Zonde van mijn tijd

Aan beide kanten van de ‘scheiding’ begrijpen mensen niet waar ik met deze website naartoe wil. En dan doel ik op de ‘scheiding’ tussen straf, en beloning. Oftewel ‘opvoedkundige’ sanctie, of ‘vonnis’ enerzijds, versus de wereld van het ‘rollenspel’. Mijn suggestie is om die intenties los te laten, de handeling te isoleren, en je af te vragen hoe het mogelijk is dat mensen er verschillend op reageren. En dan niet je toevlucht zoeken tot: ‘Ja! Logisch!’, want het is niet logisch. Logische processen in de hersenen worden, op zijn best, ingeschakeld om een ‘logisch’ klinkende verklaring te verzinnen. Om er een mouw aan te passen. Om ervoor te zorgen dat men geen al te grote weerstand ontmoet in de samenleving.

 

In die zin is er geen verschil tussen mijn voorstel, en het voorstel van de meest rabiate tegenstanders van ‘ouderwetse’ opvoedkundige ingrepen, waar zij weigeren om te discussiëren over (bijvoorbeeld) slaag als straf. De redenering is dan: ‘Het is slaag, en dat is fysiek geweld, en dat is inhumaan’. Punt. Het enige verschil is dan, dat ik vraagtekens stel bij dat ‘inhumaan’. Wat dat betreft begrijp ik het als mensen die slaag als straf om die reden afwijzen, maar zwelgen in hun ‘rollenspel’, niet met mij willen corresponderen. Want de eerste vraag is dan: ‘Maar het is toch inhumaan?’ De reacties die je dan krijgt zijn, vanuit een logisch perspectief, tenenkrommend. Maar ik ben de eerste om te erkennen dat de mens geen ‘logisch’ wezen is, en dat het hele bouwwerk van handelingen en idealen een product is van gevoelens, sentimenten, emoties en gedachten, die samengenomen weinig of niets met ‘logica’ uitstaande hebben. 

 

In de praktijk slaat mijn voorstel, om puur naar de handeling, en het waarneembare resultaat te kijken, als een zuiver objectief (feitelijk) gegeven, geen brug naar de tegenstanders, of de voorstanders van slaag als straf, noch naar de beoefenaren van ‘rollenspel’, waar slaag een beloning is. En dat identieke patroon zie je ook elders terug, bij andere vormen van straf, die in een ander perspectief een beloning zijn. Of ‘puur plezier’, en wellicht zelfs een beredeneerde bron van inkomsten, ironisch genoeg. Bijvoorbeeld waar een ‘vonnis’ een crimineel doet stijgen in de rangen onder criminelen, en aandacht van de media, waardoor zijn, of haar, 'marktwaarde' stijgt.

 

De ultieme vraag is dus: Hoe kan het, dat een bepaalde handeling tegelijk straf, en beloning kan zijn? In een eerste reflex zal men op zoek gaan naar subjectieve criteria die er in de ene situatie een straf van maken, en in de andere een beloning. Onveranderlijk zie je dan dat men daarbij verwijst naar de intentie van degene die handelt. Waarop ik zeg: Dat is onbelangrijk. Dat is de ‘hired hand’. Ik zeg niet dat die persoon onbelangrijk is, of de wijze waarop hij of zij die taak uitvoert. Maar het onderscheid dat telt, is het onderscheid dat gemaakt wordt aan de ‘ontvangende’ kant. Ook degene die observeert, heeft geen directe invloed op die perceptie. Maar het wordt nog ingewikkelder. Die handeling kan gevoelens, sentimenten, emoties en gedachten losmaken die er een straf, én een beloning van maken. Op hetzelfde moment. Of in een apart ‘ritme’, waarbij de anticipatie er (overwegend) een beloning van maakt, de uitvoering puur straf is, en de nabeschouwing getypeerd zou moeten worden als een ‘constructieve mix’. En vanuit die gedachte, gestoeld op realistische beschrijvingen van mensen met ervaring, kun je op onderzoek uitgaan. Onderzoek dat nadrukkelijk geen universeel geldende wetmatigheden aan het licht zal brengen, maar ontzag voor de werking van het menselijke brein, in al zijn facetten. 

