Wat is de waarde van verzet?

In mijn vorige bijdrage ging het over verzet tegen straf, maar wat nou als verzet uitblijft? Ooit raakte ik in discussie met een Amerikaan die principieel tegen slaag als straf was. Ik schetste het beeld van een dader die slaag prefereerde boven een alternatieve straf, wat concreet verwees naar leerlingen op sommige Amerikaanse scholen die de keuze wordt geboden tussen slaag, of nablijven, bijvoorbeeld. Voor hem was dat hét argument om die dader dan te straffen op de manier die niet de voorkeur had, want verzet tegen straf was juist gezond, en het bewijs dat het werkte, want het moest onaangenaam zijn.

 

Dat straf niet iets moet zijn waar je naar uitkijkt, dat is mij helder. Maar waar ik mij met hand en tand tegen verzet, dat is het idee dat straf pas werkt als de dader crepeert. Die zienswijze, dat straf zo onaangenaam mogelijk moet zijn, komt voort uit een zieke geest. De geest van iemand die zichzelf centraal stelt, en straf ziet als ‘vergelding’, waarbij de dader (tijdelijk) is overgeleverd aan zijn of haar grillen. ‘The beatings will continue until morale improves’. Iemand die zo denkt, is geen autoriteit, maar autoritair. Ook als diegene zich verzet tegen slaag als straf. En waar die afkeer van slaag als straf voortkomt vanuit een verlangen om het lijden van de dader tot het maximum op te rekken, om er zo lang mogelijk van te kunnen ‘genieten’, bent u een sadist. 

 

Daarmee is niet gezegd dat uitblijven van verzet tegen straf in alle gevallen duidt op instemming. En instemming hier dan als acceptatie van een onaangename ervaring die volgt op gedrag dat niet door de beugel kon. Zeker waar een strengere vergelding dreigt als de dader zich verzet, kun je er niet vanuit gaan dat de boodschap is overgekomen. En dat is mijn bezwaar tegen het ‘Sorry’ zeggen dat recht zou geven op strafvermindering. Sterker nog, instemming (acceptatie) hangt uiteraard nauw samen met het gegeven dat de dader zich realiseert dat hij of zij iemand schade heeft berokkend. Een ander, of zichzelf. En dat de straf de ‘vertaling’ is van een beter houdbaar argument dan de waarschuwing. 

 

Daarmee is nog altijd niet gezegd dat slaag als straf daarom beter zou zijn, uiteraard. Zeker voor het ‘pak rammel’, waarbij degene die tuchtigt er op los mept, zonder structuur, zonder controle, en zonder plan, vind ik zelf verzet vanzelfsprekend. Vandaar ook dat ik in de tijd dat die discussie woedde over een verbod op de ‘opvoedkundige tik’ zo verbijsterd was over de coulance bij de minister die mensen gerust probeerde te stellen die wellicht een keer de controle over zichzelf kwijt raakten, en dan zouden ‘uithalen’. Sorry, maar dát is juist levensgevaarlijk! En verzet daartegen van het kind dat erdoor wordt getroffen vind ik vanzelfsprekend. Trauma gegarandeerd, zou ik zeggen. 

 

Er zijn geen strakke richtlijnen te geven voor het interpreteren van vormen van verzet. Spontaan, welgemeend, aangeleerd, of ingestudeerd. Meer of minder verzet hangt nauw samen met een hele waaier aan gedachten, gevoelens, sentimenten en emoties, die elk op een andere wijze ‘aangrijpen’, maar tevens op een ander moment, en met een uiteenlopende duur. Ook als daar ‘oneigenlijke’ gevoelens, sentimenten, emoties of gedachten bij zitten, die van de hele ervaring eerder iets maken waar je ‘nieuwsgierig’ naar kunt zijn, of die, door die bril bekeken, de ervaring in een bepaalde fase zelfs ‘aangenaam’ maken, is daarmee het oordeel over de werkzaamheid van de straf nog niet geveld. In het gearchiveerde gedeelte stond ik daar uitvoerig bij stil, en niet alleen in de context van ‘Ouderwetse’ straffen. Hoe ons brein bepaalde elementen kan doen ‘oplichten’ als iets dat aangenaam is, terwijl de ervaring over het geheel genomen wel degelijk als een straf wordt beleefd, is juist iets wat in alle openheid onderzocht zou moeten worden, zonder negatief oordeel vooraf. 

 

Als je niet wilt weten hoe het mogelijk is dat iemand gevangenisstraf beschouwt als een opsteker voor zijn of haar criminele carrière, ben je een zelfvoldaan sujet dat meent dat de wereld om jou draait. Jouw vergelding, en wat kan het je schelen hoe het overkomt? Mijn voorstel in die eerder genoemde discussie met die principiële tegenstander van slaag als straf was om degenen die kozen voor slaag, waar ze ook een alternatieve straf als optie aangeboden hadden gekregen, te vragen naar hun motivatie. Maar dan dieper te graven dan het ‘politiek correcte’ antwoord dat je ongetwijfeld als eerste terug krijgt. Dat antwoord is geen antwoord, maar een constructie die legitimeert. In dat brein is niet maar één gedachte, die toevallig past op wat nog net acceptabel is. Het is een warboel van gedachten, emoties, gevoelens en sentimenten, en mogelijk ook nog met veel twijfels op verschillende momenten, wellicht zelfs spijt van de keuze die hij of zij maakte. Voor, of tegen een bepaalde straf. 

 

De kracht van de verschillende aspecten die bijdragen aan de keuze verschuift daarbij met de tijd, met een andere verdeling tijdens het voortraject, tijdens de uitvoering, en naderhand. Verzet kan zich openbaren op elk van die momenten, evenals instemming. Het krachtenveld dat daarbij aan de dader trekt zou u nog verbazen. Aspecten in de context van de feitelijke straf kunnen een doorslaggevende rol spelen. Iemand kan schuldbewust naar de rechtbank gaan, maar door de persoon van de aanklager, de rechter, of het aanwezige publiek in verzet komen, zelfs nog voor de aanklacht is voorgelezen. Een kind kan woedend reageren op ‘huisarrest’, maar daar vervolgens in de privacy van de eigen kamer ongestoord iets mee doen wat buitengewoon aangenaam is, en het beleven als wraak op de ouders die die straf oplegden, zonder dat die ouders zich daar bewust van zijn. En ik daag u uit om eens te turven hoe vaak mensen lacherig vertellen over straf die ze vroeger kregen. Daar staat dan tegenover dat er ook mensen zijn die in hun kindertijd geen verzet aantekenden, en instemden, omdat ze oprecht meenden dat ze straf verdiend hadden, om dan later alsnog verzet aan te tekenen. 

 

De zelfingenomen mens toont de ene keer compassie, en roept de volgende keer: ‘Stel je niet aan!’, zonder enige oprechte interesse in de ander. Hun referentiekader is niet groter dan hun eigen ‘ik’, en op dat moment. Tref je ze morgen, dan is het nog geen uitgemaakte zaak dat ze identiek reageren. Daarbij kan de ‘omgeving’ ook uitmaken. Op het familiefeest oordeelt men anders dan op de bank bij de psychiater. En ik maar vragen: ‘Wie van al die mensen ben jij nu echt zelf?’ Best lastig.

Go Back