is wat mij betreft bespreekbaar. Voor de praktijk blijf ik vasthouden aan de wet die voor eenieder in gelijke mate geldt, maar inmiddels als een overleden ideaal. Het neemt niet weg dat ik mij zelf naar eer en geweten voeg naar de letter van de wet, zolang het geen absurdistische vormen aanneemt. Iemand met een tumor in de hersenen, die niet lang meer te leven heeft, afschepen met een fooi, omdat de wet dat dicteert, waar ik in mijn vorige bijdrage over schreef, zou ik niet kunnen. En ik heb geen rechter nodig om mij te vertellen dat dat niet deugt. Je kind zien verdwijnen in een bodemloze put waar volop in drugs wordt gehandeld, en alles wordt gedaan wat tegennatuurlijk en verdorven is, zou ik ook niet kunnen. De wetgever mag duizend keer benadrukken dat een ‘goed gesprek’ voldoende moet zijn, maar ik mis het incasseringsvermogen, en vertrouwen in de overheid dat daarvoor vereist is. Ik kijk onthutst naar mensen die hun kind ‘laten vertrekken’, en mooie woorden spreken bij het graf. Ik ben evident niet geschikt als opvoeder in deze tijd. En ik ben dankbaar dat ik die verantwoording nu niet meer heb. Mijn kinderen zijn ruimschoots volwassen, en zij dragen die last nu. Ik benijd hen niet.

Go Back