Wat is nu verstandig?

Velen die de ‘Ouderwetse’ tijd op handen dragen, of fel aanvallen, begrijpen wellicht niet waarom ik zo’n warm pleitbezorger ben van de vrijheid van meningsuiting. Ze menen dat het juist zo’n verademing is dat je destijds niet zomaar alles kon zeggen, en doen, vanwege ‘fatsoensnormen’. Of ze zijn juist dankbaar dat die ‘fatsoensnormen’ tot de grond toe zijn afgebrand, en dat je nu in vrijheid je ‘geaardheid’ kunt etaleren, ook als iemand anders daar aanstoot aan neemt. 

 

Beide groeperingen hebben, in mijn ogen, ongelijk. Vrijheid verwijst niet naar respectloosheid als een basisprincipe, of zelfs de opdracht om anderen te ‘bevrijden’ door ze te conditioneren tot ze accepteren dat jij ‘anders’ bent. In de eerste helft van de vorige eeuw werd ineens ‘alles’ bespreekbaar, ook al was dat niet op het niveau van de publieke ruimte, in alle gevallen. Ik denk dan vooral aan de psychoanalyse, maar ook de kunst die de tongen los maakte. Die kijk op de vrijheid van meningsuiting legt erg de nadruk op functionaliteit, en neemt afstand van banaliteit. Het is niet ons recht, of zelfs de plicht, om anderen te shockeren, en te provoceren, maar waar dat zinvol is moeten we hen wel kunnen informeren. En die kijk op de vrijheid van meningsuiting is nu met de grond gelijk gemaakt, waar die zwaar leunt op respect voor de privacy en de vertrouwelijkheid. 

 

De vrijheid van meningsuiting heeft, in mijn lezing, niet eens een raakvlak met de openbaarheid. Sterker nog, te pas en te onpas lukraak dingen kunnen ‘zeggen’ die in je opkomen, is eerder het tegenovergestelde als het de vrijheid van anderen schade toebrengt. Dat zorgt slechts voor het verharden van standpunten, en het leidt ertoe dat mensen al vroeg leren dat ze de protectie van een ‘fanclub’ op moeten zoeken. Wat weer uitmondt in ‘kopschoppen’ en gewetenloze liquidaties op klaarlichte dag. ‘Sorry, wat heb ik met jou te maken!?!’

 

Het functievrije etaleren van ‘wie je bent’, het te koop lopen met je ‘identiteit’, zorgt ervoor dat mensen ook niet meer naar elkaar luisteren. Ze verliezen de interesse in elkaar. In Cannes werden de nieuwste films aan het publiek en de critici getoond, en het is een etalage geworden van seksuele extravagantie, omdat het publiek ‘geprikkeld’ wil worden, of het anders af laat weten. Dat aspect van ons wezen, de ‘lust’, moet je niet uit beeld willen drukken, noch proberen te stroomlijnen door bepaalde groepen met een zekere ‘geaardheid’ in het zonnetje te zetten. Het is goed als dat respectvol besproken kan worden op een plaats waar dat betekenis heeft, inzicht verschaft, en waar nodig de scherpe kantjes eraf kunnen worden gehaald om te voorkomen dat men anderen schade berokkent. 

 

Maar de hele samenleving mobiliseren om ‘jury’ te zijn, en je leven in te richten rond ‘wie je bent’ op dat niveau van je functioneren, is tragisch. Vooral voor die samenleving die zich mee laat slepen, en met ogen als schoteltjes naar steeds uitzinniger excessen moet kijken, tot er alleen nog maar ‘Likes’ over zijn van een afgestompt, murw gebeukt publiek. Maar hoe komt het nou dat we die kant op zijn gedreven? En is er nog wel een weg terug? Dat laatste veronderstelt dan dat we overeenstemming bereiken over het idee dat we iets verloren zijn onderweg, wat de moeite is om weer terug te vinden, maar dat is op dit moment nog geen gelopen race.

 

Maatschappelijke ontwikkelingen hebben nooit maar één, unieke oorzaak. Maar waar ik eerder verwees naar de doorbraak van de psychoanalyse, waardoor uiteenlopende ‘barrières’ geslecht werden, en ineens bespreekbaar werden, tenminste op de bank bij de therapeut, was dat aanvankelijk een tamelijk elitaire aangelegenheid. Het bestond, de mogelijkheid was er, en er werd over gepubliceerd, maar het was niet voor ‘Jan met de Pet’. Echter, die elite had er in zekere zin ook meer last van, omdat het keurslijf van dingen die ‘niet gezegd’ mochten worden daar strakker was aangesnoerd. ‘Jan met de Pet’ had veelal meer vrijheid in de ‘kroeg’, en zijn vrouw in het ‘naaikransje’. En vandaar mijn verwijzingen naar het ‘stamtafeloordeel’ in veel eerdere publicaties. Ongedwongen, ongenuanceerd, ‘recht voor zijn raap’ je mening geven. En in die omgeving ook dingen van jezelf vrijgeven die je elders niet in het ‘beleefde gesprek’ in zou brengen. 

 

Op het ‘burgerlijke’ niveau groeide daardoor de belangstelling voor de ‘psychologie’, en velen die voor die studie kozen deden dat omdat ze bij zichzelf iets hadden ‘ontdekt’ wat ‘niet in de haak’ was, in de hoop om via hun studie daar meer over te weten te komen, en mensen te kunnen vinden die bereid waren om, zonder vooroordeel, te luisteren. Bij wie ze hun hart konden luchten. Vervolgens leidde dat tot een tsunami aan ‘zelfhulp-boeken’ en ‘therapie’ als standaard-oplossing voor ieder probleem, wat samenkwam met het meer ‘volkse’ verlangen naar een leven ‘in de kroeg’, inplaats van in de ‘gevangenis’ van het fatsoen, en zie wat het ons heeft gebracht. Vrijheid van meningsuiting die zonder betekenis is. Roekeloos overal je opinie spuien, ook al zeg je vandaag iets anders dan gisteren, en weet je nog niet hoe je er morgen over denkt. 

 

De oorspronkelijke voorvechters van het recht op vrije meningsuiting stond dit, wat we er nu van hebben gemaakt, zeker niet voor ogen. Ook al omdat al die losjes rondvliegende meningen steeds meer ‘kopschoppers’ genereren, van mensen die de daad bij het woord voegen, en anderen een ‘doodschop’ verkopen, censureren, bedreigen, treiteren, en middels ‘social shaming’ en andere onfrisse technieken de mond snoeren. Terwijl ze zichzelf op het podium hijsen van de ultieme voorvechters van de vrijheid van meningsuiting, maar nu moeten we naar hén luisteren, want jij bent lang genoeg aan het woord geweest. 

 

Die dierentuin is geen progressie, maar degeneratie. En ik realiseer mij dat deze schets heel veel potten breekt, en niet bruikbaar is als een handleiding die moet leiden tot een restauratie van het gezonde verstand, maar dat zie ik ook niet als mijn taak hier op deze website. Ik heb de wijsheid niet in pacht, en geen plan klaarliggen. Het is uiteindelijk niet mijn verantwoordelijkheid om nog grotere schade af te wenden, maar onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Er is niet één onfeilbare matrix om het goed te doen. Maar als we ons verstand niet gebruiken, kunnen we het beter inleveren.

Go Back