 

Dat was het wat ik hier, vanaf het prille begin, als uitdaging schetste. Waarmee ik mij direct vervreemde van eenieder die op zoek was naar bevestiging van het eigen vooroordeel, voor, of tegen. En voordat u mij verkeert interpreteert, of wellicht zelfs citeert in gesprek met anderen: Die methodiek is niet exclusief toepasbaar op slaag als straf. Elke straf, maar ook elke beloning, laat zich langs die weg analyseren. En als je geen uitzicht biedt op een resolutie, verliest men de interesse. Dat is niet logisch, maar ‘logisch’. De verveling slaat toe, actuele problemen worden er niet mee opgelost, men krijgt geen advies, geen steun. Sterker nog, gaandeweg voelt men zich alleen maar eenzamer. Wat voor mij weer koren op de molen is, want wilde men niet zelf benadrukken dat men geen ’nummer’ is, maar een mens? Een individu? Een persoon? Met een geheel eigen identiteit? En dan bied ik je dat, op een gouden presenteerblaadje, en schrik je je een ongeluk? ‘Ben ik dat, in de spiegel!?!’

 

Mijn voorstel is om elkaar vervolgens niet te laten vallen. Om elkaar vast te houden. Om elkaar niet buiten te sluiten. Om elkaar niet te beoordelen op basis van een imaginair risico, dat voortvloeit uit een academisch model, maar om elkaar te beoordelen op grond van feiten, en dan bovendien nog voorzichtig te zijn. Respect. En wellicht heb jij gelijk, en ik niet. Maar laten we in gesprek blijven, en samen aan oplossingen werken. Dat voorstel heeft het niet gehaald. De norm nu, is de gelegenheidsconsensus onder ‘experts’ die de kudde bij de teugels neemt, zoals bepleit door mensen die meer zien in een ‘meritocratie’ dan in een ‘democratie’. Een eeuwigdurende discussie, waar er beslist momenten in de geschiedenis aan te wijzen zijn waarop iemand, of een groep mensen met duidelijke ‘meerwaarde’, achteraf belangrijk waren voor een land dat hopeloos dreigde te verstikken in inertie en door egoïsme gevoede chaos. Anderzijds kost het mij ook geen enkele moeite om episodes aan te wijzen waarin een groep van zichzelf dacht dat ze iets extra’s brachten, terwijl het uitmondde in een barbaarse dictatuur, en de vernietiging van mensen die men identificeerde als ‘Untermenschen’, of ‘vijanden van de revolutie’.

 

Generalisaties, `stamtafeloordelen’, de consensus binnen een groep, brengen een ’scheiding’ aan die nuttig kan zijn als vertrekpunt voor een reis die begint met ‘meningsvorming’, en eindigt met een eindoordeel, waarbij men de verwachtingen die men had afzet tegen het resultaat. Waarna men op zinvolle wijze rekenschap aflegt. Waar een kwestie onmogelijk complex was, zal de conclusie in nagenoeg alle gevallen luiden dat men ver boven zijn of haar macht tilde, en dat het niet verbazingwekkend was dat het een puinhoop werd. Hoogmoed, zelfoverschatting, en lust die verband houdt met pure macht, geld en status, verzieken het voor iedereen. Maar trek iemand een witte jas, of een uniform aan, of zet een spreekgestoelte klaar, met pers in de zaal, en je ziet de mens uit die ’schil’ verdwijnen, om plaats te maken voor een ‘buikspreekpop’ die geprogrammeerde ‘politiek correcte’ of ‘opportunistische’ flauwekul uitbraakt. In die mallemolen meelopen vind ik echt zonde van mijn tijd. 

 

Go Back